Afstudeerreglement Alfa-informatica

Inleiding

Hieronder wordt het afstudeertraject van de opleiding alfa-informatica beschreven. Het afstudeertraject bevat de onderdelen colloquium, stage, literatuurstudie en scriptie, met een totale studielast van 27 punten. Het afstudeertraject begint in het tweede jaar van de (kop-)studie, met het volgen van het colloquium. De overige onderdelen vinden plaats in het laatste jaar.

De literatuurstudie

  1. Doel. De literatuurstudie is ingevoerd om studenten ervaring te laten opdoen met (a) het zelfstandig bestuderen van vakliteratuur en (b) het schrijven van een wetenschappelijk verslag. Beide vaardigheden zijn essentieel voor het schrijven van een scriptie.
  2. Opzet. De keuze van een onderwerp en een begeleider gebeurt in overleg met een docent van de opleiding. Het onderwerp ligt binnen hetzelfde specialisatiegebied (natuurlijke taalverwerking, historische informatiekunde, elektronische teksten, of kunstmatige intelligentie) als dat waarop de student wil afstuderen. Het onderwerp wordt eventueel verder uitgewerkt in de vorm van een of meer vragen waarop de literatuurstudie antwoord moet geven. De docent stelt een lijst van wetenschappelijke publicaties samen die moeten worden bestudeerd.
  3. Verslag. Het verslag van de literatuurstudie bevat in ieder geval een samenvatting van alle werken die bestudeerd zijn. Deze samenvattingen kunnen eventueel toegespitst zijn op een bepaalde vraagstelling. Naast samenvattingen bevat het verslag een inleiding, een verdiepend hoofdstuk waarin de verschillende werken met elkaar in verband worden gebracht, en een bibliografie.
  4. Beoordeling. Het verslag wordt zowel op inhoudelijke criteria (heeft de student de bestudeerde stof begrepen, en op een juiste wijze samengevat ?) als op formele criteria (is het verslag helder geschreven en duidelijk gestructureerd ?) beoordeeld.
  5. Studiepunten. De literatuurstudie wordt gehonoreerd met 4 studiepunten.

Het colloquium

  1. Doel. Het colloquium alfa-informatica heeft als doel studenten en docenten te informeren over lopend (afstudeer-) onderzoek bij de afdeling. Zowel docenten als studenten kunnen een presentatie houden.
  2. Bijeenkomsten. Het colloquium alfa-informatica wordt minstens twee maal per trimester georganiseerd.
  3. Aanwezigheidsplicht Het colloquium is verplicht voor tweede en oudere jaars studenten.
  4. Studiepunten. Wie minstens 8 bijeenkomsten heeft bijgewoond, en een presentatie heeft verzorgd, ontvangt één studiepunt.
  5. Presentatieplicht Het houden van een presentatie is dus verplicht.

De stage

  1. Doel. Het doel van de stage is om studenten al tijdens hun studie enige ervaring te laten opdoen met werk dat inhoudelijk aansluit bij de studie.
  2. Opdracht en stageverlener. Studenten kunnen zelfstandig contact opnemen met een potentiële stageverlener, of hiervoor te rade gaan bij de staf van alfa-informatica of het facultaire stagebureau. Een voorstel voor een stage wordt in principe beoordeeld door de docent die als interne begeleider zal optreden. Voor goedkeuring is een duidelijke stageopdracht nodig, waarin staat omschreven welke activiteiten zullen worden uitgevoerd, en hoe deze aansluiten bij onderdelen van de studie.
  3. Begeleiding. De stage wordt begeleidt door een externe en een interne begeleider. De externe begeleider is een werknemer van de stageverlener en is namens de stageverlener verantwoordelijk voor de begeleiding van de dagelijkse werkzaamheden. De interne begeleider is de docent die de stage begeleidt. Voor, tijdens, en aan het einde van de stage is er een begeleidingsgesprek waarbij student en beide begeleiders aanwezig zijn.
  4. Stagebureau. Iedere student die op zoek gaat naar een stage dient eerst een afspraak te maken met het facultaire stagebureau. Het stagebureau coördineert alle stages van studenten Letteren, houdt een overzicht bij van mogelijke stageverleners, en geeft voorlichting over finaciële regelingen.
  5. Stagecontract. Voor het begin van iedere stage dient een stagecontract te worden opgesteld, dat wordt ondertekend door de student, de stageverlener, en de interne begeleider. Het stagebureau ontvangt een afschrift. De desbetreffende formulieren zijn verkrijgbaar bij het stagebureau.
  6. Stageverslag. Aan het einde van de stage dient een stageverslag te worden opgesteld. Hierin is een verslag opgenomen van de werkzaamheden, alsmede een kort overzicht van de organisatie en activiteiten van de stageverlener.
  7. Beoordeling. De beoordeling van de stage is de verantwoordelijkheid van de interne begeleider, die hiervoor overleg pleegt met de externe begeleider.
  8. Studielast. De stage is normaalgesproken 9 punten. In overleg met de interne begeleider kan eventueel voor een hoger aantal punten worden gekozen, wanneer de werkzaamheden dit rechtvaardigen. Afwijkingen van de studielast dienen voor het begin van de stage te worden vastgesteld.
  9. Een voorbeeld van een stageverslag vind je hier. Momenteel werkt deze link nog niet.

De scriptie

  1. Definitie van scriptie
    1. Een scriptie is een verslag van een wetenschappelijk onderzoek, het afstudeeronderzoek. De scriptie bevat in ieder geval een korte abstract (150 tot 500 woorden) met een samenvatting van de scriptie, een inleiding met een probleemstelling, een overzicht van wetenschappelijk onderzoek waarin hetzelfde probleem wordt onderzocht of dat op een andere wijze relevant is, conclusies, en een literatuurlijst.
    2. Het afstudeeronderzoek bevat in ieder geval een computationele component. In dit deel van het onderzoek wordt programmatuur ontwikkeld of wordt bestaande software ingezet om een (gedeeltelijk) antwoord te verkrijgen op de probleemstelling. Het ontbreken van een computationele component is alleen in uitzonderingsgevallen mogelijk. Hierover dienen vooraf duidelijke afspraken te worden gemaakt met de begeleider.
  2. Individuele of gemeenschappelijke prestatie, studiepunten
    1. Een afstudeeronderzoek en scriptie kan individueel of door meerdere personen gezamenlijk uitgevoerd worden. In het laatste geval dienen hierover duidelijke afspraken gemaakt worden met de begeleider. De laatste kan zo nodig extra eisen stellen aan de omvang van het werk, aan de verdeling van taken binnen het onderzoek, en aan de scriptie (zodat bijvoorbeeld duidelijk kan worden gemaakt wie verantwoordelijk is voor welk onderdeel).
    2. Een scriptie wordt gehonoreerd met 15 studiepunten.
  3. Toelatingsvoorwaarden Het onderdeel literatuurstudie dient te zijn afgerond voor men aan de scriptie begint.
  4. Tijdpad Er zijn geen restricties op de tijd die het schrijven van de scriptie in beslag mag nemen.
  5. Onderwerpskeuze en keuze begeleiders
    1. De keuze van een onderwerp en een begeleider gebeurt in overleg met een docent van de opleiding.
    2. Docenten mogen een onderwerp weigeren wanneer ze menen dat dit buiten hun expertisegebied ligt.
    3. Er is normaalgesproken 1 scriptiebegeleider.
    4. Het is mogelijk een begeleider van buiten de opleiding te kiezen, wanneer het onderwerp dit rechtvaardigt. In dit geval is er naast de begeleider van buiten tevens een begeleider van binnen de opleiding.
  6. Begeleidingsproces Student en begeleider maken in onderling overleg afspraken over de frequentie van bijeenkomsten, en de data waarop (delen van) concept- en eindversies dienen te worden ingeleverd en te zijn nagekeken.
  7. Goedkeuringsmomenten
    1. Onderzoeksplan Voordat het daadwerkelijke onderzoek wordt uitgevoerd, dient de student een onderzoeksplan in, waarin een voorlopige titel, een onderzoeksveld, een onderzoeksobject, een probleemstelling, een onderzoeksmethode, een voorlopige inhoudsopgave, een literatuurlijst, en een planning is opgenomen.
  8. Beoordelaars De eindversie van de scriptie wordt naast de begeleider beoordeeld door een tweede lezer. De begeleider bepaalt het cijfer, na overleg met de tweede lezer.
  9. Minimumeisen
    1. Kwalitatief: De scriptie bevat in ieder geval een inleiding met een probleemstelling, een overzicht van wetenschappelijk onderzoek waarin hetzelfde probleem wordt onderzocht of dat op een andere wijze relevant is, en conclusies. De scriptie dient in ieder geval een of meer onderdelen te bevatten waarin een bijdrage aan het vakgebied wordt geleverd.
    2. Kwantitatief: De scriptie bevat in ieder geval een titelblad, inhoudsopgave, en literatuurlijst, en heeft een omvang van 40 tot 60 pagina's.
    3. Formeel: De scriptie mag in het Nederlands of in het Engels geschreven zijn.
    4. Presentatie: In het laatste stadium van het scriptieonderzoek presenteert de student de resultaten van het onderzoek op het colloquium alfa-informatica.
  10. Latex class file
  11. Beoordelingsvormen
    1. Beoordeling in hele cijfers van 1 t/m 10. De beoordeling wordt bekendgemaakt en gemotiveerd in een eindgesprek.
    2. Bij het beoordelen van de scriptie spelen de volgende factoren een rol: Wordt een deugdelijk overzicht gegeven van eerder werk?, In hoeverre is er sprake van vernieuwend onderzoek en een bijdrage aan het vakgebied? Is het verslag duidelijk, goed gestruktureerd, en gemakkelijk leesbaar? In hoeverre is het onderzoek volgens de planning en zelfstandig (d.w.z. zonder nadrukkelijk sturen of ingrijpen van de begeleider) uitgevoerd?
  12. Archivering Bij de begeleider dienen twee exemplaren van de eindversie te worden ingeleverd. Daarnaast dient een elektronische versie te worden ingeleverd. De abstract dient ook apart elektronisch aangeleverd te worden.
  13. Auteursrecht Het auteursrecht van de scriptie ligt bij de student.
  14. Plagiaat In de scriptie dient duidelijk te worden aangegeven wat eigen werk is en wat een bespreking van eerder werk is. Wanneer deze regel op flagrante wijze wordt geschonden, en wanneer hierbij kennelijk kwade opzet in het spel is, is de scriptie ongeldig. De student verliest in dit geval tevens het recht een scriptie over dit of een verwant onderwerp in te dienen.
  15. Conflictregeling Bij conflicten over de begeleiding zal in eerste instantie gezocht worden naar een andere begeleider binnen de opleiding. Bij conflicten over de beoordeling kan de tweede lezer naar een schriftelijk gemotiveerd oordeel worden gevraagd.

Combinatie van stage en scriptie: het afstudeerproject

  1. Omschrijving. Stage en scriptie zijn normaalgesproken twee duidelijk gescheiden activiteiten. In sommige gevallen is een stageopdracht echter goed te combineren met het uitvoeren van scriptieonderzoek. Het is aan de begeleider om te beoordelen of een stageopdracht voldoende wetenschappelijk interessant is om als scriptieonderwerp te kunnen gelden. Afspraken hierover dienen voor aanvang van de stage te worden gemaakt.
  2. Opzet. Een combinatie van stage en scriptie betekent in het algemeen dat de duur van de stage aanzienlijk langer is dan 9 weken. De extra tijd wordt besteed aan het doen van scriptieonderzoek en het schrijven van de scriptie.
  3. Beoordeling. De beoordeling geschiedt zoveel mogelijk volgens de regels voor stage en scriptie die hierboven zijn gegeven. Dit betekent dat stageverslag en scriptie gescheiden zijn, en dat deze ook apart beoordeeld worden. Als tweede lezer van de scriptie kan de externe stagebegeleider optreden.

Noord G.J.M. van
Last modified: Tue Apr 25 11:07:39 METDST 2000