[Hilde Talstra]

Literatuur, Paper, Referaat, Co-referaat, Slotwerkstuk

 

OPEN DEUREN RAMPZALIG

Een onderzoek naar de berichtgeving in de’kwaliteitskranten’ en de ‘populaire dagbladen’ over de ramp met de Herald of Free Enterprise op 6 maart 1987

 

Een gewone vrijdagavond in 1987

Een gewone vrijdagavond in maart van het jaar 1987. In de haven van de Belgische kustplaats Zeebrugge maakt de veerboot Herald of Free Enterprise zich klaar voor de overtocht naar Dover. Aan boord zijn veel Britse families die met een actie van het dagblad The Sun voor één pond een dagje op het vaste land doorbrachten. In West-Duitsland gelegerde Britse soldaten gaan met verlof in hun vaderland. Vrachtwagenchauffeurs en bemanning maken zich klaar voor de afvaart. Het is iets na zevenen, het weer is rustig en het zicht helder, als de Herald of Free Enterprise koers zet naar Groot-Brittannië.

‘Drama met veerboot’, koppen het Algemeen Dagblad en De Telegraaf de volgende ochtend in de zaterdagkrant van 7 maart. ‘Veerboot kapseist bij Zeebrugge’ schrijft Trouw en de opening van de Volkskrant luidt ‘Veerboot met 633 man kapseist’. De Herald of Free Enterprise is even buiten de haven van Zeebrugge in een razend tempo naar bakboordzijde gekanteld en op zijn zij op een zandbank gezonken. Passagiers en bemanning hebben zich in doodsangst proberen te redden van het stijgende water in het schip, door zich naar het boven de oppervlakte liggende gedeelte te worstelen. De hele nacht zijn helikopters af en aan gevlogen om drenkelingen te redden uit het ijskoude water. Belgische, Britse, Duitse en Nederlandse schepen die in de buurt waren, zijn direct komen helpen om overlevenden uit het zeewater en het wrak te halen. Het waren niet alleen overlevenden. Het aantal lijken bleek de volgende ochtend schrikbarend te zijn.

Hoe kon een grote stevige veerboot op rustig water in enkele momenten kapseizen? Die vraag steekt die zaterdagmorgen de kop op in de kolommen van de dagbladen. En nog weken blijft het gonzen, tot een onderzoeksraad van het Britse Hooggerechtshof met antwoorden komt.

Met welke theorieën komen de Nederlandse dagbladen de eerste dagen na de ramp? Stellen ze kritische vragen aan autoriteiten en betrokkenen? Wordt de veiligheid van veerboten onderwerp van een maatschappelijke discussie? Of krijgen de gevolgen van het drama de journalistieke voorkeur boven de oorzaak? Kunnen de krantenlezers eerder uitvoerig meeleven met het verdriet van slachtoffers en familieleden?

In de openingskoppen van de ‘populaire dagbladen’ Algemeen Dagblad en De Telegraaf en de ‘kwaliteitskranten’ Trouw en de Volkskrant is de ochtend na de ramp al een kleine nuance te vinden. De ‘populaire dagbladen’ bestempelen de gebeurtenis als een ‘drama’, terwijl de ‘kwaliteitskranten’ feitelijk de ‘wie, wat en waar vraag’ beantwoorden. De eerste twee kranten geven een interpretatie van de feiten; er is iets vreselijks gebeurd met een veerboot. ‘Wie zijn er bij betrokken en wat hebben die mensen moeten doorstaan?’, zal de lezer zich onmiddellijk afvragen. Wie de koppen van Trouw en de Volkskrant scant, weet dat een veerboot gekapseisd is en zal zich eerder afvragen hoe dat dan heeft kunnen gebeuren. In de koppen van de ‘populaire dagbladen’ staan de neuzen subtiel gericht naar het menselijk drama, terwijl de ‘kwaliteitskranten’ met de feiten meer praktische vragen oproepen.

Zet die trend zich voort in de grote hoeveelheid artikelen die de dagen daarna over de ramp met de Herald of Free Enterprise verschijnen? Welke verschillen zijn er tussen de ‘kwaliteitskranten’ en de ‘populaire dagbladen’ in de berichtgeving over de ramp met de Herald of Free Enterprise?

Dagbladen in de jaren tachtig

De context van de krantenwereld in de jaren tachtig speelt bij het beantwoorden van die vraag een rol. De dagbladen staan dan aan het begin van een belangrijke ontwikkeling; de professionalisering van de journalistiek. Vooral Trouw en de Volkskrant hebben zich vanaf het eind van de jaren zestig los geworsteld van de traditionele zuilen in Nederland. Het is tijd voor onafhankelijke en objectieve verslaggeving. De Telegraaf en het Algemeen Dagblad profileren zich altijd al als onafhankelijk van elke politieke of religieuze richting.

Aan het begin van de twintigste eeuw vond er een grote verandering in de journalistieke cultuur plaats. De berichtgeving ging van beeldend en kleurrijk naar feitelijk en hard. In de negentiende eeuw heerste de polemiek in de dagbladen. Standpunten en de moraal voerden de boventoon. Daar kwam op de grens van een nieuwe eeuw een einde aan. De penny press in de Verenigde Staten ontwikkelde zich tot een moderne dagbladpers, waarin het nieuws en de politieke onafhankelijkheid centraal stonden. In de jaren twintig ontstond het ‘objectiviteitsideaal’.

In Nederland stagneerde die ontwikkeling door de verzuiling. Dagbladen als de Volkskrant en Trouw waren organen van de Katholieke en Protestantse zuil. De media waren een wapen in de strijd met de andere zuilen en journalisten namen het daarbij niet zo nauw met de objectiviteit. Ze kwamen openhartig voor hun politieke opvattingen uit. ‘Toen de media zuilgebonden waren, hadden journalisten daar vrede mee,’ schrijft Henri Faas, voormalig parlementair redacteur van de dan nog katholieke Volkskrant. ‘Waarom? Nou, gewoon omdat ze zich in hun zuil thuis voelden. De muskieten waren nog termieten.’

Toen de ontzuiling eind jaren zestig begon, kwam het objectiviteitsideaal in Nederland weer om het hoekje kijken. Maar tegelijkertijd waren steeds meer journalisten van mening dat zij op moesten komen voor een maatschappelijke beweging. Een verdeling in links en rechts ontstond, waarbij de linkse journalist zichzelf zag als een activist, die vocht voor de onderdrukten in de samenleving en de rechtse journalist naar absolute objectiviteit streefde. Een overstap van een rechtse krant of omroep naar een linkse was ondenkbaar.

Trouw was in de zestiger jaren van een ‘gesloten’, eng-antirevolutionair dagblad veranderd in een ‘open’ en ‘vrije’ christelijke krant. Dit gebeurde onder leiding van hoofdredacteur Bruins Slot. ‘Men moest afrekenen met ‘de oude schema’s’, zich losmaken van ‘zichzelf, van liberalisme en conservatisme’ en een nieuwe wereld gaan winnen.’ Bruins Slot, die tot dan toe Tweede Kamerlid was voor de ARP, besefte in 1963 dat de twee functies niet te combineren waren. 'Een kamerlid moet geen hoofdredacteur zijn. (…) Het wil zeggen dat een krant een duidelijke eigen identiteit heeft, die informatie geeft, die voorlichting en doorlichting geeft, die commentaar geeft vanuit die eigen identiteit en waarbij de lezer niet hoeft te denken: Nu praat je deze na en nu praat je die na.' Onder Bruins Slot veranderde ook het streng gereformeerde karakter van Trouw. De bijbel werd niet meer gezien als handboek, wetboek of encyclopedie werd. De krant veranderde langzaam van gereformeerd naar algemeen levensbeschouwelijk. ‘Ik ga ervan uit’, stelde Bruins Slot aan de vooravond van het vijfentwintigjarig jubileum van Trouw, ‘dat protestantse christenen over alles geïnformeerd willen worden en niet voorgepreveld willen krijgen, wat ze ervan moeten vinden.’

Het dagblad had zich dus losgemaakt van partij en kerk, maar was zeker niet los van een overtuiging. Trouw had vooruitstrevende opvattingen over kerkelijke en politiek-maatschappelijke kwesties en was duidelijk links. Toch sloeg het blad niet aan bij de jonge protestgeneratie en lieten de confessioneel-gereformeerde lezers het afweten. Commercieel ging het bergafwaarts.

Trouw werd met de komst van hoofdredacteur J. Greven in 1985 minder geëngageerd. In de strijd om de abonnees was besloten de krant een nieuw gezicht te geven. De stijl en opmaak veranderden, maar het meest opvallend was de verplaatsing van de kerkelijke pagina ; niet langer vast op pagina twee, maar zwevend door de krant. Ondanks de geldzorgen werd de krant in de jaren zeventig en tachtig wel in brede kringen steeds meer gerespecteerd als kwaliteitskrant. Het ‘linkse’ ging er met de tijdsgeest af. In de jaren negentig trekt het dagblad met slogans als ‘Trouw houdt je betrokken’ en ‘Trouw luistert’ de lezers die behoefte hebben ‘aan morele en spirituele oriëntatie’. Niet langer specifiek christelijk, maar divers. Een compacte nieuwskrant, met een dagelijks tweede katern over levensbeschouwelijke onderwerpen.

De politieke polarisatie is in 1987, het jaar van de ramp met de Herald of Free Enterprise, sterk afgenomen. De scheidslijn tussen linkse en rechtse journalisten vervaagd. Niet alleen in de kolommen van Trouw is dat te zien. Ook de Volkskrant heeft zich losgemaakt van kerk en partij. In 1965 verdween de onderkop ‘Katholiek dagblad voor Nederland’ en de krant verbrak de banden met de Katholieke Volkspartij (KVP). Vervolgens maakte het dagblad haar informatieve taak ondergeschikt aan maatschappijvernieuwing en ademde de krant onmiskenbaar de sfeer van de Partij van de Arbeid (PvdA). Eind jaren tachtig is die koers weer gewijzigd. Binnen de redactie heeft een democratiseringsproces plaatsgevonden, met als resultaat het redactiestatuut in 1973. Discussies over de taak en het karakter van de krant kwamen op gang. Het primaat van de journalistiek moest hersteld worden. Dit kostte heel wat vergaderingen, conflicten en jaren. Toen in 1982 H. Lockefeer in dienst trad als hoofdredacteur, had de journalistieke en politieke heroriëntatie zijn eindpunt bereikt en kon op een zakelijke en professionele manier worden verder gegaan. De Volkskrant werd veelzijdiger, informatiever en pluriformer.

Het Algemeen Dagblad en de Telegraaf hebben beide geen verzuild verleden. De dagbladen stonden altijd aan de rechtse kant in de tijd van de polarisatie. Onafhankelijkheid stond hoog in het vaandel. Het Algemeen Dagblad wilde een populaire nieuwskrant zijn voor een zo breed mogelijk lezerspubliek. De Telegraaf stond bekend om haar nieuwsgerichtheid. De aandacht ging vooral uit naar binnenlands nieuws met een 'menselijk gezicht'. Zoals de ‘kwaliteitskranten’ zich eind jaren tachtig losmaken van hun duidelijke linkse karakter, wil De Telegraaf ook niet meer overduidelijk te boek staan als rechts. ‘In de eerste plaats wil zij (de top van De Telegraaf, HT) de traditie van neutraliteit van de krant intact laten. De krant denkt niet christelijk, niet liberaal en niet socialistisch. Zij is van huis uit ‘niks’, heeft daarbij behorende mentale en morele lenigheid in de genen zitten en wil dat graag zo houden. Daarbij komt dat een te rechtse koers een deel van het lezerspubliek zou afschrikken.’ Het Algemeen Dagblad wil een positie innemen tussen de Telegraaf en De Volkskrant.

Het verschil tussen de vier dagbladen zit ten tijde van de ramp dus niet meer in politieke hoek. Althans, dat is dan het uitgangspunt van de journalistiek. Bij de lezer houdt het gekleurde beeld nog lang stand. De ‘kwaliteitskranten’ zijn in veler ogen bedoeld voor ‘de intellectuele elite’, de ‘populaire dagbladen’ voor het gewone volk. De journalisten willen in de jaren tachtig in ieder geval allemaal een professionele en objectieve methode van berichtgeving hanteren. Wat is anno 1987 dan wel het verschil in verslaggeving over de scheepsramp tussen de ‘populaire dagbladen’ en de ‘kwaliteitskranten’?

De zaterdagkrant

De vier ochtendbladen hebben zich moeten haasten om het nieuws over het ongeluk met de Herald of Free Enterprise zo compleet mogelijk van de persen te laten rollen. De ramp gebeurde iets na zevenen en de stukken moesten nog diezelfde avond af. De openingsartikelen hangen dan ook van losse onderwerpen aan elkaar. Bij alle dagbladen zijn de verschillende deelonderwerpen te vinden, zoals het aantal opvarenden, de reddingsactie, de slachtoffers, achtergrondinformatie en de oorzaak van de ramp. Er zit een niet noemenswaardig verschil in de getallen, maar de grootste afwijking betreft de volgorde van de items.

Al in de lead vallen de verschillende aandachtspunten op. Het Algemeen Dagblad en de Telegraaf spreken meteen van een ramp, waarbij doden zijn gevallen en nog honderden mensen in levensgevaar zijn. De ‘kwaliteitskranten’ schrijven nog niets over slachtoffers, maar noemen alleen het aantal opvarenden. Trouw vertelt daarbij in de lead over de grootscheepse reddingsactie, terwijl de Volkskrant zich als enige al aan de oorzaak van de ramp waagt. ‘Het schip scheurde open toen het een van de havenpieren raakte bij het verlaten van Zeebrugge. Het kwam op zijn zij te liggen en bleef gedeeltelijk boven water uitsteken.’ De ‘populaire dagbladen’ gaan in hun voorpagina-artikelen nog niet in op de oorzaak van de ramp. De Telegraaf heeft het terloops over ‘de aanvaring’, maar de aandacht gaat in beide kranten uit naar de taferelen rond de reddingsactie en de slachtoffers. Het Algemeen Dagblad laat medici en een geredde vrouw aan het woord komen. ‘Overal waar we keken zagen we dodelijke slachtoffers als gevolg van onderkoeling.’ De Telegraaf noemt de crisisnummers die familieleden kunnen bellen. Trouw is in haar uitspraken voorzichtig; ‘Over slachtoffers was bij het sluiten van deze editie nog niets bekend’ en ‘Berichten dat de ferry een aanvaring zou hebben gehad, werden gisteravond vanuit Zeebrugge tegengesproken. Het schip zou tegen de havendam zijn gebotst. Zelfs een paar uur na de ramp kon men in Zeebrugge over de oorzaak nog geen uitsluitsel geven.’ De krant laat autoriteiten aan het woord en geeft feiten over de situatie, de redders, de veerboot en het vorige ongeluk in Het Kanaal en daar laat ze het voor die zaterdag bij.

De andere dagbladen besteden meer artikelen aan de scheepsramp. De Volkskrant laat na de feitelijkheden en achtergronden in het eerste artikel genoemd te hebben, in het tweede artikel op de voorpagina ooggetuigen aan het woord. ‘Het was in vijf, zes seconden gebeurd. Het schip kantelde plotseling, de lichten gingen uit en het water stroomde ongelofelijk snel naar binnen,’ vertelt een van de geredde bemanningsleden.’ De situatie tijdens het kapseizen en de reddingsactie worden in beeld gebracht.

Het Algemeen Dagblad en De Telegraaf gaan door op respectievelijk pagina vijf en twee. Waar eerst de slachtoffers en redders aan bod kwamen, duikt hier de vraag naar de oorzaak op. ‘Het schip moet het uiteinde van de kilometers lange pier hebben geramd. De zijkant van de romp vertoont een groot gat. De rederij (Townsend Thoresen HT) zegt dat de veerboot is gekapseisd nadat de laadklep aan de voorzijde was opengesprongen en het water snel met grote hoeveelheden binnendrong’, schrijft het Algemeen Dagblad. De Telegraaf is genuanceerder dan de Volkskrant en het Algemeen Dagblad. De krant komt met twee mogelijkheden en als enige met de variant die in de dagen daarna het meest waarschijnlijk lijkt te zijn; de openstaande laaddeuren. ‘De havenautoriteiten in Zeebrugge noemden twee mogelijke oorzaken van het ongeluk. Het schip was achteruit vertrokken, omdat de auto’s aan de voorzijde aan boord gaan. Vervolgens draaide het, om zee te kunnen kiezen. Ofwel tijdens de draai werd een kademuur of een pier geraakt. Ook is het mogelijk dat de laaddeuren niet goed waren afgesloten, waardoor er plotseling een grote hoeveelheid water in de veerboot terecht kwam.’

De ‘populaire dagbladen’ borduren nog even voort op de massale reddingsactie, maar onderscheiden zich vooral door nog wat eigen nieuws te brengen. Het Algemeen Dagblad heeft een Haagse vrachtwagenchauffeur gevonden die op het nippertje aan de dood is ontsnapt. De Telegraaf haalt de Nederlandse Kustwacht, die net is opgezet en aan de ramp een generale repetitie heeft, in een artikeltje naar voren en beschrijft de paniek bij de perswoordvoerder van het Londense hoofdkwartier van rederij Townsend Thoresen, nadat de BBC het verkeerde nummer voor inlichtingen over passagiers heeft uitgezonden. De Telegraaf valt ook op door al met een achtergrondverhaal te komen, over het laatste ongeluk in Het Kanaal in 1982, waarbij ook een veerboot van Townsend Thoresen betrokken was.

Alles onder een nieuwsthema

De berichtgeving over de ramp met de Herald of Free Enterprise is in de daarop volgende dagen zeer uitgebreid. De vier dagbladen besteden zaterdag in tekst minder dan één procent van de redactionele ruimte aan de ramp. Op maandag vullen het Algemeen Dagblad, De Telegraaf en Trouw bijna tien procent van de redactionele ruimte met verhalen over de Herald of Free Enterprise en de Volkskrant 7,7 procent. Dinsdag en woensdag neemt het langzaam af, maar is de ramp nog volop aanwezig in de kolommen (zie figuur 1).

Figuur 1: Aantal procenten redactionele ruimte besteed aan de ramp per krant per dag

De scheepsramp, zo blijkt uit de kranten, heeft vele facetten en levert voldoende stof om de gemoederen nog dagen bezig te houden. Het gaat niet meer alleen over de gebeurtenissen van de zesde maart zelf, maar over een dreigende milieuramp door gif wat op de ‘Herald’ vervoerd werd, over veiligheidseisen, over verantwoordelijkheid en politieke gevolgen. De pers plaatst de ramp met de Herald of Free Enterprise in het kader van een aantal nieuwsthema’s zoals het milieu en veiligheid. Peter Vasterman schrijft in ‘De context van het nieuws’: ‘Als een nieuwsthema eenmaal geboren is, zullen allerlei feiten vanuit dat perspectief worden geselecteerd en in die context geplaatst. De nieuwsthema’s zorgen ervoor dat een (schijnbaar) geïsoleerde gebeurtenis kan worden gezien als een bevestiging of een ontkenning van een trend, een bredere ontwikkeling of een centrale thematiek.’ Doordat journalisten en lezers zich steeds meer fixeren op onderwerpen die bij die nieuwsthema’s passen, ontstaan publiciteitsgolven. Vasterman noemt de ‘incidentele’ en ‘structurele’ publiciteitsgolf, waarbij de eerste term op de berichtgeving rond de ramp van toepassing lijkt. ‘Incidentele publiciteitsgolven ontstaan naar aanleiding van één of enkele opvallende gebeurtenissen en ze zijn qua tijdsduur beperkt, variërend van een week tot en met enkele maanden.’ Een publiciteitsgolf wordt ook wel een mediahype genoemd. De voorbeelden die Peter Vasterman geeft zijn allemaal afkomstig uit de jaren tachtig, waarin men blijkbaar erg gevoelig was voor deze hypes; de institutionele fraude, het broeikaseffect en het gat in de ozonlaag, ‘kustgeweld’ en seksuele kindermishandeling.

Bij de ramp met de Herald of Free Enterprise blijken de openstaande laaddeuren de directe oorzaak van het kapseizen te zijn. De veerboot heeft water geschept en is in enkele minuten uit balans geraakt. De vraag naar de veiligheid van zulke veerboten komt dan onmiddellijk naar voren. ‘Hoe kan dat nou zomaar gebeuren?’, zal de journalist zich afvragen. In de dagen na de ramp blijkt er onder het nieuwsthema ‘veiligheid’ veel meer schuil te gaan achter de oorzaak van het ongeluk. Hoe gaan de ‘populaire dagbladen’ en de kwaliteitskranten daarmee om?

 

De veiligheid van dagelijks tienduizenden passagiers

Het Algemeen Dagblad weet het op maandag 9 maart zeker; de ramp is ontstaan door het niet tijdig sluiten van de laaddeuren. ‘In Zeebrugge hangen scheepvaartautoriteiten hoe langer hoe meer de theorie aan dat de Enterprise bij het uitvaren een zandbank heeft geraakt, daarna uit balans is geraakt en toen door de openstaande deuren van de twee autodekken water heeft geschept’, zegt het openingsartikel. De Telegraaf opent met ‘Gifdreiging uit veerboot’. De autoriteiten in België hebben volgens de krant toegegeven dat zich dioxine in de veerboot bevindt. De krant plaatst de ramp onder het nieuwsthema ‘milieu’ door het met een eerder geval te vergelijken. ‘…een stof die op de hele wereld als de dood wordt gevreesd na de ramp met dit gif in het Italiaanse Seveso.’ Daarna komt de oorzaak pas aan bod; het is nog steeds een raadsel, maar de theorieën spitsen zich toe op de open laaddeuren. De assistent bootsman wordt ten tonele gebracht. ‘Het is mijn schuld, het is mijn schuld. Ik heb ze niet goed op slot gedaan…’, zou hij in het ziekenhuis gegild hebben. Het Algemeen Dagblad besteed met een losse foto aandacht aan het gif; soldaten onderzoeken de vaten die uit het water zijn gevist.

De twee ‘populaire dagbladen’ brengen de scheepsramp op de voorpagina dichter bij de Nederlandse lezer door een artikel te wijden aan het feit dat geen Nederlanders zijn omgekomen (Algemeen Dagblad) en door aan boord te springen bij vader en zoon Pape, die met hun sleepboot levens proberen te redden (De Telegraaf). Die trend zet zich in de rest van de kranten voort. ‘Ik zwom tussen de lijken’, op pagina negen van het Algemeen Dagblad, die helemaal over de ramp gaat, is het verhaal van de slachtoffers, die dramatische beelden op het netvlies hebben staan en van hulpverleners die vochten voor hun leven. Pagina vijf van De Telegraaf is een collage van foto’s van het ‘lijk’ van de ‘Herald’, huilende slachtoffers, ambulancepersoneel in actie en marineduikers. Ook pagina elf van het Algemeen Dagblad is weer in zijn totaliteit gevuld met artikelen over de ramp en bovenaan staat de Haagse vrachtwagenchauffeur, die aan de dood ontsnapte, stralend met zijn vrouw op de foto; voor de krant het gezicht van de ramp. Het hoofdartikel van de pagina gaat over verpleegkundigen in het ziekenhuis van Brugge, die slachtoffers behandelden. Ook in De Telegraaf verschijnt de Haagse chauffeur als het Nederlandse gezicht van de krant. Pagina zeven, die geheel over de ramp gaat, opent met het heldhaftige verhaal van de 20-jarige Jef, vrijwilliger bij het Rode Kruis en de erbarmelijke situatie in de sporthal van Zeebrugge, waar de overledenen voor identificatie zijn opgebaard. De reddingswerkzaamheden van de Nederlandse kustwacht worden in het Algemeen Dagblad ronduit geprezen en op pagina dertien kopt de krant ‘Engeland dankt redders’. De mens staat in de ‘populaire dagbladen’ duidelijk centraal.

Iets minder prominent op de pagina’s, maar zeker wel aanwezig, zijn de kritische vragen. Ten eerste wijden de kranten beide op pagina drie een commentaar aan de ramp. Opvallend is dat de kranten boven de artikeltjes extra benadrukken dat zij niet gebonden zijn aan een richting. Het Algemeen Dagblad met het kopje ‘onafhankelijk’, De Telegraaf met een stukje uit het statuut: ‘Het dagblad De Telegraaf geeft onpartijdig nieuws, zonder gebonden te zijn aan enige staatkundige partij, kerkelijke richting of belangengemeenschap, uitsluitend in dienst van ’s lands belang.’

Het Algemeen Dagblad geeft in het commentaar aan dat menselijk falen een van de mogelijke oorzaken is van de ramp. Maar volgens de krant is er ‘zeker geen aanleiding te veronderstellen dat het systeem van roll-on-roll-off schepen niet deugt. Daarvoor zijn er te veel gunstige ervaringen opgedaan.’ Opvallend omdat onderaan pagina negen een artikel staat met de kop ‘Al eerder twijfel aan veiligheid van veerboten’. Het dagblad stelt wel dat zorgvuldige registratie van passagiers noodzakelijk is en dat het vervoer van giftige stoffen over zee aan zo streng mogelijke voorwaarden gebonden moet worden. Ook De Telegraaf zegt dat er gezien het rustige weer wel een menselijke fout gemaakt moet zijn, ‘ofwel bij de constructie, het onderhoud of de bediening.’ In tegenstelling tot bij het Algemeen Dagblad zijn er wel twijfels over de veiligheid van de veerboten gerezen. ‘Onderzoek zal de oorzaak aan het licht moeten brengen. De veiligheid van de tienduizenden passagiers, die dagelijks in ons werelddeel gebruikmaken van auto-veerboten staat op het spel.’ De ramp heeft beide kranten geschokt.

De Telegraaf zet de kritische toon voort in een artikel op pagina zes. ‘Ons land heeft geen noodplan veerboten’ luidt de kop. In het artikel zegt CDA-kamerlid B. Hennekam dat Nederland maar weinig geld uittrekt voor rampenbestrijding. De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken wil er zelfs drie miljoen gulden op bezuinigen. De Belgische kapitein Colson, lid van de internationale vereniging van gezagvoerders, komt aan het woord, met de kritiek dat de rij-op-rij-af schepen instabiel zijn en gevoelig voor kapseizen. Het ontbreken van tussenschotten om het water tegen te houden is volgens hem funest. De internationale vereniging van gezagvoerders noemde veerboten al eerder ‘drijvende doodskisten’. De vereniging zou daar zeven jaar geleden al een rapport over geschreven hebben, maar geen gehoor hebben gekregen. In een artikel onderaan pagina zeven stelt de krant de vraag of de boten die op de Nederlandse Waddeneilanden varen wel veilig zijn. Ook komt op die pagina de werf, die de Herald of Free Enterprise bouwde aan het woord en citeert De Telegraaf uit de Duitse krant Bild am Sonntag een chauffeur die al op een eerdere trip met de ‘Herald’ open laaddeuren constateerde. Een overzicht van zes ongelukken met veerboten in Het Kanaal geeft de indruk dat de ramp met de Herald of Free Enterprise in een trend past en sterk aan de veiligheid getwijfeld kan worden.

Het Algemeen Dagblad plaatst de ramp in een artikel onderaan pagina negen ook in een reeks. ‘Al in 1953 werd de aandacht op de extra kwetsbaarheid van de luxe veerboten, zoals die in West-Europa varen, gevestigd toen in de Ierse Zee de Pricess Vicoria ten onder ging.’ De ANWB zou al in 1982 gewaarschuwd hebben voor de gevaren op veerboten. Uit een rapport blijkt dat steeds verder gaande concessies zijn gedaan aan de zeewaardigheid om het de reiziger naar de zin te maken. Nu zijn, volgens de krant, in België opnieuw stemmen opgegaan om veerschepen van het rij-op-rij-aftype te verbieden. In een artikel onderaan pagina elf stelt het Algemeen Dagblad dat de haven van Zeebrugge in ieder geval niet onveilig is. Op pagina dertien blijkt ook de Britse premier Thatcher zich zorgen te maken. ‘Het vertrouwen van het publiek moet worden hersteld. Op het ogenblik is de oorzaak van deze verschrikkelijke ramp nog een raadsel. Doch er is geopperd dat er fundamenteel iets mis zou kunnen zijn met het ontwerp van dit soort schepen. Dat moet uitgezocht worden om te zien of veranderingen noodzakelijk zijn.’

De Volkskrant opent maandag met aantallen slachtoffers van de scheepsramp en vermisten en meldt ook in de lead dat het lichten van de veerboot bemoeilijkt wordt door giftige stoffen die aanwezig zijn in het schip. Over de oorzaak van de ramp, zo blijkt uit het vervolg van het artikel, bestaat nog steeds geen duidelijkheid. Maar ‘de deuren zouden tegen de veiligheidsregels in niet gesloten zijn. (…) Bovendien zouden de 36 vrachtwagens niet zijn vastgesjord.’ Ook schrijft de krant dat het gebruikelijke stevige gas geven om buiten de haven vlug snelheid te maken de ‘Herald’ bij onvoldoende gesloten voordeuren mogelijk fataal is geweest. In tegenstelling tot de ‘populaire dagbladen’ geeft de Volkskrant al op de voorpagina aan dat er al langer twijfel bestaat over de veiligheid van rij-op-rij-af schepen. De kritiek van de Belgische kapitein Colson wordt geciteerd. Ook bij het vervoer van chemicaliën op de Herald of Free Enterprise wordt de vraag gesteld of er veiligheidsregels zijn overtreden.

Trouw begint het openingsartikel die dag met de discussie die in België is ontstaan over de veiligheid van moderne veerboten. De Belgische milieuminister De Croo zegt dat aan de internationale eisen is voldaan, maar Trouw schrijft dat de aanwijzingen dat met de veiligheidseisen een loopje is genomen steeds duidelijker worden; de laaddeuren waren open en de vrachtwagens niet vastgesjord. Ook Trouw laat Colson en de internationale vereniging van zeekapiteins aan het woord. ‘Volgens Colson worden veiligheidseisen opgeofferd aan commerciële belangen. Door de moordende concurrentie zijn maatschappijen er op uit de schepen zoveel mogelijk uren te laten maken en het laden en lossen tot een minimum te beperken.’ Ook andere deskundigen spreken hun zorgen uit.

Trouw boeit haar lezers op de voorpagina vervolgens nog met de kop dat ‘18 Nederlanders zijn gered’ en noemt in dat artikel ook de vaten gif die in de ‘Herald’ aanwezig zouden zijn. In tegenstelling tot wat vooral het Algemeen Dagblad schreef, meldt Trouw dat de kritiek op de reddingsoperatie toeneemt. De coördinatie zou niet goed zijn geweest. De Volkskrant brengt op de voorpagina nog een verhaal met een ‘hoe kon dit gebeuren’-sfeertje. Ooggetuigen vertellen wat volgens hun de oorzaak van de ramp is. Slachtoffers komen opvallend genoeg niet naar voren met dramatische verhalen, maar alleen met hun visie op de oorzaak.

Op pagina drie geeft Trouw commentaar. De Volkskrant doet dit als enige van de vier dagbladen niet. Het commentaar is gewijd aan de twijfels over de oorzaak van de ramp. Er zijn zoveel tegenstrijdige verklaringen, waarvan de schijnbare onveiligheid van de roro-schepen het meeste indruk maakt. De krant vraagt zich af of de doden die zijn gevallen, de prijs is die we moeten betalen voor de concurrentiestrijd die veerbootondernemers voeren. Is het het wel waard daarvoor risico’s te nemen? ‘…maar dan dringt zich toch de vraag op of sommige reders en herauten van het vrije ondernemerschap zich niet wat al te snel tevreden tonen met de cijfers van de relatieve zekerheid.’ Daarbij maakt de schrijver een vergelijking met Op hoop van zegen van Herman Heyermans, waarin vissers moesten sterven voor de opbrengst van de vangst. Heyermans is overigens geen christelijke schrijver, maar een Joodse socialist. Het onderzoek naar de oorzaken en gevolgen moet volgens Trouw een aangelegenheid voor heel West-Europa zijn.

Op pagina vier schrijft de Volkskrant juist dat de reddingsactie goed verlopen is. In één regeltje komen ook vader en zoon Pape uit De Telegraaf voorbij. De Belgische premier Martens deelt mee dat het noodplan correct is uitgevoerd. Daarna komen een aantal slachtoffers aan het woord, die vertellen over hun momenten van angst en de redding.

Trouw besteed de gehele pagina vier aan de ramp en de Volkskrant pagina vijf. De eerste krant begint de pagina met een groot artikel over de nacht van de ramp. Het verhaal is geschreven alsof de ramp zich op dat moment voltrekt. In de reconstructie komt voor het eerst in Trouw de menselijke kant naar voren. De angstige opvarenden, de geschokte redders en de bijna hulploze autoriteiten komen aan het woord. Daaronder staat een stuk met de kop ‘Communicatie was gebrekkig’. Coördinator van de duikerploeg Vlissingen van de Koninklijke Marine, Henry Peeters vertelt over de goede prestaties van zijn duikers, maar wijst erop dat de communicatiemiddelen gebrekkig waren. In het volgende artikel komt pas de dreigende milieuramp weer aan de orde en in een achtergrondverhaal worden een aantal scheepsrampen in de wereld vanaf 1980 op een rijtje gezet.

De Volkskrant begint haar ‘Herald-pagina’ met de mening van een aantal deskundigen over de veiligheid van de rij-op-rij-af schepen. De constructie zou uiterst instabiel zijn. Uit het volgende artikel blijkt dat ook de Britse regering zich zorgen maakt en een gerechtelijk onderzoek instelt. ‘Het onderzoek zal zich niet beperken tot de ramp in Zeebrugge. Het tribunaal zal zich naar wordt aangenomen in hoofdzaak richten op de bredere kwestie van het omstreden ontwerp van de zogenaamde ‘rij-op-rij-af’ veerboten, die op ’s werelds drukste vaarweg opereren.’ Townsend Thoresen directeur Ford geeft in het artikel toe dat de stabilisatoren van de ‘Herald’ niet voldoende waren verspreid en dat de laadkleppen niet op tijd waren afgsloten. De Britse premier Thatcher zegt dat het publieke vertrouwen is geschokt en veerbootbranche benadrukt dat niet alle veerschepen onveilig zijn. Volgens het artikel moet het onderzoek zich ook vooral richten op het verplicht stellen van passagierslijsten. Bij de ramp met de Herald of Free Enterprise is veel verdriet en onrust ontstaan door het ontbreken daarvan. De Volkskrant geeft onderaan de pagina een overzicht van de grootste scheepsrampen in de wereld vanaf 1945. Daarboven staat nog een artikel waarin beschreven wordt hoe de Engelse media berichten over de ramp. Het draait volgens de Volkskrant allemaal om de helden, omdat de Engelsen zo hun verdriet verwerken. ‘Geen ramp is compleet zonder heldendaden’ zegt de lead en 'De Britten smullen - vooral op hun vrije zondag', schrijft het dagblad redelijk spottend over de Britse ‘sensatiepers’ en haar lezers. Maar vervolgens wordt wel uitgebreid beschreven welke dramatische verhalen er dan wel te zien zijn op de BBC en te lezen in de zondagskranten.

Openstaande boegdeuren fataal

De vier dagbladen hebben, zoals blijkt uit het voorafgaande, in het weekend veel werk gemaakt van de ramp met de Herald of Free Enterprise. De dagbladen brengen naast de genoemde artikelen nog kleine aanverwante stukjes, zoals over de discussie die weer oplaait over de bouw van de Kanaaltunnel (Trouw), het Nederlandse kabinet dat deelneming betuigt (De Telegraaf) en de verbazing over het nog uitzenden van een reclamespotje voor rederij Townsend Thoresen (De Telegraaf en Algemeen Dagblad). Vooral De Telegraaf heeft nog veel extra berichtjes. De ‘populaire dagbladen’ en de ‘kwaliteitskranten’ brengen over het algemeen hetzelfde nieuws, maar de plaats en de prominentie verschillen nu al duidelijk. Hoewel de oorzaak van de ramp voor iedereen nog onduidelijk is, is het nieuwsthema ‘veiligheid’ gelanceerd. De ‘kwaliteitskranten’ geven het een belangrijke plaats in de berichtgeving, terwijl de ‘populaire dagbladen’ het verhaal van de slachtoffers voorop stellen. De laatste kranten brengen het thema wel dichter bij het Nederlandse publiek door zich af te vragen hoe de situatie rond de Nederlandse veerboten is. Hoe zetten de verschillen zich de volgende dagen voort?

Uit het voorlopig rapport van onderzoek blijkt dinsdag definitief dat de veerboot is gekapseisd doordat water binnenstroomde door de laaddeuren. De kranten brengen dit nieuws allemaal op de voorpagina. Het Algemeen Dagblad begint echter met het leed van familieleden van slachtoffers. Zij kunnen de doden nog niet identificeren, omdat de duikers vanwege de gevaarlijke situatie zijn gestopt met bergen. Daarna komen de oorzaak en het gif aan de orde. In De Telegraaf is de ramp al bijna van de voorpagina verdwenen. De resultaten van het voorlopig onderzoek worden in een klein artikeltje in de rechter bovenhoek genoemd en verder wordt de lezer verwezen naar pagina vijf en zes.

Op pagina vijf brengt de krant twee verhalen naast elkaar. Ten eerste een achtergrondverhaal met de kop ‘Waardoor kantelde de veerboot?’ De heer Elzinga van Maritieme Organisaties gist naar de antwoorden , maar volgens hem is het onzin te stellen dat de veerboten onveilig zijn. Ook de heer Van der Ouwers, woordvoerder van het Vlaamse ministerie van scheepswezen, doet een duit in het zakje, maar het artikel levert meer vragen op dan antwoorden. Daarnaast staat het dramatische verhaal van Martin Haley, een Engels jongetje dat bij de ramp zijn ouders, grootouders en een tante verloor. 'Alleen op de wereld’, luidt de kop. Op pagina zes komt het gif in de Herald weer aan de orde en legt De Telegraaf uit hoe het zit met schadeclaims voor slachtoffers van de ramp onder de Britse rechtsregels. In een klein artikeltje staat de ontkenning van bootsman Marc Stanley, dat hij gezegd heeft dat de laaddeuren open waren bij vertrek. Een vrachtwagenchauffeur spreekt dit weer tegen.

Het Algemeen Dagblad heeft op pagina drie onder het label ‘op de voorgrond’ een groot artikel over vervoer van gevaarlijke stoffen op zee.Wat zijn de regels en zijn ze duidelijk genoeg? Hoe werden ze toegepast op het rampschip en moet er extra controle komen? Pagina dertien is in zijn geheel besteed aan de ramp. De grootste kop luidt ‘Wachten een drama’. Familieleden die tevergeefs uit Engeland naar Zeebrugge zijn gekomen om de doden te identificeren staan net als op de voorpagina centraal. Het bergen van de lijken gaat nog weken duren, zoals ook blijkt uit het artikel ernaast; ‘Duikers stoppen het zoeken naar slachtoffers’. Ook het Britse weeskindje uit De Telegraaf duikt weer op. Daarnaast komt het nieuwsthema ‘veiligheid’ duidelijk naar voren. ‘Nederlandse ro-ro schepen zijn veilig’, zegt de minister Smit van verkeer en waterstaat bovenaan de pagina. Onderaan de pagina komt de krant met de uitspraken van de Belgische kapitein Colson over de ‘drijvende doodskisten’. De andere dagbladen schreven daar de vorige dag al over. Het openlaten van luiken was al eerder de oorzaak van een scheepsramp, schrijft het Algemeen Dagblad in een wat ver gezocht achtergrond verhaal over het ongeluk met de Van der Wijck voor de kust van Soerabaja in 1936. Ook de problemen met een Deense kustvaarder, die met rokend dynamiet in het ruim voor de Zuid-westkust van Engeland ligt, passen mooi bij het thema ‘schepen’, maar hebben niks met de ramp te maken. Het artikeltje rechts onderaan de pagina is er dus een beetje aan de haren bijgesleept.

Trouw begint de dinsdag ook met het resultaat van het onderzoek; de openstaande boegdeuren waren de oorzaak van de ramp, niet ontwerpfouten. Bootsman Marc Stanley zou hebben verklaard dat hij de deuren had moeten sluiten, maar weggeroepen werd voor een andere klus. Een woordvoerder van Townsend Thoresen zegt echter dat de man niet serieus kan worden genomen, omdat hij zich in een toestand van shock bevindt. Een tweede artikel op de voorpagina gaat over de schadeclaim die de rederij wacht. Veiligheid en milieu hebben op pagina drie de overhand. ‘In het wrak zit geen dioxine’, meldt de Belgische overheid bovenaan de pagina. Daaronder zegt de directeur van een Nederlandse werf nog geen uitspraken te willen doen over de veiligheid van rij-op-rij-af veerboten of de oorzaak van de ramp. De kop boven het stuk is echter veelbetekenend ‘Kloppen die regels wel…?’ Ook P. Kiers van het Maritiem research instituut laat zijn twijfels merken over de constructie van de boten en de capabiliteit van de bemanning.

Ook in de artikelen onder de kop ‘Organisatie kondigt scherpere regels voor vervoer gevaarlijke stoffen aan’ en ‘waterdicht veiligheidssysteem te duur voor roll-on-roll-off –schepen’ worden het milieu en de veiligheid aan de orde gesteld. Onderaan de pagina komen de slachtoffers weer in beeld als medisch medewerker dr. Wim de Jong zijn visie op het psychische verwerkingsproces geeft. Hij geeft ook commentaar op de reddingsactie waarbij medisch gezien fouten zijn gemaakt. Het rechtop vervoeren van opvarenden heeft volgens hem mensenlevens gekost. Ook Trouw schrijft op de ‘Herald’-pagina over de Deense kustvaarder.

De Volkskrant heeft een nieuwtje dat de anderen niet noemen: ‘De gekapseisde veerboot Herald of Free Enterprise beschikte over ,,een uitgebreid waarschuwingssysteem’’. Op de brug waren wel degelijk waarschuwingslichten aanwezig waaraan de kapitein kon zien dat de laadkleppen nog open waren.’ Die informatie kreeg de krant van de technisch directeur van de werf waar de veerboot gebouwd is. Daarna gaat de krant in op de uitkomsten van het voorlopig onderzoek. Op pagina zes benadrukt de krant dat verder onderzoek verricht zal worden. De Britse 'Labour' oppositie heeft hier duidelijk om gevraagd, omdat zij vrezen dat de veiligheid van passagiers ondergeschikt wordt gemaakt aan de commerciële belangen van de veerdiensten. Verder staat op pagina zes een artikel over het gif in het wrak van de Herald en de discussie over het vervoer van gevaarlijke stoffen over zee. In een kadertje vertelt het hoofd van de Scheepvaartinspectie van het ministerie van verkeer en waterstaat dat Nederlandse rij-op-rij-af schepen de strikte order hebben pas na het sluiten van de deuren te vertrekken.

 

Waarschuwingslichten en honeymoon-fase

Het Algemeen Dagblad bericht op woensdag 11 maart op de voorpagina dat de directie van de provinciale veerdiensten in Zeeland een veiligheidsonderzoek voor de vijf Zeeuwse veerboten heeft gelast. Ook wil de Tweede Kamer op korte termijn overleg met minister Smit-Kroes over de gevolgen voor het Nederlandse beleid naar aanleiding van de ramp. De implicaties van de oorzaak van de ramp houden de gemoederen dus bezig. Op pagina elf wordt beschreven hoe kapitein Lewry in het geheim naar Engeland gebracht is. De Belgische onderzoeksrechter weigert uitspraken te doen over de ondervragingen. De Britse pers zou zich overigens arrogant, opdringerig en aanstellerig gedragen.

In De Telegraaf is de ramp met de Herald of Free Enterprise die dag al van de voorpagina verdwenen. Op pagina vijf besteed de krant aandacht aan het persoonlijke verhaal van wachtmeester T. Ferwerda, die zich al jaren bezighoudt met de identificatie van aangespoelde lijken op de Noordzeestranden. Zijn methodes kunnen bij deze ramp ook van pas komen. Op pagina zeven is te lezen dat de Belgische autoriteiten overwegen met de identificatiepogingen te stoppen. ‘De stoffelijke overschotten van de geborgen lichamen ondergaan een langzame gedaanteverwisseling en naar men vreest zullen krabben en kreeften weinig over laten van de lichamen die nog in het schip vastzitten.’ Aan het eind van het verhaal komen het onderzoek van de provinciale veerdiensten in Zeeland en het gewenste overleg van de Tweede Kamer aan de orde.

Ook Trouw rept op de voorpagina niet meer over de ramp. Op pagina twee, die aan ‘mensen’ is gewijd, staat een artikel over de ‘honeymoon-fase’ waarin de slachtoffers van de ramp zich bevinden. Psychologe Maria Hofman: ‘De mensen worden overladen met aandacht en steun van de samenleving, hun directe omgeving, waardoor de realiteit van het gebeurde nauwelijks tot ze doordringt. Maar als die aandacht weg is en het gewone leven zijn loop herneemt, komt alles weer boven.’ Zij spreekt daarmee de medische medewerker Wim de Jong van Trouw tegen, die de vorige dag voorspelde dat de nachtmerrie zo weer vergeten zou zijn. In een artikel op pagina drie geeft de directeur van Texels eigen stoombootonderneming toe dat het veer naar Texel af en toe met de deuren op een kier vaart. Na de ramp zal een ontbrekend rampenplan worden gemaakt en de veiligheidsvoorschriften aangescherpt. De ‘kwaliteitskrant’ weet wel meer over de verklaring van kapitein Lewry bij de Belgische justitie. Hij beweert dat hij een klap heeft gehoord voor het kapseizen.

De Volkskrant weet op de voorpagina te melden dat de ramp met de ‘Herald’ in Engeland bijna een politiek slachtoffer heeft gemaakt. Milieuminister John Ridley grapte op een persconferentie dat een bepaald wetsvoorstel door zijn staatssecretaris op volle kracht vooruit door het Parlement zou worden geloodst, ‘En hij heeft zijn boegdeuren niet open laten staan’. Vriend en vijand is geschokt en Ridley biedt zijn excuses aan. De krant meldt ook dat het ministerie van Transportzaken alle rij-op-rij-af schepen op Het Kanaal de komende maanden aan een onderzoek zal onderwerpen. Op pagina negen besteed de krant nog veel aandacht aan de ramp. In een interview spuit de Belgische kapitein Colson nog eens al zijn kritiek op de inmiddels geduchte veerboten en de gevaarlijke concurrentiedrift van de maatschappijen. In een artikel daaronder spreekt de Belgische minister van Verkeer, De Croo hem tegen. Het rapport van de internationale vereniging van gezagvoerders, waar Colson steeds op terugvalt, zou over een heel ander soort schip gaan. Het artikel begint met de directeur van berger Smit-Tak, die geen problemen verwacht van het gif aan boord van de ‘Herald’ bij de berging. Ook op pagina negen staat een reportage aan boord van de Herald of Free Enterprise VIII, het zusje van het rampschip. De bemanning is triest gestemd en wil niet meer praten met de pers. De sfeer is grimmig en onwezelijk. Rechtsonder op de pagina staat in een klein berichtje dat de Herald toch geen waarschuwingslichten op de brug had, zoals de krant de vorige dag groot op de voorpagina meldde.

 

'Populair' versus 'kwaliteit'

Het overzicht van de inhoud van de vier dagbladen in de dagen na de ramp, zoals hiervoor gegeven is niet uitputtend. Onderwerpen als de berging van het rampschip en verzekeringskwesties zijn grotendeels buiten beschouwing gelaten. Ook over het gebruik van foto's en lay-out zou veel meer gezegd kunnen worden. Bij de inventarisatie viel echter het verschil in invalshoek op, met name in berichtgeving over de oorzaak van de ramp en de implicaties daarvan. Wat waren de verschillen in de verslaggeving van de 'populaire dagbladen' en de 'kwaliteitskranten' ?

De ochtend na de ramp wordt al duidelijk dat 'populaire dagbladen' en de 'kwaliteitskranten' verschillende invalshoeken kiezen. Algemeen Dagblad en De Telegraaf stellen de slachtoffers van de ramp centraal. Ze bedienen het brede publiek waarvoor ze schrijven voornamelijk met de lotgevallen van hun medemens. De oorzaak van de ramp komt op de tweede plaats. De 'kwaliteitskranten' stellen zich eerder de vraag 'hoe dit kon gebeuren'. De oorzaak speelt een belangrijkere rol en de dagbladen bedienen hiermee een publiek dat gewend is vragen te stellen. De volgende dagen worden de verschillen in aandachtspunten duidelijker. De nalatenschap van de verzuiling komt naar voren, doordat de 'kwaliteitskranten' meer dan de 'populaire dagbladen' de politiek en de autoriteiten in het middelpunt zetten. Ze doen dit onafhankelijk van een partij, maar het is goed te merken dat zij de lezer willen informeren over maatschappelijke thema's. De 'veiligheid' van de rij-op-rij-af schepen is het steeds terugkerende nieuwsthema en af en toe riekt het ondanks de professionalisering naar maatschappijvernieuwing.

Het verschil met de 'populaire dagbladen' zit vooral in de plaats van dit thema. De artikelen over de oorzaak van de ramp en de vragen naar 'de veiligheid' die daarbij rijzen staan eerder in de krant of prominenter op de pagina's. De verhalen over redders en slachtoffers komen bij de 'populaire dagbladen' op die eerste plaats en het zijn overtuigend meer. De Volkskrant geeft hier indirect kritiek op in het artikel over de dramatische verhalen in de Britse media. Het is duidelijk dat deze dagbladen zich richten op binnenlands nieuws. Eerder en vaker dan de 'kwaliteitskranten' vragen zij zich af hoe het met de Nederlandse situatie is gesteld. Voordat de vraag wordt gesteld hoe de ramp heeft kunnen gebeuren, meldt De Telegraaf bijvoorbeeld al dat Nederland geen noodplan heeft voor veerboten en dat de schepen die op de Nederlandse waddeneilanden varen wel veilig zijn. Ook uit de aandacht voor de Haagse vrachtwagenchauffeur en de Nederlandse Kustwacht, blijkt de voorkeur van de 'populaire dagbladen' voor binnenlands nieuws.

Het aanbod dat het Algemeen Dagblad en De Telegraaf aan de lezers geven, is gevarieerder dan dat van de 'kwaliteitskranten'. Dit komt ook mede doordat de onderwerpen verdeeld zijn over meerdere artikelen, terwijl de Volkskrant en Trouw meer informatie onder één kop plaatsen. Maar de 'populaire dagbladen' 'maken' ook meer eigen nieuws en dat verklaart de meerderheid aan nieuwsberichten. De roodgloeiende telefoon bij Townsend Thoresen, het STER-spotje, een Nederlandse wachtmeester en een Brits weesjongetje; de twee kranten lijken vooral de nieuwstoevoer draaiende te willen houden, onder het motto 'het maakt niet uit wat de lezer op zijn bord krijgt over deze ramp, als er maar nieuwe informatie blijft toestromen'. Het grote verschil in hoeveelheid foto's heeft ook met deze voorkeur voor variatie en verstrooiing te maken.

De 'populaire dagbladen' creëren hiermee eerder een 'mediahype' dan de 'kwaliteitskranten'. Uiteenlopende onderwerpen worden onder hetzelfde nieuwsthema geplaatst. Een verschil is bijvoorbeeld te vinden in de achtergrondverhalen over scheepsrampen in de geschiedenis. De Telegraaf en het Algemeen Dagblad plaatsen de ramp met de Herald of Free Enterprise in een reeks van vergelijkbare ongelukken, terwijl de 'kwaliteitskranten' het bij de algemene geschiedenis houden. De 'populaire dagbladen' lijken daarmee een trend te willen signaleren.

De artikelen in de Volkskrant en Trouw getuigen van een meer politieke en wetenschappelijke interesse. De eerste krant schrijft over de Britse politiek, waarin de 'linkse' Labour-partij oppositie levert. De krant heeft ook als enige het nieuws over de foute grap van minister Ridley. Trouw refereert intellectueel aan Heyermans en laat op de pagina 'mensen' een psychologe aan het woord of posttraumatische stoornissen. Het valt onder een ander soort 'menselijkheid' dan de 'populaire dagbladen' aanhangen. Beide kranten laten ook veel deskundigen aan het woord om hun berichtgeving te onderbouwen.

Hiermee zijn de grootste inhoudelijke verschillen tussen de 'populaire dagbladen' en de 'kwaliteitskranten' naar voren gekomen. Uit de inventarisatie van de verslaggeving na de ramp en de verzamelde informatie in de database zijn wellicht nog meer conclusies te trekken, die op kleinere onderdelen betrekking hebben. Ook over de verschillen tussen de vier kranten onderling zou nog veel gezegd kunnen worden. Ieder detail heeft zijn charme, maar de hoofdlijn is duidelijk; de ramp met de Herald of Free Enterprise was voor het Algemeen Dagblad en De Telegraaf een menselijk drama en een waarschuwing voor reizend Nederland, terwijl Trouw en de Volkskrant voornamelijk vragen stelden aan en antwoorden zochten in de politiek en het bedrijfsleven.

 

Literatuur

Bak P. Een meneer van een krant. Kampen: Kok, 1999.

Baeyens, E.F. Herald of free enterprise. Hulst: Van Geyt Productions, 1992.

Ros, van der B. Geschiedenis van de christelijke dagbladpers in Nederland. Kampen: Kok, 1993.

Stegeren, van Th. 'De grillige Telegraaf : het grootste dagblad van Nederland is onvoorspelbaar, opportunistisch en menselijk.' In: Intermediair 28 (1992), p. 23-29

Vasterman P. De context van het nieuws. Groningen: Wolters Noordhoff, 1995.

Vree, van F. De metamorfose van een dagblad. Een journalistieke geschiedenis van de Volkskrant. Amsterdam : Meulenhoff, 1992.

Wagenaar, W.A. Menselijk falen. Leiden: Rijksuniversiteit, 1983.

 

Terug naar boven