Literatuur, Paper, Referaat, Co-referaat , Slotwerkstuk
De Bijlmerramp op televisie
Een onderzoek naar de verschillen tussen berichtgeving van publieke en commerciële omroep
Velen herinneren zich 4 oktober 1992 als ‘die avond dat Gijs Wanders inbrak in Studio Sport’. Even over zeven kwam hij vanuit de Journaal-studio met een vreselijk bericht: een vliegtuig had zich dwars door twee flatgebouwen in de Amsterdamse Bijlmermeer geboord.
Het NOS Journaal was echter niet de enige Nederlandse nieuwsrubriek op televisie die snel verslag deed van de gebeurtenissen. Het commerciële RTL4 bestond inmiddels drie jaar, had een eigen nieuwsbulletin en was razendsnel uitgegroeid tot marktleider. Met dank aan de sterren van Joop van den Ende had het station in oktober 1992 een marktaandeel van 30 procent. Ter vergelijking: Nederland 3 volgde in die maand met 19 procent. De ramp in de Bijlmer was de eerste voor het relatief jonge RTL Nieuws.
Na de aankondiging in 1989 dat het commerciële RTL Véronique vanaf het begin ook een eigen nieuwsrubriek zou hebben, waren er (vooral onder journalisten van de publieke omroep en de gedrukte pers) twijfels over de journalistieke ambities van de rubriek. Een nieuwsprogramma op een commerciële zender zou ongetwijfeld op zoek gaan naar veel en spectaculair binnenlands nieuws, naar emotie en sensatie en in onderwerpkeuze en wijze van verslaggeving vooral geen diepgang en relativering aanbrengen. Weinigen geloofden dat een commercieel station ooit ruimte vrij zou maken voor serieus nieuws. ‘Commercie’, zo vat RTL-verslaggever van het eerste uur Gert van Brakel de sfeer in Hilversum van destijds samen, ‘was bij de collega’s van de publieke omroep een vies woord.’ Tot grote verbazing van menigeen bleek de angst hiervoor en de minachting voor het bulletin en zijn redactie echter voorbarig. Het RTL Nieuws bukte niet. De berichtgeving was betrouwbaar, breed en tegen het saaie aan. Slechts revolutionair was het ferm doorzetten van duopresentatie. En natuurlijk het veelbesproken kapsel van Jeroen Pauw. Met andere woorden: RTL bood een degelijk, buitenlands georiënteerd journaal, weinig sensatie en een professionele, smaakvolle vormgeving.
Toch wordt de in de loop van de afgelopen tien jaar steeds meer veranderende stijl van het NOS Journaal, waarbij minder aandacht is voor autoriteiten en meer voor het ‘menselijk aspect’, voor een groot deel toegeschreven aan de concurrentie met RTL Nieuws. "Als er één constante is aan te wijzen in de berichtgeving door RTL Nieuws, dan is het de aandacht voor het menselijk aspect. Je ziet nu dat Haasbroek [Nico, hoofdredacteur van het NOS Journaal, -tk] probeert om zijn mensen diezelfde manier van denken bij te brengen", aldus Harm Taselaar, hoofdredacteur van RTL Nieuws. "De opkomst sinds 1989 van commerciële audiovisuele journalistiek (…) wordt in verband gebracht met de neiging van (…) de publieke omroep om met effectbejag in de sfeer van emoties de kijkcijfers op peil te houden", stelt hoogleraar communicatiewetenschap Joan Hemels.
Uit bovenstaande blijkt dat niet met zekerheid te zeggen is of RTL zich in haar nieuwsbulletins bovenmatig laat bedienen van emotie en sensatie. In het kader van deze discussie is mijn vraagstelling met betrekking tot de ramp in de Bijlmermeer dan ook de volgende:
In hoeverre waren er verschillen in berichtgeving over de Bijlmerramp tijdens de uitzendingen van het NOS Journaal en RTL Nieuws?
In mijn uiteindelijke onderzoek zal ik mij toeleggen op onder andere de volgende aspecten: de manier waarop de rubrieken berichten over slachtoffers en hun emoties; de wijze waarop wordt omgegaan met autoriteiten; de volgorde van de verschillende items en de hoeveelheid tijd die de bulletins voor een bepaald item uittrekken. Hierop zal ik in parargraaf vijf nog terugkomen.Aangezien bij het RTL-archief nog slechts drie bulletins van twintig minuten beschikbaar zijn, en wel van 5 oktober 1992, moet ik mij helaas beperken tot een vergelijking op één dag. Ik hoop dat ik hieruit toch genoeg relevante gegevens kan halen.
In het vervolg van deze paper zal ik eerst een beschrijving geven van de Bijlmerramp, de nasleep ervan en de rol van de media daarin. Vervolgens komt de geschiedenis van het NOS Journaal en RTL Nieuws tot oktober 1992 aan bod. Daarna zal ik ingaan op de journalistieke cultuur ten tijde van de Bijlmerramp. Ten slotte zal ik toelichten hoe ik mijn onderzoek wil gaan aanpakken.
Tot slot van deze inleiding nog één opmerking: ten tijde van de Bijlmerramp heette de nieuwsrubriek van RTL4 ‘RTL4 Nieuws’. Na de komst van RTL5 in 1993 veranderde dit in ‘RTL Nieuws’. Omdat deze laatste term nu ingeburgerd is, zal ik hem gedurende de rest van deze paper en mijn onderzoek gebruiken.
2. De Bijlmerramp
2.1 De grootste vliegramp van Nederland
"Mayday, mayday, we have an emergency problem!" meldt de gezagsvoerder van El Al-vlucht 1862, acht minuten nadat hij is opgestegen vanaf Schiphol, om 18:28 uur aan de verkeersleiding. Hij heeft dan samen met zijn collega zestien seconden geprobeerd zijn vliegtuig in balans te houden na het horen en voelen van verschillende knallen en schokken. Hun eerste gedachte is dat het toestel getroffen is door een raket van Palestijnse terroristen. Een minuut later meldt hij de verkeerstoren dat het vliegtuig twee motoren verloren heeft en dat hij terug wil naar Schiphol. De verkeersleiding maakt aanvankelijk de van noord naar zuid lopende Kaagbaan vrij, maar de piloot wil landen op de van west naar oost lopende Buitenveldertbaan. Omdat het toestel daar te scheef voor hangt en bovendien nog te hoog vliegt, laat de verkeersleiding het vliegtuig nog een rondje maken, niet wetende dat de motoren niet alleen uitgevallen, maar ook naar beneden gekomen zijn. De kustwacht belt Schiphol om te melden dat schippers op het Gooimeer vallende motoren hebben gezien. "D’r is een motor afgerold of zoiets", vertelt een kustwachter aan de dienstdoende ambtenaar. Als deze merkt hoe hard de verkeersleiding bezig is met de situatie, besluit hij maar niet te storen. Hij weet op dat moment niet dat hij de enige is die op dat moment weet dat de Boeing twee motoren minder aan de vleugels heeft.
Inmiddels zijn er ook problemen met de landingskleppen. De gezagsvoerder meldt dit probleem in alle rust, waaruit kan worden opgemaakt dat behalve Schiphol ook de piloten ervan uitgaan dat het hooguit ‘een moeilijke landing’ zal worden. Maar ook na het extra rondje komt het toestel niet goed voor de landingsbaan. Het ‘schiet te ver door’ en moet dus van koers wijzigen. De piloot maakt dan een fatale fout: hij laat zijn landingskleppen uit terwijl hij niet weet dat hij die aan de rechterkant niet meer allemaal heeft. De Boeing gaat daardoor naar rechts overhellen. Om 18:35 uur geeft de bemanning dit nieuwe probleem door aan de verkeersleiding. "Hij zit dik, dik, dik in de problemen", wordt daar gezegd.
Plotseling praten de twee bemanningsleden met elkaar in het Ivriet. "Trek de landingskleppen op! Omhoog met alle landingskleppen!" roept de gezagsvoerder tegen zijn collega in een poging het toestel weer recht te krijgen. Hierna volgt een langgerekt "Aaaahhhh", het geluid van iemand die een zware krachtsinspanning verricht. "Laat het landingsgestel zakken!" roept een
boordwerktuigkundige aan boord. Maar het heeft allemaal geen zin meer. Het toestel ligt al op zijn kant en begint een snelle duik omlaag."Going down 1862, going down, going down. Copied? Going down" zijn de inmiddels beroemde woorden die de verkeersleiding op Schiphol als laatste doorkrijgt. De gezagsvoerder spreekt ze snel, zonder haperen en vooral rustig uit. Daarna horen de verkeersleiders niets meer. Geen angstkreten, geen laatste schietgebed.
In de flatgebouwen Groeneveen en Kruitberg in de Amsterdamse Bijlmermeer installeren veel bewoners zich intussen voor een avondje voetbal op de televisie. Het is rond etenstijd. Velen komen thuis na een dagje buiten de deur vanwege het zonnige weer. En dan is er, om 18:35 uur, ineens een enorme klap, en tegelijkertijd een explosie, een schokgolf en een vuurzee. De El Al-Boeing heeft zich precies door de kruising van de twee flatgebouwen gedrongen. Direct staan het gecrashte vliegtuig en 135 woningen in de flatgebouwen in lichterlaaie. Bewoners gillen, raken in paniek en velen springen van de balkons enkele meters de diepte in. De grootste ramp in Nederland sinds de watersnoodramp van 1953 is een feit.
Politie en brandweer slaan na de eerste noodmeldingen direct groot alarm. Rond acht uur zijn er op de plaats van de ramp inmiddels honderden ambulances. Het bericht dat een vliegtuig midden in een woonwijk is neergestort, gaat die zondagavond de hele wereld over, waarbij kijkers live getuige zijn van de reddingswerkzaamheden.
Bij het aanbreken van de volgende dag is pas goed zichtbaar wat voor enorme ravage de crash heeft aangericht. Het vliegtuig heeft een enorm gat geslagen in de twee flats. Op de grond ligt een enorme berg rokend puin. De hulpverleners hervatten hun werk. De laatste bluswerkzaamheden worden uitgevoerd en er wordt begonnen met het bergen en identificeren van slachtoffers.
In de op de ramp volgende dagen loopt het dodental niet op, zoals meestal het geval is bij rampen, maar gaat het omlaag. De eerste dag nog meldt het Amsterdamse crisisteam mogelijk 250 doden. Het duurt uiteindelijk drie weken voordat het uiteindelijke dodental wordt vastgesteld op 43: 39 flatbewoners en vier inzittenden van het vliegtuig.
Het onderzoek naar de toedracht van de ramp komt al gauw op gang. Op 16 oktober uit de Rijksluchtvaartdienst twijfels over de conditie van het toestel. De leider van het onderzoeksteam, H. Wolleswinkel, spreekt naar aanleiding van de eerste bevindingen over ‘metaalmoeheid’. Tegelijkertijd gonst het van geruchten over ‘mannen in witte pakken’ die in touringcars gearriveerd waren en tussen de puinhopen naar iets leken te zoeken. Er wordt ook wild gespeculeerd over de lading, die niet zou bestaan uit -zoals de officiële KLM-informatie luidde- parfum, bloemen, groente en fruit, maar uit giftige stoffen, veramrd uranium of wapens. Veel hulpverleners en omwonenden krijgen te kampen met gezondheidsklachten. Het officiële onderzoek komt echter niet met een bevredigende uitslag en veel mensen kregen in de jaren na het ongeluk het idee dat de overheid het een en ander in de doofpot stopt.
Uiteindelijk valt in 1998 het besluit een parlementaire enquête te houden. Tijdens de zittingen komt naar voren dat er wel degelijk gif en explosieven in de Boeing lagen. Bovendien blijkt dat voor het opstijgen bekend was dat het vrachttoestel in buitengewoon slechte conditie was. De commissie beschikt intussen over een rapport van 25 pagina’s met mankementen aan het vliegtuig. De wekenlange verhoren kunnen uiteindelijk veel complottheorieën ontzenuwen. Een van de algemene conclusies was dat veel speculaties en geruchten zijn ontstaan door pure onverschilligheid, nalatigheid van verantwoordelijke verkeersleiders en politici en slechte communicatie tussen diverse instellingen. Of werkelijk de bovenste steen ooit nog boven zal komen, is nog maar de vraag.
2.2 De Bijlmerramp en de pers
Tijdens de nasleep hebben verschillende journalisten, onder wie Vincent Dekker, Pierre Heijboer, Joost Oranje en Rob de Lange pogingen gedaan de ware toedracht van de ramp te achterhalen en vooral het optreden van overheid en luchtvaartmedewerkers aan de kaak te stellen. Toch was er ook veel kritiek op de pers. NRC-journalist Frits Abrahams zei tijdens een door de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) georganiseerd debat in 1999 dat ‘de pers in grote lijnen bij het behandelen van de Bijlmerramp af en toe te ver doorgeschoten is’. Een mooi voorbeeld van de discussie over de opstelling van de pers na de ramp vormt een gesprek tussen Dekker en mediaonderzoeker Peter Vasterman tijdens het NVJ-debat.
Dekker: ‘Ik check grondig. En ik publiceer zeker lang niet alles zomaar. Soms houd ik bepaalde gegevens jarenlang onder me. Als ik bijvoorbeeld hoor dat er verschillende mensen aan kanker zijn gestorven, zal ik dat zeker niet zomaar in de krant zetten.’
Vasterman: ‘Dat er plutonium aan boord zou zijn geweest is uitgesloten. Daar moet je niet over schrijven zonder harde aanwijzingen. Als jij dan, gebaseerd op anonieme bronnen, schrijft dat er bij de recherche mensen van dat onderzoek zijn afgehaald, suggereer je dat er wel degelijk een fundament is voor dat plutoniumverhaal.’
Dekker: ‘Dat verhaal heb ik vier jaar lang onder de pet gehouden. Toen in oktober 1998 NRC Handelsblad met z’n onthulling kwam over de grondstof voor sarin die zich in de bagageruimte bevond, dacht ik: nu publiceer ik het. Hoewel ik nog steeds denk dat er een dergelijke lading ingezeten kan hebben, geef ik toe dat de publicatie toen voorbarig is geweest.’
Ook op de berichtgeving over de Bijlmerenquête was veel kritiek. De media zouden te veel belust zijn geweest op sensatie en uit de verhoren die gedeelten hebben uitgezonden die tot de meeste beroering zouden leiden. Zo las commissielid Augusteijn tijdens het verhoor van een lid van de luchtverkeersleiding een lijst van gevaarlijke stoffen voor die in het vliegtuig zouden hebben gelegen (de zogenaamde ‘onder-de-pet-affaire’). Dit werd in de media breed uitgemeten. Dat een getuige diezelfde middag verklaarde dat die stoffen allemaal al waren uitgeladen op Schiphol voordat het vliegtuig opsteeg, kreeg in de televisiejournaals die avond nauwelijks aandacht.
3. Het NOS Journaal
Het Journaal is de afgelopen decennia hét gezichtsbepalende programma van de Nederlandse televisie geweest. Aanvankelijk vormt deze rubeiek het begin van de uitzendavond, tegenwoordig zijn er talloze uitzendingen gedurende de hele dag.
Vanaf 5 januari 1956 komt de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) met een eigen Journaal. Het drie keer per week om acht uur uitgezonden bulletin is min of meer een voortzetting van het Polygoonjournaal: gefilmd beeldnieuws, van toelichting voorzien door een buiten beeld blijvende commentator. Het inzetten van een nieuwslezer is van hogerhand verboden; dit zou tegen het zere been van de radionieuwslezers zijn. De rubriek bevat meer buitenlandse dan binnenlandse onderwerpen. Bovendien is er veel aandacht voor ‘zacht’ nieuws: sport, extreme weersomstandigheden, mode en royalty.
Hoofdredacteur is op dat moment Carel Enkelaar, ex-televisierecensent bij de Volkskrant. Hij bevindt zich in een onmogelijke positie. Enerzijds kan hij zonder nieuwslezer nooit inspringen op de actualiteit, anderzijds wordt hij steeds op de vingers getikt door een ‘begeleidingscommissie’ bestaande uit vertegenwoordigers van de verschillende omroepen. Zij zijn meer geïnteresseerd in onderwerpen die voor hun achterban belangrijk zijn dan in een brede, onafhankelijke nieuwsrubriek. Bovendien duurt het lang voordat het buitenlandse nieuws binnen is, aangezien het in filmblikken moet worden ingevlogen. Ondanks de gebreken is de buitenwereld, zelfs uiteindelijk de kranten, buitengewoon tevreden.
In 1957 wordt het in beeld brengen van een nieuwslezer toegestaan om de onderwerpen aan te kondigen en om ook berichten waarbij geen beeld voor handen is voor te lezen. In de daarop volgende jaren komen er meer uitzendingen per week, maar het zal tot 1963 duren voor er elke dag een bulletin is. In dat jaar worden ook als ‘dagafsluiter’ elke dag korte Journaals uitgezonden. Buitenlands beeld verkrijgt de redactie inmiddels via het door Enkelaar opgezette Europese uitwisselingsstelsel Eurovisie. Het in beeld komen van het bordje ‘Wegens mist op Schiphol vandaag geen buitenlands nieuws’ behoort daarmee tot het verleden.
De begeleidingscommissie wordt in 1961 afgeschaft, maar als enkele jaren de televisie definitief doorbreekt, eisen de omroepen weer meer invloed. Zij willen dat het Journaal het nieuws sec en zonder toevoegingen brengt, zodat de actualiteitenrubrieken voor het commentaar en de achtergronden kunnen zorgen. In 1963, na het aantreden van de nieuwe hoofdredacteur Dick Simons, afkomstig van de NCRV, komt ook van buiten de pers steeds meer kritiek op het Journaal. Het zou te slaafs het nieuws volgen, traag zijn en een gebrek aan improvisatievermogen en primeurs hebben. Zo blijft de moord op de Amerikaanse president Kennedy in het Journaal vrijwel onopgemerkt. Hevige knokpartijen tussen de Amsterdamse politie en provo’s zijn ‘te controversieel’. De Journaalmedewerkers vinden de situatie onwerkbaar. Ze beklagen zich vooral over de ‘onbelangrijke’ onderwerpen in het Journaal (brandjes en botsingen te land, ter zee en in de lucht) maar ook over het feit dat ze buiten iedere beslissing gehouden worden.
In 1969 treedt de Omroepwet in werking. De NTS heet vanaf dan de Nederlandse Omroep Stichting (NOS) en het de omroepen hebben niet langer een meerderheid van stemmen in de NOS. Het Journaal krijgt bovendien de taak ‘de actualiteit in zodanige samenhang met andere feitelijkheden te presenteren dat zij door het publiek kan worden begrepen.’ Dit zorgt voor grote veranderingen in de bulletins. In de jaren zeventig hebben de onderwerpen niet langer ongeveer dezelfde lengte. Bovendien kondigt de nieuwslezer aan het begin van de uitzending de hoofdpunten aan en is hij prominent bij vrijwel elk onderwerp in beeld. Daarnaast wordt het
door middel van het gebruik van nieuwe technieken mogelijk naast de presentator een achtergrondplaatje toe te voegen. De betiteling gebeurt verder niet langer met kaarten, maar elektronisch. Ook wordt in 1973 de autocue geïntroduceerd, waardoor de nieuwslezer het nieuws kan voorlezen terwijl hij in de camera kijkt. De redactie wordt gesplitst in deel voor binnenlands en een deel voor buitenlands nieuws. Er komt sociaal economische redactie en een politiek commentator in 1976 en bovendien krijgt het Journaal een nieuwe hoofdredacteur: Ed van Westerloo, tot die tijd eindredacteur van KRO’s Brandpunt.De inhoud van het Journaal wordt in eind jaren ’70 steeds journalistieker. Er komt een eind aan de filmische aanpak die een zorgvuldige montage en dus lange productietijd vereisen. Er komen meer grafische beelden op de buis. Het buitenlandse nieuws, dat zo makkelijk via Eurovisie binnenloopt, wordt veel minder belangrijk dan het binnenlandse. Er is minder aandacht voor ‘agendanieuws’. De presentatie wordt iets minder formeel. De nieuwe generatie medewerkers richt zich meer op het nieuws dan op het medium televisie.
Vanaf de jaren ’80 gaat de verslaggever op locatie een belangrijke rol spelen. Er wordt tussen hem en de nieuwslezer veel geschakeld. Er komen steeds meer onderwerpen in het Journaal. In 1984 start een nieuw bulletin om halfzes met een eigen, bij de veronderstelde kijkerswensen aansluitende stijl: los en informeel, met flitsend gemonteerde headlines, live gesprekken en menselijke reportages, waarin ‘de grote nieuwsontwikkelingen van de dag doorvertaald worden naar hun gevolgen voor de burgers’. Deze Journaals zijn aanvankelijk met tot twee miljoen kijkers per dag zeer succesvol, maar de daling zet al na twee jaar in, vooral door concurrentie van middagtelevisie op de andere netten. In 1990 verdwijnt het bulletin uiteindelijk van de buis.
De in 1985 aangetreden hoofdredacteur Peter Brusse -tot die tijd correspondent in Londen- wordt wegens een gebrek aan managementcapaciteiten twee jaar later al weer opgevolgd door Gerard van der Wulp, voorheen chef van de Haagse Journaalredactie. Hij vindt dat de nieuwsrubriek ‘sneller, beter en spannender’ moet. Binnen korte tijd reorganiseert hij de hele redactie. Redacteuren krijgen een andere functie en per bulletin wordt een apart team geformeerd om onderlinge concurrentie te stimuleren.
De aankondiging in 1989 dat er twee commerciële zenders in de lucht zullen komen, het sterrennet van Joop van den Ende, TV10, en RTL Véronique, die elk een eigen nieuwsprogramma zouden hebben, zorgt in Hilversum voor ware paniek. Bovendien richt de NOS in die tijd een eigen achtergrondrubriek op, NOS Laat. Deze initiatieven zorgen voor een ware uittocht van redactieleden en presentatoren van het Journaal, dat in één klap een kwart van haar redacteuren verliest. Vooral het vertrek van werknemers naar de commerciëlen komt als een klap. Ze krijgen het vooruitzicht een ambitie te kunnen waarmaken die bij het NOS Journaal onvervulbaar lijkt. Harmen Siezen is bijvoorbeeld gefrustreerd omdat hij bij het Journaal geen vaste presentator van het belangrijke Acht Uur Journaal is. De leegloop lijkt catastrofale gevolgen te hebben als vanaf 6 oktober 1989 de grootste nieuwsexplosie sinds de Tweede Wereldoorlog plaatsvindt: de omwentelingen in Oost-Europa. Voor de beginnende redacteuren is de last nauwelijks te dragen. Nieuwe verslaggevers kunnen niet met ervaren collega’s meelopen maar moeten direct in hun eentje een revolutie verslaan. Gelukkig heeft het Journaal in oktober niet veel concurrentie. RTL Véronique leidt een marginaal bestaan en TV10, dat door de sterren van Joop van den Ende aanvankelijk met veel angst werd gevolgd, heeft niet eens een uitzendlicentie gekregen. Een aantal redacteuren en Harmen Siezen (voor de helft van zijn TV10-salaris) keren weer terug naar het Journaal. Toch duurt het tot eind 1990 voor de redactie weer beschikt over genoeg gespecialiseerde redacteuren en technici.
Begin 1990 komt de concurrentie wel op gang. RTL Véronique koopt de sterren van TV10, heet voortaan RTL4 en haalt direct spectaculaire marktaandelen. Het station plaatst het razendpopulaire Rad van Fortuin tegenover het Journaal, dat zodoende gemiddeld acht procent marktaandeel verliest. "Heel droevig", vindt Van der Wulp, "Niemand had verwacht dat dit zou gebeuren. Het zit ‘m in ieder geval niet in ons product."
De NOS zint op manieren om toch zo veel mogelijk kijkers aan het Journaal te blijven binden. Hiertoe komt er een grotere spreiding van de uitzendingen; ook ’s middags zijn er nu bulletins.
Het duurt tot 1992 voordat er ochtendjournaals komen in antwoord op de concurrent, die al vanaf de start het Ontbijtnieuws heeft. Door het over de hele dag uitsmeren van de uitzendingen behoudt het Journaal als geheel zijn leidende positie in de Nederlandse nieuwsvoorziening. Samen behalen de lange bulletins (vier uur, acht uur, tien uur) met zo’n vier miljoen kijkers even hoge kijkdichtheden als het Acht Uur Journaal in hoogtijdagen.Het Journaal kan aan het begin van de jaren ’90 steeds meer beschikken over moderne transmissiemiddelen. Door de inzet van satellietwagens, twee en soms wel drie per dag, is de NOS live aanwezig bij de meeste belangrijke gebeurtenissen in eigen land, en vaak ook in het buitenland.
4. RTL Nieuws
Als in 1989 voorbereidingen worden getroffen voor twee nieuwe televisiezenders, is het duidelijk dat deze ook met een eigen nieuwsbulletin willen komen. Beide stations beschikken aanvankelijk niet over journalisten en dus luidt het devies: koop de beste journalisten weg bij de publieken. TV10 plundert, zoals eerder vermeld, de redactie van het NOS Journaal. Bij RTL Véronique ziet het er aanvankelijk allemaal minder spraakmakend uit. Jeroen Pauw (van de VARA-radio) wordt uitgekozen vanwege zijn fraaie stemgeluid. Sander Simons (KRO) en Loretta Schrijver, presentatrice bij Veronica Nieuwsradio, komen ook. Mede-oprichter Ruud Hendriks vraagt, om het geheel nog enig cachet te geven, zijn goede vriend Jaap van Meekren ook om AVRO’s Televizier te verlaten en drie dagen per week het nieuws te komen lezen. Het scheelt weinig of ook Paul Witteman maakt de overstap, maar die voelt zich toch te veel verbonden met de VARA. Hendriks, zelf inmiddels ex-journalist, vraagt NRC-correspondent Rik Rensen, die geen tv-ervaring heeft, hoofdredacteur te worden. De twee kennen elkaar nog van een reportage in Italië.
Rensen wil het ingeslapen NOS Journaal wakker schudden. Het moet allemaal sneller, flitsender, minder autoriteit-gevoelig, brutaler en eigenzinniger – kortom: Amerikaanser. "Ik wilde tegenover dat NOS Journaal een hard nieuwsbulletin zetten. Harder nieuws en niet al die flauwekul. Feitelijk zijn en tegelijkertijd zorgen voor een aantrekkelijke presentatie", vertelt Rensen in 1994 aan de Journalist. Dubbelpresentatie is bedoeld om de aandacht van de kijkers vast te houden.
Commerciële televisie is in Nederland verboden en dus hebben beide stations gekozen voor een zogenaamde U-bocht-constructie, waarbij programma’s vanuit Nederland naar Luxemburg worden opgestraald en vervolgens weer terug naar Nederland. De beroering is groot als het Commissariaat voor de Media op 28 september besluit dat RTL Véronique wel mag gaan uitzenden maar TV10 niet. Véronique, opgezet door onder anderen een aantal bestuurders van (het publieke!) Veronica en de Luxemburgse mediagigant CLT, is een echt Luxemburgs station, omdat wordt samengewerkt met een al bestaande televisiemaatschappij, aldus het Commissariaat. Het is van mening dat TV10 daarentegen slechts in Luxemburg gevestigd is om de Nederlandse wet te omzeilen.
RTL Véronique begint op 2 oktober 1989 om 18:00 uur haar eerste uitzending met het nieuws. Jeroen Pauw leest een soort ‘beginselverklaring’ voor, opgesteld door Jaap van Meekren. Wat volgt is een bulletin van een kwartier gevuld met onderwerpen van ongeveer gelijke lengte maar veelal zonder beeld. Bij een onderwerp over de handel tussen Nederland en de Sovjet-Unie komen slechts de vlaggen van de twee landen in beeld. Over de kwaliteit van dit eerste bulletin is de redactie het snel eens: "Het was brandhout", aldus verslaggever Gert van Brakel.
Het blijft behelpen de eerste maanden. RTL Nieuws beschikt nauwelijks over eigen verslaggevers en is voor een groot deel afhankelijk van buitenlandse beelden die via de news feed binnenkomen. Voordeel is dat het belangrijkste nieuws in die tijd ook vooral uit het buitenland komt. "Als ik die uitzendingen in de begintijd nu terugzie, schaam ik mij diep. Er was heel veel gebrek aan ervaring; de onderwerpen waren veel te lang. Er werd veel te weinig rekening gehouden met hoe je een item moet opbouwen", aldus Rensen vijf jaar later over die tijd.
De kijkcijfers van het (belangrijkste) Avondnieuws om 19:30 uur zijn de eerste maanden met zo’n twee procent kijkdichtheid laag. Hier komt echter verandering in als RTL4 de sterren van TV10 overneemt. Beoogd TV10-omroepster Vivian Boelen komt naast Jaap van Meekren aan de nieuwsdesk te zitten. Het is aanvankelijk de bedoeling de nieuwsredacties van beide stations te integreren, maar Rensen steekt hier een stokje voor. "Of ik maar even een flink aantal contractanten wilde ontslaan om plaats te maken voor de voor veel geld bij de publieke omroep weggekochte paradepaardjes uit zijn [Joop van den Endes, -tk] nieuwsstal. Dat wilde ik dus niet", zei hij in 1999.
Het marktaandeel van de zender explodeert en de kijkers weten derhalve het RTL Nieuws nu ook te vinden. Halverwege 1990 scoort het belangrijkste bulletin al 6,7 procent. Voor het grootste deel is dit het gevolg van een ‘doorkijkeffect’: kijkers hebben hun televisie de hele tijd op RTL4 staan. Dit effect wordt alleen maar groter als de zender begint met de dagelijkse soap Goede Tijden, Slechte Tijden en deze tegenover het Acht Uur Journaal van de NOS plaatst. De combinatie Rad van Fortuin (door de komst van GTST naar 19:00 uur verschoven) – Avondnieuws – Goede Tijden, Slechte Tijden blijkt enorm aan te slaan.
Het eerste echte wapenfeit van RTL Nieuws komt begin 1991. Vanaf het begin heeft RTL4 korte bulletins in het ontbijtprogramma. Zodoende is er ’s nachts een redactie die adequaat kan reageren op calamiteiten. Op 16 januari breekt de Golfoorlog uit en RTL Nieuws is veel eerder in de lucht dan de publieke collega’s. De programmaleiding laat dan ook geen mogelijkheid onbenut om haar nieuwsprogramma als sneller en alerter te bestempelen dan de grotere en financieel draagkrachtiger concurrent.
Na twee jaar wordt de redactie ervarener en kan het RTL Nieuws beter met het Journaal vergeleken worden. Het bulletin van de commerciële zender presenteert een beeld van de wereld waarin Nederland en West-Europa minder dominant aanwezig zijn. Bovendien ligt er een grote nadruk op gesproken politiek en economisch nieuws, waarvan de vraag is of de gemiddelde (lager opgeleide) RTL-kijker het wel begrijpt. Nog steeds speelt echter mee dat de nieuwslezers zo vaak in beeld zijn vanwege het ontbreken van een audiovisueel archief en het geld voor al te veel reportages. Hoofdredacteur Rensen heeft inmiddels een duidelijk beeld voor ogen. Hij wil niet zo ‘neerbuigend’ doen tegen de kijker als het NOS Journaal, waarvan hij vindt dat het de kijkers als ‘dom’ behandelt. "Een kwartier of twintig minuten nieuws kan de Nederlander heel goed hebben. Mits de balans in het bulletin goed is. Je moet het lef hebben om een nieuws-item weg te gooien om plaats te maken voor een feature over een interessant onderwerp." RTL Nieuws heeft een eigen netwerk van buitenlandse correspondenten dat vaak voor achtergrondverhalen en reportages wordt ingezet, waar de NOS-collega’s veelal alleen nieuwsfeiten brengen. Amerika-correspondent Max Westerman, standplaats New York, wordt vanwege zijn reportages ‘in den lande’, waar Paul Snijder vaak in de studio in Washington blijft zitten.
De kijkcijfers van RTL Nieuws blijven stijgen, maar tegen een nationaal instituut als het NOS Journaal is moeilijk op te boksen. Dat deze rubriek verreweg de belangrijkste nieuwsbron voor
Nederlanders is, blijkt eens te meer na de Bijlmerramp, wanneer kijkers massaal zappen naar de publieke omroep.5. Het onderzoek
In deze paragraaf zal ik aangeven hoe ik mijn verdere onderzoek aan wil pakken.
Zoals eerder in de inleiding vermeld, zijn er van RTL Nieuws nog drie uitzendingen, alle van 5 oktober, de dag na de ramp. Het betreft het Ontbijtnieuws van 8:00 uur, een extra uitzending om 12:00 uur en het Avondnieuws (19:30 uur). De overige uitzendingen zijn verloren gegaan, zoek of uitgeleend en nooit teruggebracht. Deze bulletins duren alledrie ongeveer twintig minuten. Om de vergelijking zo eerlijk mogelijk te maken, zal ik de NOS Journaals van diezelfde dag om 8:00 uur, 13:00 uur en 20:00 uur analyseren.
Bij het vergelijken gaat het uiteraard om op welke manier vorm wordt gegeven aan de diverse aspecten die aan een ramp verbonden zijn. Waarop wordt de nadruk gelegd? Welk aspect wordt in het bulletin ‘naar voren gehaald’ en/of krijgt de meeste aandacht? Worden er eerst ‘autoriteiten’ aan het woord gelaten of juist de slachtoffers? Wanneer wordt de schuldvraag gesteld? Is de presentator vaak in beeld of doen vooral de beelden ‘het werk’?
Het is interessant de vergelijking tussen de twee rubrieken te maken in de context van de veranderingen die in de vorige twee paragrafen geschetst zijn en de daarmee samenhangende journalistieke stijl in die tijd, die ik hieronder kort toe zal lichten.
Door concurrentie en steeds grotere mogelijkheden van de techniek ontstaat er begin jaren ‘80/eind jaren ’90 een journalistieke stijl die Huub Wijfjes in zijn college beschrijft als het ‘televisiemodel’. Een aantal aspecten is typisch voor de vorm van dit model. Zo is de presentator, naar Amerikaans voorbeeld, belangrijk en prominent in beeld als ‘anker’ voor het publiek. Verder maken nieuwsrubrieken, na de komst van de satellietwagen, steeds meer gebruik van verslaggevers op locatie die verslag doen van een gebeurtenis of deze toelichten. De techniek maakt het ook mogelijk twee verschillende personen op verschillende locaties in beeld een gesprek met elkaar te laten voeren (split screen). Door het gebruik van chroma key kunnen achtergrondjes naast de presentator geplaatst worden.
Inhoudelijk vereist het televisiemodel dat een onderwerp ‘televisiegeniek’ is. De beschikbaarheid van geschikt, boeiend beeld bij een item is het belangrijkste criterium voor een plaats in de uitzending. Verder moet het onderwerp een vloeiend geheel vormen en niet te lang of te moeilijk zijn. Het moet niet te ver de diepte ingaan, want daarvoor zijn er kranten, is de gedachte. Verder moeten beelden, mede uit concurrentieoogpunt, zo actueel mogelijk zijn; zo mogelijk live. Een snelle, dynamische afwisseling van beelden en items is noodzakelijk om de aandacht van de kijker vast te houden. Hij heeft immers keus uit steeds meer zenders en mag niet in de verleiding komen om weg te zappen. Een van de belangrijkste inhoudelijke kenmerken van het televisiemodel is de dwang om te appelleren aan emotie bij de kijker. Hiertoe is het nieuws steeds meer gericht op de gevolgen ervan voor ‘de mens in de straat’. De kijker moet zich daarmee kunnen identificeren en mee kunnen leven. Gevolg hiervan is dat een onderwerp nieuwswaardiger wordt naarmate het dichterbij de mens staat. Ook komen standpunten zwart-witter naar voren en is bericht en wordt er meer aandacht besteed aan speculaties en confrontaties.
Het is nu de vraag in hoeverre deze kenmerken van de journalistieke stijl in die tijd in de uitzendingen naar voren komen. Het is in ieder geval belangrijk te beseffen dat de Nederlandse televisie in 1992 nog maar net is begonnen aan de periode van het televisiemodel, dat ook anno 2000 nog van toepassing is.
Tot slot van deze paragraaf kom ik nog even terug op de bewering dat het NOS Journaal bij calamiteiten toch dé nieuwsbron is in Nederland. Hieronder staan de kijkcijfers van een aantal extra uitzendingen en ochtendbulletins van het NOS Journaal en RTL Nieuws na de Bijlmerramp. Helaas heb ik van de reguliere bulletins (met uitzondering van het Ontbijtnieuws) nog geen gegevens over RTL4 ontvangen, zodat ik geen vergelijking kan maken met de gebruikelijke Journaal-uitzendingen. Het Acht Uur Journaal trekt op 4 oktober op Nederland 1 en 3 5.060.000 kijkers, hoogstwaarschijnlijk veel meer dan het Avondnieuws van RTL4. Dit laatste programma is wel de eerste ‘volwaardige’ nieuwsrubriek op televisie die met de Bijlmerramp komt, met aan het eind van de uitzending (die dag gepresenteerd door Jaap van Meekren en Vivian Boelen) de eerste beelden van een amateurfilmer. Gijs Wanders mag bij de NOS weliswaar kort inbreken in Studio Sport, maar hij moet tot acht uur wachten voor hij beelden kan tonen in de reguliere uitzending.
|
Programma |
Datum |
Zender |
Tijd |
Aantal kijkers |
|
Journaal extra |
04-10-1992 |
Ned. 2 en 3 |
20:50 – 21:03 |
2.325.000 |
|
Nieuws extra |
04-10-1992 |
RTL4 |
21:05 – 21:13 |
1.730.000 |
|
Journaal |
05-10-1992 |
Ned. 3 |
8:00 – 8:15 |
1.055.000 |
|
Ontbijtnieuws |
05-10-1992 |
RTL4 |
8:00 – 8:25 |
460.000 |
Bron: NOS Kijk- en Luisteronderzoek en Intomart
Overigens is er één tijdstip waarop RTL Nieuws zijn concurrent voorbijstreeft: tijdens de extra bulletins en nieuwsflitsen in de zeer populaire Vijf Uur Show.
Tot slot
Ik heb in voorgaande paragrafen geprobeerd verschillende aspecten die van belang zijn voor mijn onderzoek naar voren te brengen. Sommige zijn hierbij uitvoeriger behandeld dan andere. Zo ben ik relatief diep ingegaan op de geschiedenis van de beide nieuwsrubrieken, de concurrentie die ontstond en de gevolgen daarvan voor de journalistieke cultuur. Ik heb hiervoor gekozen omdat ik denk dat deze gegevens een brede context vormen voor het verdere onderzoek. Het was evenwel moeilijk een scheiding aan te brengen tussen de geschiedenis van de programma’s en de journalistieke cultuur in 1992, aangezien deze sterk met elkaar verweven zijn. Omdat de journalistieke cultuur een belangrijk onderwerp vormt in de rest van mijn onderzoek, heb ik deze toch apart behandeld.
Aan de diverse theorieën en studies die er zijn op het gebied van het spanningsvlak tussen informatie en emotie in het nieuws ben ik min of meer voorbijgegaan. Deze zijn niet minder belangrijk, maar het lijkt mij dat iedereen enigszins wel aanvoelt wat ‘appelleren aan emotie’ inhoudt. Bovendien heeft Esra in haar paper al veel aandacht aan dat onderwerp besteed. Uiteraard zal een en ander wel prominenter aan bod komen in mijn uiteindelijke onderzoek. De hiervoor relevante literatuur staat vermeld in de opgave aan het eind.
Tijdens mijn referaat zal ik op een aantal in de paper besproken zaken dieper ingaan en deze waar nodig toelichten. Bovendien zal ik aan de hand van beelden van de uitzendingen van RTL Nieuws duidelijk maken welke aspecten daarin van belang kunnen zijn voor mijn onderzoek.
Literatuur
Boeken
J. Bardoel, Journalistiek in de informatiesamenleving (Amsterdam 1997)
J. Bardoel e.a., Media: feiten, structuren (Groningen 1994)
M. Becker e.a., Massamedia tussen informatie en emotie (Nijmegen 1999)
P. Contant, De tv-oorlog - De keerzijde van tien jaar commerciële televisie in Nederland (Utrecht 2000)
V. Dekker, Going down, going down... - De ware toedracht van de Bijlmerramp (Amsterdam 1999)
J. Garner, ‘We onderbreken deze uitzending’ (Utrecht 1999)
Ch. Groenhuijsen en A. van Liempt, Live! Macht, missers en meningen van de nieuwsmakers op tv (Den Haag 1995)
P.J.A. Idenburg en Th.J.M. Ruigrok, Commerciële omroep in Nederland – 1951-1991 – Van REM-eiland tot RTL4 (Den Haag 1991)
J. van Meekren, Herinneringen en interviews (Baarn 1998)
Th.A.M. Meijer e.a., Een Beladen Vlucht – Eindrapport Bijlmer Enquête (Den Haag 1999)
A. Snijders, Rap van Fortuin - 22 persoonlijke verhalen van de commerciële radio en televisie (Hilversum 1997)
P. Vasterman en O. Aerden, De context van het nieuws (Groningen 1994)
B. van der Veer, Alles voor de kijkcijfers (Baarn 1998)
H. Wijfjes e.a., Omroep in Nederland - Vijfenzeventig jaar medium en maatschappij, 1919-1994 (Zwolle 1994)
Artikelen
M. Arian en J. van Casteren, ‘Verkeerde lading’ in: De Groene Amsterdammer (26-05-1999)
G. Bolte, ‘NOS-journalisten eisen redactiestatuut’ in: De Journalist 13 (1995) 8
K. Glastra van Loon, ‘Tien jaar RTL-Nieuws. De ambities, de ruzies en de ego’s’ in: Vrij Nederland 39 (1999) 30-32
A. Heuvelman, ‘Vergelijking RTL4-nieuws/NOS-journaal: Een groepsdiscussie in’: Bulletin NOS Kijk- en Luisteronderzoek B91-043 (1991)
J. Kleinijenhuis, ‘Het nieuwsaanbod van NOS en RTL4 en wat kijkers ervan leren’ in: Massacommunicatie 3 (1991) 197-226
A.L. Peeters, ‘Beoordeling van het NOS-journaal en het nieuws van RTL-Véronique’ in: Bulletin NOS Kijk- en Luisteronderzoek B90-015 (1990)
A.L. Peeters, ‘Eind 1990: Beoordeling NOS-journaal en RTL4-nieuws’ in: Bulletin NOS Kijk- en Luisteronderzoek B91-037 (1991)
A.L. Peeters en E. Lohman, ‘Van drie naar vier netten: Consequenties voor het NOS-journaal’ in: Bulletin NOS Kijk- en Luisteronderzoek B91-038 (1991)
S. Tibben, ‘’Going down’ in de huiskamer – De opmars van de tv-graphic’ in: De Journalist 3 (1999) 28-29
D. Versteeg en A. van Dijk, ‘De effecten van vijf jaar RTL Nieuws’ in: De Journalist 17 (1994) 14-19
‘Verkeerde lading’ in: De Groene Amsterdammer, 26-05-1999
Internet
College Huub Wijfjes, Journalistieke stijl bij rtv in historisch perspectief: coo.let.rug.nl/avalon/colleges/colleges.htm
Site van P. Heijboer:
www.het-klankbord.vuurwerk.nl/heijboer.htmSite van Peter Vasterman:
www.journalism.fcj.hvu.nl/mediahypeDossier Bijlmerramp van de NRC Handelsblad:
www.nrc.nl/w2/lab2/enquete/vp.htmlDossier Bijlmerramp van de Volkskrant:
www.volkskrant.nl/volkskrant_oud/dossiers/260005202.html