 |
Binnen een taal kun je dialecten herkennen aan hun regionale
eigenaardigheden in de woordenschat, in de uitspraak, en in
zinswendingen.
Hiernaast zie je zes regionale varianten van het Duitse woord
voor meisje.
De verschillen tussen die varianten kun je meten.
|
|
|
 |
Je vergelijkt niet de varianten van één woord,
maar van een heleboel woorden. En dat doe je met woorden uit
heel veel plaatsen.
Hoe donkerder de lijn tussen twee plaatsen, hoe groter de
verwantschap van de woorden tussen die twee plaatsen.
|
|
|
 |
Uiteindelijk krijg je een kaart zoals hiernaast, waarin de
belangrijkste dialectgebieden elk hun eigen hoofdkleur hebben.
In het blauwe gebied wordt Neder-Duits gesproken.
Rood is het gebied waar Beiers wordt gesproken.
|
|
|
|
In fonetisch schrift kun je heel precies opschrijven hoe
woorden uitgesproken worden. Daarna kun je nauwkeurige metingen doen.
|
|
|
| |
|
M |
ä |
d |
l |
e |
| |
0 |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
| M |
1 |
0 |
1 |
2 |
3 |
4 |
| a |
2 |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
| d |
3 |
2 |
3 |
2 |
3 |
4 |
| l |
4 |
3 |
4 |
3 |
2 |
3 |
Je kunt de afstand tussen twee woorden meten door te tellen
hoeveel veranderingen er nodig zijn om het ene woord te
veranderen in het andere woord.
|
|
|
Het maken van dialectkaarten is van oudsher handwerk.
|
|
|