Literatuur, Paper, Referaat, Co-referaat , Slotwerkstuk
Rotterdam vs. Amsterdam
Paper Bijlmerramp NRC Handelsblad – Het Parool 5-9 oktober 1992
Inleiding
Het is maandag 5 oktober 1992. Terwijl resten van de flats Klein Kruitberg en Groeneveen nog nasmeulen in de Bijlmer, rollen ‘s middags de twee landelijke avondkranten Het Parool en NRC Handelsblad van de persen. "Meer dan 200 doden bij ramp" kopt Het Parool over de volle breedte van de voorpagina, boven een grote foto van de ravage. Het NRC houdt het op "Vrees voor meer dan 200 doden na vliegramp", opent links, rechts foto. In de dagen die volgen zal Het Parool veel meer ruimte wijden aan de ramp dan de Rotterdamse collega.
Het Parool staat bekend als een landelijke krant met een regionaal, Amsterdams tintje. De regionalisering van de krant is in het tijdperk-Van Nieuwkerk verder versterkt. Van NRC Handelsblad wordt gezegd dat het een ingetogen, afstandelijke en bij uitstek nationale, zelfs internationale krant is. Hoe gingen beide kranten om met een vliegtuigcrash in Amsterdam? Welke journalistieke keuzes zijn er gemaakt? En wat voor een gevolgen had de locatie? Werd het nieuws ‘geregionaliseerd’ of bleef er sprake van een nationale ramp?
Voor beantwoording van deze vragen waarvan de laatste het belangrijkste is, is een onderverdeling in subvragen noodzakelijk om tot een gedegen inzicht in de verschillen van journalistieke aanpak te komen. Niet alleen de mate van aandacht is van belang (het aantal pagina’s, de hoeveelheid artikelen, foto’s en graphics) maar ook hoe die aandacht werd ingevuld. Werd er gebruik gemaakt van ‘droge’ nieuwsverslagen of hadden sfeerverhalen prioriteit? Werden er veel analyses en reportages gemaakt, of juist niet? Hoe werden de politieke en technische aspecten van de ramp belicht? Hoe gingen de kranten om met de foutieve informatie die verstrekt werd? Hoeveel commentaar op de ramp verscheen in de kranten? Waren er specials? In het eindonderzoek zal gekozen worden voor een duidelijk aantal vragen als onderverdeling van de centrale vraagstelling: in hoeverre had de ramp een ‘regionaal’ karakter in de beide kranten?
Ik heb gekozen voor Het Parool en NRC Handelsblad omdat ze beide te boek staan als ‘kwaliteitskrant’. Echter, de redacties zetelen respectievelijk in Amsterdam en in Rotterdam. Dit heeft gevolgen voor journalistieke keuzes, helemaal al omdat Het Parool een voornamelijk Amsterdams lezerspubliek heeft. Vanwege het regionale karakter van de ramp komen deze journalistieke keuzes extra naar voren en dit vormt een goede grond om het onderzoek te concentreren op deze twee dagbladen.
Een verdoemde vlucht
Slechts elf minuten duurt de rampvlucht EL AL 1862 van zondag 4 oktober 1992. "Mayday, mayday," klinkt het om twee voor half zeven, "we have an emergency." Captain Y. Fuchs heeft gemerkt dat motor 3 in brand staat en meldt dit aan de verkeerstoren. In werkelijkheid verliest hij de twee rechtermotoren boven het Gooimeer. De binnenste motor 3 is losgeschoten door een defecte borgpen en sleurt in zijn val motor 4 mee. Even later meldt Fuchs: "El Al lost number 3 and number 4 engine." Het is nu nog steeds onduidelijk of hij het uitvallen of het daadwerkelijk verliezen van de motoren bedoelde.
De bemanning loost tienduizenden liters kerosine en keert terug naar Schiphol om een noodlanding te maken op runway 27, de Buitenveldertbaan. Naar alle waarschijnlijkheid overweegt Fuchs geen enkel moment een landing op het Ijsselmeer. Maar voor een succesvolle landing op baan 27 vliegt de Boeing te hoog, te hard en staat er te veel wind. Er is geen andere optie voor Fuchs om toch door te zetten.
Hij haalt het niet. Elf kilometer voor het begin van de Buitenveldertbaan tuimelt de 747-400 naar beneden. "Going down, going down," klinkt het in paniek. Het uitschuiven van de flaps, noodzakelijk voor de landing, heeft het vliegtuig onbestuurbaar gemaakt. Een extra thrust op de overgebleven motoren brengt de Boeing helemaal in onbalans. Om vijf over half zeven crasht de jumbo 4X-AXG in de flats Groeneveen en Klein Kruitberg. 39 Mensen in en nabij de flats komen om het leven, evenals de vier inzittenden van het ramptoestel.
De oorzaak is vrij snel duidelijk voor de vooronderzoeker H. Wolleswinkel van de Rijksluchtvaartdienst: de afgebroken borgpen. Honderden jumbo’s moeten aangepast worden want de ramp kan zich herhalen. In de Bijlmer zit men echter met de gebakken peren. Duizenden mensen voelen zich na de ramp ziek. Wellicht komt dit door het verarmd uranium dat in het vliegtuig zit of misschien is de chemische lading in het vliegtuig oorzaak van hun symptomen. Elsevier van dit jaar weet echter het antwoord: de ‘Bijlmerslachtoffers’ zijn ziek geworden door alle onware verhalen in de pers. Bang gemaakt door complottheorieën hebben zij een posttraumatisch stress syndroom opgelopen. Deze psychosociale stress kan inderdaad klachten als vermoeidheid, hoofdpijn en slaapproblemen veroorzaken. De Bijlmerenquête, gehouden in 1999, kon de onrust niet wegnemen ondanks de ontzenuwing van vele geruchten over ‘mannen in witte pakken’ en explosieven in het vliegtuig.
Twee kranten
Het Parool is zoals bekend gestart als een verzetskrant. Op 25 juli 1940 verscheen van de hand van Pieter ‘t Hoen een nieuwsbrief, getiteld ‘Na den Duitschen Inval’. ‘t Hoen was in werkelijkheid de Amsterdamse journalist Frans Goedhart. Zijn pamflet groeide binnen een jaar uit tot een heuse krant: Het Parool – Vrij Onverveerd. De krant had van het begin af een meer journalistieke inslag dan de nieuwsbrief en bevatte opiniestukken en reportages. Samen met andere verzetsbladen als Trouw en Vrij Nederland gaf Het Parool de broodnodige informatie over het verloop van de oorlog, en niet zonder risico. Verschillende redacteuren zijn geëxecuteerd.
Op 6 mei 1945 verscheen de laatste illegale editie, nummer 99. Een dag later kwam Het Parool bovengronds uit en werd voortaan uitgegeven door de stichting Het Parool. Sinds juni 1968 maakt de krant deel uit van Perscombinatie. Het Parool heeft in zijn historie aardig wat problemen gekend en niet alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1989 voerde de krant een drastische restyling door; het logo met de met elkaar verstrengelde o-tjes werd vervangen door het huidige logo. Onder leiding van Sytze van der Zee moest Het Parool uit het dal worden gehaald. Perscombinatie had in de jaren tachtig hard gesaneerd, ook bij Het Parool.
De Amsterdamse krant bezette met zijn regionale karakter een aparte plaats in het Nederlandse medialandschap. Dit werd versterkt door de bijdragen van vele befaamde journalisten en schrijvers. Carmiggelt en Het Parool zijn bijna synoniemen. Een zekere Annie Schmidt werd in 1946 Hoofd Documentatie. De broers Karel en Gerard van het Reve waren al sinds de verzetstijd aan Het Parool verbonden. Deze en andere journalisten maakten van Het Parool een krant met een vechtersmentaliteit.
Het Amsterdamse perspectief is in de jaren negentig verder versterkt onder de leiding van Matthijs van Nieuwkerk. Het supplement ‘PS’ wordt nu dagelijks bij de krant gevoegd. De vernieuwing die is doorgoevoerd heeft de verdere daling van de oplage echter niet kunnen voorkomen. Vanaf de jaren zeventig staat Het Parool al onder druk; in het tweede kwartaal van dit jaar is het oplagecijfer verder gedaald tot 88.500. Het imago van leidend orgaan van de progressieve pers spreekt lezers kennelijk steeds minder aan.
NRC Handelsblad kent een geheel andere geschiedenis dan Het Parool. In 1970 ontstaan door een fusie tussen de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad, beide integere en liberale dagbladen, ontpopte NRC Handelsblad zich als een opiniërende en gezaghebbende krant. Al eerder hadden de kranten toenadering gezocht en in 1964 gingen de uitgevers samen. In de jaren zestig ging het echter steeds slechter met beide kranten. De komst van een nieuwe pers met grotere capaciteit maakte een fusie mogelijk en zo geschiedde. De oplage bedroeg toen tezamen circa 105 duizend. Inmiddels is die gestegen tot circa kwart miljoen exemplaren.
Van het Algemeen Handelsblad, dat uit Amsterdam stamde, rest nog slechts de Amsterdamse redactie. NRC Handelsblad heeft als fusiekrant zijn eigen speerpunten ontwikkeld. De buitenlandverslaggeving wordt geroemd evenals de bijlagen Boeken, Cultureel Supplement en Wetenschap & Onderwijs. De opiniepagina’s zijn beroemd en berucht en dat bleek weer begin dit jaar. Publicist Paul Scheffer publiceerde zijn opus magnum ‘Het multiculturele drama’ dat een groot publiek debat uitlokte. Er werd zelfs een Kamerdebat aan gewijd.
Onder de huidige leiding van Folkert Jensma is het NRC een ontzuilde krant gebleven en dat was ook zijn streven. Legendarische redacteuren zijn nog steeds verbonden aan de krant. Journalist van de Eeuw H.J.A. Hofland publiceert elke week wel een paar stukken. ‘Dezer dagen’ van J.L. Heldring is nog steeds scherpzinnnig, met name over het Europa-debat. Diplomatiek redacteur J.M. Bik begeeft zich nog immer in de kringen van BZ, Robert van de Roer doet dat bij de internationale organisaties. Geert Mak, Hubert Smeets, Elsbeth Etty, Raymond van den Boogaard en Bastiaan Bommeljé versterken het historische perspectief van de krant.
Eerste inventarisatie
Een eerste blik op de kranten van 5 tot en met 9 oktober 1992 toont dat kwantitatief gezien Het Parool veel meer aandacht aan de ramp heeft besteed. In totaal stonden op 16 pagina’s van het NRC van die week artikelen over de Bijlmer; 8 daarvan zijn betiteld als ‘Vliegramp in Bijlmermeer’. Het Parool wijdde maar liefst 34 pagina’s aan de ramp, waarvan 13 volledig over de ramp. De lead was hier ‘Ramp in de Bijlmer.’ Op donderdag 8 oktober verscheen er zelfs een special; die besloeg 4 pagina’s.
Het NRC plaatste 22 foto’s van de ramp, tegenover 25 bij Het Parool. Naast de foto’s werden er ook infographics gebruikt, 9 bij NRC Handelsblad en slechts 3 bij Het Parool. Opvallend is dat in de eerste editie van Het Parool van maandag 5 oktober een routebeschrijving van de rampvlucht staat met foute informatie. De motoren van de Boeing vielen niet in het Naardermeer, zoals de ochtendkranten meldden, maar in het Gooimeer. In de laatste editie van de krant is deze omissie hersteld. De Rotterdamse krant plaatste tot slot één cartoon, de Amsterdamse twee.
Duidelijke verschillen dus. Dat blijkt nog sterker als een onderzoek van De Journalist er bij wordt gehaald. J. van de Plasse onderzocht de verslaggeving van de zes grootste nationale kranten van maandag 5 oktober tot en met maandag 12 oktober 1992. Het Parool staat bovenaan wat betreft de redactionele ruimte die gebruikt is: 20,2 procent. NRC Handelsblad is laatste met 8,4 procent. Inhoudelijk zullen de kranten nauwkeurig worden bestudeerd in het eindonderzoek. In ieder geval kan al voorzichtig de conclusie getrokken worden dat Het Parool meer aandacht aan de ramp besteedde dan NRC Handelsblad omdat het lezerspubliek van Het Parool dichter bij de ramp stond.
De nasleep van de Bijlmerramp is voor de media overigens een veel belangrijker en controversiëler onderwerp geworden dan de ramp zelf. Het was al vrij snel duidelijk dat een slechte ophanging van de motoren bij de Boeing de directe oorzaak voor de crash zijn. Waarom de piloot koos voor de fatale route over de Bijlmer is nog een raadsel. Wat echter nog veel raadselachtiger is zijn de vele complottheorieën die over de ramp zijn ontstaan. De mannen in witte pakken die door verschillende getuigen zijn gezien zouden leden van de Israelische veiligheidsdienst Mossad zijn. Of waren het Franse technici? En welke lading zat er in het ramptoestel? Bloemen en parfum, verklaarde de regering vrijwel onmiddellijk na de crash.
Vele jaren later publiceerde NRC Handelsblad een deel van de vrachtpapieren. Het toestel bleek een van de grondstoffen voor sarin, gifgas, te vervoeren. De aanwezigheid van verarmd uranium en dioxine in het vliegtuig gaf ook reden tot zorg. Het Bijlmer-syndroom (vele mensen die in de buurt van de crash waren hebben last van chronische vermoeidheid, uitslag en zelfs tumoren) zou wellicht gevolg kunnen zijn van de giftige stoffen. Of is het louter een psychologische aandoening?
Vast staat in ieder geval wel dat journalisten in de jaren na de Bijlmerramp verschillende onware verhalen hebben gepubliceerd, wat de massahysterie alleen maar aanwakkerde. Ten tijde van de parlementaire enquête beschouwden vijfduizend mensen zich als Bijlmerpatiënten.
De Bijlmerenquête heeft een aantal mankementen aan de journalistiek pijnlijk blootgelegd. Door het maatschappelijke proces dat zich vanaf het begin van de verhoren voltrok ontstond er een ware hype waarin media te snel aan de haal gingen met de fragmentarische informatie en ‘onthullingen’ die later niet waar bleken. Climax was natuurlijk het uitkomen van een bandje waarin doodleuk werd vermeld dat het vliegtuig bomvol explosieven zat. Deze informatie werd snel gecorrigeerd – de persoon die dit meldde had de verkeerde vrachtbrieven voor zich – maar het kwaad was al geschied. ‘Zes jaar belazerd’ kopte het Algemeen Dagblad niets ontziend. Eindelijk was er dan duidelijkheid! De complottheorieën bleken wel degelijk grond te hebben. Journalisten roken bloed. Maar helaas, ook deze ‘onthulling’ was fout. Met name Trouw ging een aantal keer de mist in met canards.
Tot slot
De Bijlmerramp vormt het schokkendste dossier in de persgeschiedenis van de jaren negentig. Niet alleen de ramp zelf vormde grond voor veel publicaties maar vooral de nasleep, de complottheorieën en een falende overheid. De parlementaire enquête die een einde moest maken aan de onrust draaide uit op een anti-climax, mede door het optreden van de media.
Uit een eerste inventarisatie van de eerste dagen na de ramp blijkt dat er behoorlijk wat verschillen zijn tussen de verslaglegging van Het Parool en het NRC Handelsblad. Dit nodigt uit tot een verder onderzoek naar de verschillende journalistieke stijlen gebruikt bij de verslaggeving. Dan wordt ook hopelijk duidelijk of de Bijlmerramp voor Het Parool een voornamelijk regionale aangelegenheid was.
De nasleep van de ramp en de rol daarin van de media is een bijzonder interessant onderwerp. Onderzoek daarnaar kan de (on)macht van de journalist goed tonen en kan verhelderen hoe onwaarheden een eigen leven kunnen gaan leiden. Voor dit college is deze vraag echter niet relevant.