Literatuur, Paper, Referaat, Co-referaat, Slotwerkstuk
De Bijlmerramp in de krant
Indringend of afstandelijk: de keuze van drie redacties
Inleiding
Op zondagavond 4 oktober 1992 wordt groot alarm geslagen bij brandweer, ziekenhuizen, politie, andere autoriteiten en mediaredacties. Een Boeing 747 is nog voor het inzetten van een noodlanding neergestort in de buurt van Diemen. Al snel wordt duidelijk dat het vliegtuig is gecrasht in twee flats in de Bijlmermeer. De chaos is groot. Honderden hulpverleners zijn snel ter plaatse maar eveneens vele ramptoeristen en journalisten. Overlevenden lopen in shock over het rampterrein.
In de dagen daarna bestaat er veel onduidelijkheid over het aantal slachtoffers. De Amsterdamse autoriteiten gaan dagenlang uit van meer dan 200 doden terwijl er volgens het rampen- en identificatieteam slechts vijftig zijn geborgen. Daklozen verblijven intussen in opvangcentra en weten niet waar hun vele vermiste familieleden en vrienden zijn. Bureaucratische maatregelen bij de opvang wekken veel irritaties op.
Een chaotische en dramatische situatie dus en daarmee een boeiend onderwerp voor journalisten. De televisiejournalistiek kon met haar beeldende kracht een emotievol beeld scheppen van de gevolgen van de ramp. De krantenjournalistiek, die het moest doen met woord en fotografie, kon weliswaar minder indringend overkomen maar had wel veel meer ruimte om informatie te geven over de ramp. Tussen de kranten zijn er verschillen te ontdekken als het gaat om de aanpak van het verslaan van de ramp.
Dit artikel richt zich op deze verschillen en dan met name op de benadering van de slachtoffer- en vermistenproblematiek. Het uitgangspunt is welke journalistieke keuzes de kranten maakten inzake de slachtoffers en de vermisten van de Bijlmerramp in de eerste vijf dagen na de ramp. In dit onderzoek zal de volgende stelling getoetst worden: Het Parool en het Nieuwsblad van het Noorden hebben de menselijke kant van de Bijlmerramp meer belicht dan NRC Handelsblad. De laatste krant richtte zich meer op politieke en technische aspecten van de ramp.
De drie kranten NRC Handelsblad, Het Parool en het Nieuwsblad van het Noorden bieden voor dit onderzoek een interessante doorsnee van het Nederlandse krantenspectrum. Het NRC was een landelijke krant met de nadruk op politieke en economische onderwerpen. Het Parool zwalkte in de tijd van de Bijlmerramp tussen een landelijke en een regionale, Amsterdamse uitstraling van de krant. Het Nieuwsblad van het Noorden was een regionale, toegankelijke krant, afhankelijk van artikelen van het GPD-net.
Eerst komt de achtergrond van de Bijlmerramp zelf aan bod. Vervolgens wordt de tijdgeest van de drie kranten belicht, gevolgd door de analyse van de verslaglegging in die eerste vijf dagen na de ramp. Deze analyse zal zich concentreren op een aantal aspecten waaruit duidelijk moet worden of Het Parool en het Nieuwsblad inderdaad meer aandacht besteedden aan de directe gevolgen van de ramp dan aan de politieke en technische dimensies die aan dit verhaal vastzitten. Deze aspecten zullen in de paragraaf ‘opzet onderzoek’ nader belicht worden. In ieder geval is het belangrijk te onthouden dat de dwingende factor van het lezerspubliek de redactionele formule bepaalt. De wijze waarop media te werk gaan is immers representatief voor de collectieve identiteit van een samenleving, of die nu landelijk of regionaal is.
Een raadselachtige vlucht
Slechts elf minuten duurt de rampvlucht EL AL 1862 van zondag 4 oktober 1992. ‘Mayday, mayday’, klinkt het om twee voor half zeven ‘s avonds, ‘we have an emergency’. Eerste piloot Y. Fuchs heeft gemerkt dat motor 3 van de Israëlische Boeing in brand staat en meldt dit aan de verkeerstoren. Hij weet niet dat deze motor is losgeschoten van de rechtervleugel en in zijn val ook motor 4 heeft meegesleurd. De piloot wil terugkeren, maar kiest ondanks adviezen van de luchtverkeersleiding voor baan 27, de Buitenveldertbaan ten westen van de Bijlmermeer.
De bemanning loost tienduizenden liters kerosine en keert terug naar Schiphol om een noodlanding op de gekozen landingsbaan te maken. Naar alle waarschijnlijkheid overweegt Fuchs geen enkel moment een noodlanding op het IJsselmeer. Maar voor een succesvolle landing op baan 27 vliegt de Boeing te hoog, te hard en staat er te veel wind. Er is geen andere optie voor Fuchs om toch door te zetten.
Hij haalt het niet. Elf kilometer voor het begin van de Buitenveldertbaan tuimelt de 747-200F naar beneden. ‘Going down, going down’, klinkt het in paniek. Het uitschuiven van de vleugelkleppen, noodzakelijk voor de landing, heeft het vliegtuig onbestuurbaar gemaakt. Het harder laten draaien van de motoren brengt de Boeing helemaal in onbalans. Om vijf over half zeven crasht de jumbo in de flats Groeneveen en Klein Kruitberg in de Bijlmermeer. In en nabij de flats komen 39 mensen om het leven, evenals de vier inzittenden van het ramptoestel.
In de dagen erna is er veel verwarring over het aantal doden. Volgens een eerste opgave van burgemeester Van Thijn zijn er waarschijnlijk meer dan 200 slachtoffers. Dit getal wordt dagenlang aangehouden, hoewel het rampen- en identificatieteam niet meer dan vijftig lichamen kan ontdekken. Het zou mogelijk kunnen zijn dat veel lichamen in de grote hitte van de brand geheel verdampt zijn. Experts spreken elkaar op dit punt tegen.
Bovendien is er een groot aantal illegalen dat de flats bewoonde. In sommige flats zouden wel vijftien matrassen liggen. Veel illegalen, vooral Ghanezen, durven de namen van hun vermisten niet op te geven uit angst het land te worden uitgezet. Verder blijkt de bewonerslijst van de getroffen Bijlmerflats verre van actueel. Pas op donderdag 8 oktober, vier dagen na de ramp, wordt verwacht dat het aantal slachtoffers veel lager zal uitkomen dan 200. Daarover zei toenmalig hoofdredacteur Sytze van der Zee van Het Parool: ‘We hebben (...) misgekleund door iets te gretig de hoogste schattingen van de persbureaus over te nemen. (...) Elke keer namen we ons heilig voor bij een volgende catastrofe behoedzamer te zijn, in de dagelijkse praktijk werkt het anders.’
In de jaren na de ramp sleept het drama zich voort. De directe oorzaak van de ramp is spoedig gevonden – het afbreken van een borgpen, die motor 3 aan de rechtervleugel vasthield – maar er bestaan grote onduidelijkheden over onder meer de vluchtroute, de lading en de aanwezigheid van ‘mannen in witte pakken’ op het rampterrein. De wildste geruchten doen al snel de ronde en een aantal journalisten publiceert een flink aantal ‘onthullingen’ wier waarheidsgehalte achteraf te betwijfelen valt. In deze periode van angst en onzekerheid melden veel bewoners en hulpverleners dat zij ziek zijn.
De parlementaire enquête Bijlmerramp, gehouden in 1999, moest de onrust wegnemen en heeft dat ook deels gedaan. Veel geruchten en complottheorieën zijn ontzenuwd. Wel werd het optreden van de overheid flink bekritiseerd. Van twintig ton vracht is nog steeds niet de inhoud bekend en nog steeds voelen duizenden mensen zich ziek. Elsevier van vorig jaar weet daar wel het antwoord op: de ‘Bijlmerslachtoffers’ zijn ziek geworden door alle onware verhalen in de pers. Bang gemaakt door complottheorieën hebben zij een posttraumatisch stress syndroom opgelopen. Deze psychosociale stress kan klachten als vermoeidheid, hoofdpijn en slaapproblemen veroorzaken.
De directe gevolgen van de ramp zijn dramatisch geweest. Maar ook de nasleep ervan heeft op diverse vlakken diepe sporen achtergelaten. Niet alleen zijn duizenden mensen nog steeds in onzekerheid over wat er met hun lichaam aan de hand is, ook het vertrouwen in de overheid is flink beschadigd. Media ten slotte, hebben een moeilijke periode doorgemaakt: zijn overheidsmedewerkers per definitie leugenachtig of zijn de ‘onderzoeksjournalisten’ te ver doorgeschoten in hun paranoïde instelling? Een duidelijk antwoord is, ook op deze vraag, niet gegeven.
De krantenwereld in 1992
Aan het begin van de jaren negentig was de ontzuiling van de pers al weer enige tijd voltooid. De ‘richtingbladen’ lieten vanaf de jaren zestig en zeventig hun specifieke invalshoek, bijvoorbeeld in het geval van Het Parool een socialistische, los en mikten op een breder publiek. De laatste richtingkrant, Het Vrije Volk, accepteerde pas in 1988 het verlies van de status van partijkrant van de PvdA. Daarmee werd het einde ingeluid van het geëngageerde krantentijdperk in Nederland. De sociale en culturele verschuivingen hebben voor een groot deel bijgedragen aan het veranderende gezicht van de krant.
Het proces van persconcentratie was nog immer gaande. Tussen 1950 en 1992 was het aantal zelfstandige dagbladen al teruggelopen van 65 tot 40. Het aantal zelfstandige ondernemingen kelderde in die tijd van 58 naar 15. In 1988 is er een fusiepoging gedaan tussen de NDU (onder meer Algemeen Dagblad en NRC Handelsblad) en Perscombinatie (Parool, Trouw en de Volkskrant). Na een heftig debat werd in 1989 duidelijk dat er van een fusie geen sprake kon zijn.
Sinds juni 1968 maakt de voormalige verzetskrant Het Parool deel uit van Perscombinatie. Het Parool heeft in zijn historie aardig wat problemen gekend en niet alleen tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de jaren zeventig was de krant onder leiding van hoofdredacteur Sandberg weinig bezielend en zonder gezag, in de ogen van veel redacteuren zelfs veel te neutraal. De krant was niet regionaal, niet landelijk, niet Amsterdams. In die tien jaar daalde de oplage met twintigduizend exemplaren, terwijl toen nog coryfeeën als Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt, Willem Wittkampf en Lex van Delden aan Het Parool verbonden waren.
Vanaf 1987 kreeg Sytze van der Zee de leiding over het kwakkelende Parool. In die tijd was er een grote recessie bij de dagbladpers. Perscombinatie saneerde hard bij Het Parool. Van der Zee veranderde de krant ingrijpend van redactionele inhoud en vormgeving. Het Parool moest een groot-Amsterdamse krant worden met een landelijke uitstraling. De hoofdredacteur moest aantonen dat Het Parool niet alleen in naam een Amsterdamse krant was en het verloren gegane zelfvertrouwen van de redactie herstellen.
In tegenstelling tot de Volkskrant en Trouw kreeg de krant een stadsredactie, maar het imago van een landelijke krant mocht niet opgegeven worden. ‘Als Amsterdam een goeie uitstraling heeft, gaat het ook goed met Het Parool’, zei Van der Zee. Negentig procent van de oplage van Het Parool werd verspreid in Amsterdam en ruime omgeving, met een oplage van 101 duizend exemplaren in 1992. De krant is sterk vertegenwoordigd in de welstandsgroep vlak boven de laagste en heeft een hoog percentage lezers met een laag opleidingsniveau.
NRC Handelsblad kent een geheel andere geschiedenis dan Het Parool. In 1970 ontstaan door een soepele fusie tussen de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad, beide liberale dagbladen, ontpopte NRC Handelsblad zich als een opiniërende en gezaghebbende krant. Al eerder hadden de kranten toenadering gezocht en in 1964 gingen de uitgevers samen. In de jaren zestig ging het echter steeds slechter met beide kranten. De komst van een nieuwe pers met grotere capaciteit maakte een fusie mogelijk en zo geschiedde. De oplage bedroeg toen tezamen circa 105 duizend. Inmiddels is die gestegen tot circa 270 duizend exemplaren.
Van het Algemeen Handelsblad, dat uit Amsterdam stamde, rest nog slechts de Amsterdamse redactie. NRC Handelsblad heeft als fusiekrant zijn eigen speerpunten ontwikkeld. De buitenlandverslaggeving wordt geroemd evenals de bijlagen Boeken, Cultureel Supplement en Wetenschap & Onderwijs.
In het begin van de jaren negentig was het NRC duidelijk bezig met onderzoeksjournalistiek. Er verschenen veel berichten over de gang van zaken bij politie en justitie. Maar deze aandacht voor binnenlandse zaken bleef beperkt, wel bracht het NRC veel Rotterdams nieuws. Vooral buitenlandse ontwikkelingen kregen de ruimte in het NRC. De toenmalige hoofdredacteur Ben Knapen hechtte veel belang aan het handhaven van de eigen standaard: ‘Die is een kwestie van eigen verantwoordelijkheid en van enige soevereiniteit’. Hij doelde op zijn constatering dat ‘de media in hun totaliteit een schimmige wereld zijn geworden van fictie en werkelijkheid.’ Daarom moest in de krant van Knapen een duidelijke scheiding blijven bestaan tussen feiten en opinie. NRC Handelsblad was ook in zijn tijd een kaderkrant met een hoog opgeleid en welvarend lezerspubliek.
Zo specifiek als Het Parool en NRC Handelsblad zich op een bepaalde lezersgroep richten, zo algemeen is dat het geval bij het Nieuwsblad van het Noorden. In 1989 vormde het lezerspubliek van het Nieuwsblad een goede afspiegeling van de welvaartsklassen in Nederland, meer dan bij Het Parool. In 1969 schreef de krant dat de lezer voorop staat bij het Nieuwsblad: ‘De krant die probeert zijn lezers te veranderen, zal alleen bereiken, dat de lezers van krant veranderen. De lezer wil niet veranderen.’
Daarom was het Nieuwsblad vanouds een krant voor iedereen. De krant wilde ‘een goedkoop dagblad zijn voor iedereen, dat in ruime mate voorlichting biedt, met een sterk regionaal karakter en vastverankerd in het noordelijke leven.’ Toch veranderde de krant – ondanks het tijdloze uitgangspunt – in de laatste decennia van de vorige eeuw, onder druk van groeiende concurrentie met de landelijke dagbladen. Gespecialiseerde berichtgeving was geen sinecure meer voor het Nieuwsblad. Bovendien kwam er meer aandacht en ruimte voor de verstrooiende functie van de krant. Op dat punt stak het Nieuwsblad de Telegraaf naar de kroon – een bevestiging van de toegankelijkheid van de krant.
Naast deze inhoudelijke verbetering van de krant ging het proces van integratie in de regionale krantenwereld rustig door. In 1989 gingen de uitgevers van het Nieuwsblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant samen in de Noordelijke Dagbladcombinatie. De fusie had geen directe gevolgen voor de kranten. Het bleef veel artikelen van het GPD-net overnemen.
Geert-Jan Laan, die in 1997 aantrad als hoofdredacteur, vond dat het Nieuwsblad vóór zijn tijd plichtmatig, meer volgens een voorspelbaar patroon werkte. Af en toe was de krant onzorgvuldig en vooringenomen, en zelfs onevenwichtig. Vanuit de lezerskant kwamen vooral klachten over de hoge zuurgraad van de krant en de hooghartigheid van de artikelen. Voordat Laan aantrad was er geen duidelijke nadruk op het regionale nieuws, al gingen de regiopagina’s vooraf aan de binnenlandse. De Bijlmerramp kwam dus na de voorpagina pas op pagina 4 of 5 ter sprake.
Er is een belangrijk verschil tussen NRC, Parool aan de ene kant en het Nieuwsblad aan de andere kant. Omdat de eerste twee landelijke kranten zijn, moeten zij hun lezers selecteren op maatschappelijke voorkeuren. Het Nieuwsblad, dat een regionale krant is, moet zich richten op een beperkt geografisch gebied omdat de lezers in dat gebied zich willen identificeren met hun omgeving via de krant. De binding met het eigen gebied neemt toe, dat is wel te merken aan de opkomst van veel regionale media en de toenemende aandacht voor deze. Landelijke kranten concentreren zich daarom in toenemende mate op Randstadonderwerpen. Dat was al zo bij het NRC met veel Rotterdams nieuws maar natuurlijk ook bij het Amsterdamse Parool.
Opzet onderzoek
Uit de achtergrond van de kranten is duidelijk geworden dat Het Parool en het Nieuwsblad van het Noorden dichter bij de lezer staan dan NRC Handelsblad. Het Parool is een krant met een voornamelijk Amsterdams (gericht) lezerspubliek, terwijl het Nieuwsblad een bij uitstek regionale krant is die toegankelijk is voor een breed, maar in onderwerpkeuze (eigen gebied) beperkt publiek. NRC Handelsblad is een echt landelijke krant met een sterk (internationaal) politiek-economische inslag.
Aan de hand van deze karakteriseringen zal de berichtgeving door de drie kranten over de Bijlmerramp van maandag 5 oktober tot en met vrijdag 9 oktober 1992 geanalyseerd worden. Het onderzoek zal zich volledig richten op het ‘menselijke’ aspect van de ramp. Gezien de geschetste achtergrond van de kranten mogen we immers vermoeden dat Het Parool en het Nieuwsblad van het Noorden dat aspect meer belichten. Hoe is dit concreet in te vullen?
Om de stelling, dat Het Parool en het Nieuwsblad meer de menselijke kant van de Bijlmerramp hebben belicht dan NRC Handelsblad, te toetsen is een aantal criteria vastgesteld om de wijze van berichtgeving adequaat in kaart te brengen. Alle artikelen van de drie kranten zijn opgenomen in een database. Daarbij is de redactionele ruimte vastgesteld van elk artikel, alsmede de bronnen, inhoud, nieuwsvorm en dergelijke.
Aan de hand van deze database kan een kwantitatieve balans opgemaakt worden van hoe de kranten rapporteerden over de ramp. Dat betekent: de totale ruimte besteed aan de ramp; het percentage reportages, achtergrondverhalen etc.; het percentage foto’s en fotoruimte; het aantal opgevoerde bronnen en tenslotte de auteurs. Deze cijfermatige uitkomsten geven op zijn minst een indicatie van hoe de kranten de ramp hebben verslagen.
Om op puur inhoudelijke, kwalitatieve gronden de stelling al dan niet te bevestigen of te ontkrachten – waar dit onderzoek uiteindelijk om draait – zijn andere criteria nodig die niet met behulp van de database vastgesteld kunnen worden. Daartoe is een drietal journalistieke onderwerpen uitgekozen.
Ten eerste wordt bekeken hoe de kranten de opvang van slachtoffers, die nogal rumoerig verliep, versloegen. Dit is de belangrijkste vraag van het onderzoek. De verslaggeving kon immers op afstandelijke wijze maar ook van heel dichtbij. Het gaat hier met name om de reportages die de kranten hebben gemaakt. De hiervoor relevante vragen zijn:
Ten tweede bekijken we de bestede aandacht aan de (getroffen) Surinaamse gemeenschap. Slechts vier Surinamers kwamen bij de ramp om het leven, maar de crash veroorzaakte grote beroering in de Nederlands-Surinaamse gemeenschap en in Suriname zelf. Ten slotte analyseren we de voorpagina’s. Was er ruimte voor ander nieuws, welke rol speelden foto’s, stonden er sfeerverhalen op de voorpagina?
Verslaglegging van de Bijlmerramp in cijfers
Als er cijfermatig naar de bestede aandacht aan de Bijlmerramp door de drie kranten gekeken wordt, is Het Parool de duidelijke koploper. In de onderzochte vijf dagen besteedde de krant liefst 25,91 procent van de totale redactionele ruimte aan de ramp inclusief foto’s. Op afstand volgt NRC Handelsblad met 9,89 procent, op de voet gevolgd door het Nieuwsblad van het Noorden met 9,20 procent.
Niet alleen relatief maar ook in absolute getallen heeft Het Parool veel meer aandacht besteed aan de ramp. In totaal verschenen er in die krant 131 stukken, terwijl het NRC iets meer dan de helft publiceerde (69) en het Nieuwsblad achterbleef met 40 stukken. Daarbij horen dan ook losse foto’s, spotprenten en columns. Maar ook die moeten meegeteld worden want ze vormen een onderdeel van de manier waarop verslag gedaan wordt. De meeste artikelen waren overigens nieuwsberichten, 62 in Het Parool, 51 in het NRC en 16 in Het Nieuwsblad. In Het Parool verschenen verder veel meer achtergrondverhalen en reportages (24 en 18) dan in de andere twee kranten (resp. 7 en 4, 8 en 6).
Ook wat betreft de auteurs zijn er duidelijke verschillen. Het Parool heeft veel verschillende redacteuren artikelen laten schrijven en slechts twee berichten van het ANP overgenomen. NRC Handelsblad volgt hetzelfde patroon maar beroept zich niet op een persbureau. Het Nieuwsblad van het Noorden moet het echter vrijwel geheel van de GPD-artikelen hebben. Slechts enkele artikelen zijn van ‘redactie binnenland’ – dus de redactie in Groningen – waarbij het echter niet duidelijk is in welke mate de redacteuren zelf de interviews (zoals in reportages) hebben gedaan. Ook die informatie kan van de GPD komen. In ieder geval zijn veel artikelen geschreven ‘door onze correspondent’, wat een GPD-auteur inhoudt. In hoeverre die krant dus eigen journalistieke keuzes heeft gemaakt is onduidelijk.
Op basis van deze kwantitatieve gegevens kunnen we een eerste deelconclusie trekken. Het Parool maakte als Amsterdamse krant meer ruimte voor de Bijlmerramp in de onderzochte edities dan de andere twee kranten. Anderzijds was er juist in absolute cijfers meer Bijlmernieuws in het NRC dan in het Nieuwsblad te vinden. Deze constatering, die de stelling van dit onderzoek deels ontkracht, kan verklaard worden door twee factoren.
Allereerst was het Nieuwsblad afhankelijk van het GPD-net, zoals hierboven beschreven. Had deze dienst meer artikelen geleverd, dan had het Nieuwsblad wellicht ook meer geplaatst. Het nieuws paste immers in de format van de Groningse krant: breed en algemeen, populair dus. Maar de middelen van de redactie waren beperkt.
Ten tweede hadden het NRC en Het Parool meer middelen en konden die ook makkelijker inzetten vanwege de fysieke nabijheid bij het rampgebied. Daar komt de tendens bij van het prominenter brengen van randstadnieuws door landelijke kranten. Het is vanwege deze factoren dat NRC en Parool – kwantitatief bekeken – de meerdere zijn geweest van het Nieuwsblad in de Bijlmerrampverslaggeving. Dat zegt nog niets van de wijze waarop de ramp in de kranten werd behandeld. Daarom kijken we nu eerst naar de aandacht die werd besteed aan de daklozen.
Het nieuws van de daklozen
Enkele honderden bewoners van de rampflats waren door de crash dakloos. Van hun flat was in sommige gevallen weinig meer over dan een paar betonplaten. Het Parool van maandag 5 oktober: ‘Naast de trapportieken hangen keukenvloeren half omlaag. Bewoners van die appartementen moeten in de val zijn meegesleurd.’ Enkelen waren echter niet thuis ten tijde van de crash en zaten nu noodgedwongen in één van de opvangcentra: de Bijlmer sporthal en een zeevaartschool.
De overlevenden en hun verbijsterende verhalen vormden dramatische aspecten van de ramp, die breed zijn uitgemeten in alle media. Hun beeld stond voor de omvang van de ramp, want van de doden was geen spoor meer. Dus kwamen deze slachtoffers uitgebreid in beeld op televisie. Maar hoe zat dat in de kranten? Ook daar werd ‘hun verhaal’ verteld, zij het op een andere manier. Zo heeft geen van de onderzochte kranten foto’s van de opvangcentra. Wel is er veel gesproken met slachtoffers en zijn er foto’s van totaal ontredderde mensen te zien in de buurt van de rampplek.
Vorm verhaal
Vooral Het Parool heeft veel aandacht aan slachtoffers besteed. In totaal zijn er 32 artikelen gewijd aan de daklozen. Dit ging voornamelijk in de vorm van reportages en achtergrondverhalen, waarbij slachtoffers en direct betrokkenen aan het woord kwamen. Maar er verschenen ook informatieve nieuwsberichten over bijvoorbeeld herhuisvesting. NRC Handelsblad en het Nieuwsblad van het Noorden rapporteerden in mindere mate over de slachtoffers, respectievelijk dertien en tien keer, vrijwel altijd in reportagevorm. De eerste krant deed dat vooral dinsdag, terwijl de Groningse krant al na woensdag geen artikelen over de daklozen meer publiceerde. Het Parool piekte juist donderdag met tien artikelen en een bijlage over het menselijk leed.
De kranten van maandag tonen al flinke verschillen in verhaalkeuze. Het Parool heeft een verslag van de opvang van slachtoffers in het AMC, het ziekenhuis vlakbij de Bijlmer. ‘Plotseling wordt een vrouw die nogal trilt, weggereden op een brancard. Op haar buik een kindje van een paar maanden. (...) Uit een behandelkamer komt Jos Jansen, zijn hele hoofd zit in het verband. Hij huilt, want hij heeft pijn, maar hij is geholpen. (...) Er druppelen steeds meer berichten over doden binnen: vier, vijf, zes, zeven. Het lijkt een omgekeerd aftelrijmpje.’ Een andere redacteur doet ter plaatse verslag: ‘Een vrouw ziet verbijsterd dat van haar flat niks meer over is. "Weet je zeker dat jouw huis in die bocht zat?" Ze knikt hopeloos met haar hoofd. Ze weet niet of haar familie op het moment van de ramp thuis was. De meeste getroffenen reageren merkwaardig rustig. De verbijstering en schrik zijn te groot om de omvang van het gebeurde te beseffen.’
Een verslag vanuit een van de opvangcentra is nog indringender opgeschreven. In de lead: ‘De hal (...) wordt in de loop van de avond steeds meer een stil monument voor hen die nooit meer zullen komen.’ Het is een kille reportage: ‘Als de enorme vlammenzee ter sprake komt, stokken de verhalen en staren de ogen wezenloos in het niets.’
Een dergelijk spookachtig beeld geeft het Nieuwsblad van die dag niet. De krant heeft ook een reportage van het AMC, waar het opvallend rustig was. Het GPD-stuk is rustiger en minder indringend van toon. ‘[De vrouw] die op de zevende verdieping van de rampflat woonde zag in haar eigen huis de weg naar buiten afgesneden. Via de balkons ontkwam zij.’ Verder geeft een redacteur een nauwkeurige beschrijving van de situatie in een opvangcentrum, zonder duidelijke invalshoek of emotie. Het Nieuwsblad besteedt verder geen aandacht aan de slachtoffers.
In NRC Handelsblad is het zoeken naar een verhaal over daklozen. De berichtgeving gaat een heel andere richting uit. ‘Nederland ratificeerde verdrag luchtrampen niet’, ‘Schokgolf door Israël’, ‘Twijfel over toestand van Boeing-747 en ‘Bunker vroeg bemand’ zijn koppen die aantonen dat de krant zich concentreert op technische, overheids- en internationaal gerichte verhalen. Er staat in de maandagkrant maar één, weliswaar fors, artikel over het verloop van de chaotische avond. Ook het NRC beschrijft de situatie niet met de dramatische stijl van Het Parool, maar doet evenals het Nieuwsblad een exact verslag. Pas aan het einde van het artikel een paar wijden de redacteuren een paar alinea’s aan de opvang, zonder citaten.
Dinsdag zijn de verschillen tussen de kranten hetzelfde gebleven, al is er nu wat meer bezinning te ontdekken, ook bij Het Parool. Er staan al grote nieuwsverhalen en een reconstructie in de krant. Maar de slachtoffers komen ook veelvuldig in de krant: ‘Hij doet ongeveer een minuut over een zin. Niet doordat hij lang nadenkt over zijn zinnen, maar doordat hij krampachtig schrijft – op een manier alsof hij zijn pen in bedwang moet houden. Zo blijkt in welke shocktoestand hij zich bevindt.’
De Amsterdam-pagina staat natuurlijk vol met verhalen over de ramp. De krant bericht over een emotionele raadvergadering, meldt een nummer voor het melden van vermisten, en weet dat de helft van de daklozen de Bijlmer wil verlaten. Opnieuw is er een reportage over een opvangcentrum. ‘De sporadische uitingen van blijdschap gaan voorbij aan een Peruaanse. "Min ninjo, min ninjo," fluistert ze op jammerlijke toon. Haar zes maanden oude zoon is in de vlammen omgekomen.’
Het Nieuwsblad pakt het onderwerp van de slachtoffers twee dagen na de ramp anders aan. De krant heeft nieuwsartikelen over illegalen, een noodplan voor brandwonden, aangeboden assistentie van Israël en de vergoeding van de schade door verzekeraars. Alle zijn GPD-stukken. Natuurlijk staat er ook een reportage over de situatie op de rampplek, van de redactie binnenland: ‘Hij kijkt bang en mateloos droevig; de ogen van zijn moeder zijn gezwollen.’ En: ‘De ellende van de situatie is zo duidelijk dat woorden oneindig zinloos zijn.’ De krant wijdt geen aparte stukken aan de toestand in de opvangcentra.
Dat doet het NRC wel, met één reportage: ‘Een meisje met schitterend golfjeshaar kijkt de ruimte in zonder te zien. Haar vader is dood, haar broer ook. Ze probeert nu haar moeder in Ghana te bellen. Uit haar ogen druppen tranen. Stilletjes, zonder geluid.’ De redactrice gebruikt zinnen voor het ontbrekende beeld. Camera’s zijn niet toegestaan in de hal. Wel heeft de krant een foto van naar binnen lopende daklozen, maar dat is niet genoeg. ‘Onder het bordje ‘Ghana’ zit een zwangere vrouw. "Ze is alles kwijt. Alles is met het vliegtuig mee," vertelt een Surinaamse vrouw.’
Het grootste deel van de berichtgeving over de daklozen is opnieuw technisch. Evenals het Nieuwsblad heeft NRC Handelsblad nieuwsverhalen over de verzekering van de schade en vervangende woningen. Maar dat is in de marge. Verhalen over de oorzaak van het ongeluk, het verloop van de berging, een herdenking in de Kamer, de consequenties voor Schiphol en de deelneming van El Al zorgen voor een veel bredere behandeling van de gevolgen van de ramp.
Woensdag gaan de kranten in mate van berichtgeving verder uiteen lopen. Het Parool besteedt nog vijf pagina’s aan de ramp terwijl NRC en Nieuwsblad het op twee houden. De krant heeft nog drie reportages over de daklozen, naast nieuws over slechte verzekeringen, nieuwe woningen en de melding door dakloze Ghanese gezinnen. ‘De eerst zo strenge ME’er legt een hand op zijn schouder en ze verdwijnen tussen de brandweerauto’s en mobiele toiletten’, schrijft de krant over een man die zijn geblakerde woning wil zien.
Het Parool brengt deze dag en de komende dagen als enige de snel toegenomen spanningen in de opvangcentra goed in beeld. In ‘Je zou al die hulpverleners toch liefst een schop geven’ komen de emoties van slachtoffers en hulpverleners naar buiten. In een andere reportage over de sporthal in de Bijlmer meldt de auteur dat die ‘hermetisch is afgesloten voor journalisten’. Niettemin doet hij een verslag van de hele organisatie van de opvang.
Het Nieuwsblad heeft één artikel van het GPD-net over de slachtoffers. De ‘correspondent’ van de krant zoekt met twee Ghanezen naar hun verdwenen landgenoten. ‘Die vind je niet in de opvangcentra’ zegt een van hen, bang als hij is voor de vreemdelingenpolitie. Verder meldt de krant dat bussen uit het Noorden naar de herdenkingsdienst zullen vertrekken, ‘voor Surinamers, Antillianen en Arubanen’. Het overige Bijlmernieuws komt wederom van het GPD: een interview met een hoogleraar in een niet vermeld recht en een artikel over het rouwproces.
Dat soort artikelen zijn niet te vinden in het NRC van woensdag. De krant heeft weliswaar nog een hele pagina gewijd aan de ramp en twee artikelen op de voorpagina, maar daar zitten geen sfeer- of achtergrondverhalen tussen. De artikelen zijn hoofdzakelijk technisch van aard en hebben betrekking op het ongeluk zelf. Wel meldt het NRC dat de daklozen een volledig ingericht huis krijgen en dat de registratie van vermist moeizaam verloopt.
De verschillen tussen de kranten worden donderdag nog veel groter. Het Parool publiceert tientallen artikelen inclusief een bijlage over de ramp. De Groningse krant heeft nog maar drie artikelen, terwijl NRC Handelsblad een volledige pagina over de Bijlmer heeft en op de opiniepagina drie grote artikelen.
Uit Het Parool blijkt dat de onvrede in de opvangcentra over de hulpverlening in een ruzie is ontaard: ‘Terwijl de buitenwereld niet beter weet dan dat de hulpverlening voorspoedig verloopt, wordt de werkelijkheid door de slachtoffers duidelijk anders ervaren. Alles verloopt moeizaam.’ Intussen eist een stichting betere opvang voor overlevenden, is er ‘opwinding’ over een formulier van de sociale dienst. Opnieuw mogen omwonenden hun verhaal kwijt aan Het Parool in een van de reportages.
De krant kan er geen genoeg van krijgen. Naast de vier Bijlmerpagina’s brengt Het Parool in een bijlage van eveneens vier pagina’s achtergronden van de ramp. Het gaat dan met name om de vele moeilijkheden bij het rouwproces. Aan het woord komen psychologen, maatschappelijk werkers en natuurlijk veel slachtoffers. Maar de krant besteedt ook aandacht aan de logistiek van het rampgebied en de plunderingen die er niet waren.
Het bijna uitmelken van het onderwerp staat in schril contrast met de aanpak van de andere kranten. Het Nieuwsblad geeft met de drie artikelen alleen informatie over het dodental en de problemen bij de registratie. De geplande rampenoefening in Groningen is afgelast, meldt de krant. Daar blijft het bij. Het NRC besteedt in redelijke mate aandacht aan de inmiddels vier dagen oude ramp. De Amsterdamse redactie schrijft net als Het Parool over de ruzie wegens de formulieren, maar doet dat in een zakelijk nieuwsbericht. Wel is er een achtergrondverhaal over dakloze illegalen, die zich niet durven te melden uit angst het land uitgezet te worden. Ook meldt de krant dat het Duitse parlement de Bijlmerramp herdenkt. Verrassend zijn de drie opinieartikelen in het NRC van donderdag. Drie redacteuren schrijven over de noodzaak vliegvelden niet bij steden te bouwen, de verdringing van de Uiveremotie door de Bijlmerramp en rampen in de politiek.
Vrijdag droogt bij de onderzochte kranten de nieuwsstroom over de Bijlmer op. Het Parool weet te melden dat de hulpverleners inmiddels ‘hun spullen inpakken’ en dat er nog steeds problemen bestaan in de opvanghallen. Het Nieuwsblad opent met een bericht over het aantal doden. Meer aandacht besteedt de krant niet aan de ramp. De Amsterdamse redactie van NRC Handelsblad heeft drie verhalen, over de situatie in de opvangcentra, het aantal doden en de rouw op de rampplek door Surinamers.
We kunnen een duidelijke conclusie trekken uit de vorm van de verslaggeving over de slachtoffers van de ramp. Het Parool heeft de meeste aandacht en het meest menselijke beeld van de ramp gegeven. Het NRC is het breedst en diepst op de (gevolgen van de) ramp ingegaan. Het menselijke aspect bleef op de achtergrond, verdrongen door technische, internationale en politieke verhalen. Het Nieuwsblad gaf een karig en beperkt beeld van de ramp, maar was wel in staat dat tragisch te houden.
Bronnenkeuze
In vijf dagen tijd hebben alle kranten veel bronnen gesproken voor het maken van artikelen over de slachtoffers. Tussen het soort bronnen is een duidelijk onderscheid aan te brengen. Uiteraard is met veel slachtoffers, ooggetuigen en omwonenden gesproken. De drie kranten hadden immers alle reportages van de rampplek en de opvangcentra. Niettemin hebben Het Parool en het Nieuwsblad een voorsprong ten opzichte van NRC Handelsblad, als het gaat om het spreken van direct betrokkenen. Die krant heeft zich meer geconcentreerd op gezagdragende bronnen, in zekere mate ook bij de sfeerverhalen.
Dat verschil wordt duidelijker als we kijken naar de mate van het gebruik van medewerkers van reddingsdiensten als bron. Daaronder vallen dan hulpverleners, artsen, brandweermannen, agenten, psychiaters, traumatologen, pedagogen en vertegenwoordigers van kerken en stichtingen. Het Parool voerde deze vertegenwoordigers veelvuldig op, meer dan de andere kranten. Het NRC sprak met veel gespecialiseerde artsen, terwijl de Groningse krant de minste bronnen had; welke voor de hand lagen of beschikbaar waren verschenen in de krant.
Ten slotte is er nog een derde categorie bronnen: de gezagsdragers of autoriteiten. Het gaat om leden van het kabinet, de burgemeester, hoofdcommissaris en brandweercommandant van Amsterdam, raadsleden, gemeentelijke diensten en buitenlandse instanties. Vooral die laatste verschenen veel in het NRC. Naast vliegmaatschappij El Al kwamen de Paus, de Franse president Mitterand, de Britse premier Major, de Ghanese ambassadeur, de RVD en een directeur van een bloedbank aan het woord. Daar konden de andere twee kranten niet tegenop. Het Parool hield het op raadsleden, gemeentediensten en de Amsterdamse autoriteiten, terwijl het Nieuwsblad van het Noorden premier Lubbers, minister Dales en burgemeester Ouwerkerk van Groningen opvoerde. Het regionale blad maakte zo de autoriteiten landelijk terwijl Het Parool ze juist dichtbij de ramp hield.
De keuze van de bronnen wijst er opnieuw op dat de redactie van het Nieuwsblad in de week na de Bijlmerramp geen diepgravende journalistiek heeft gepleegd. Daarnaast is NRC Handelsblad wederom afgeschilderd als een krant waarin gezagsdragers een grote rol spelen. Het Parool had een sterk Amsterdamse invalshoek in de manier van berichtgeving en koos daarmee duidelijk voor het regionale aspect van de krant.
Fotografie
Ook qua fotokeuze wordt duidelijk dat NRC Handelsblad niet uit is op een emotioneel beeld van de ramp. De krant is erg terughoudend met het tonen van slachtoffers. Veruit de meeste foto’s die de krant publiceert zijn beelden van de rampflat, gezagsdragers en van de opruimwerkzaamheden. Er zijn wel enkele foto’s van slachtoffers en daklozen, maar die zijn meestal niet frontaal genomen.
Vooral op dit punt verschilt het NRC aanzienlijk met de fotoredactie van Het Parool. In die krant staan weliswaar ook foto’s van de ravage, maar veel tonen slachtoffers. Aangrijpend is de voorpaginafoto van dinsdag 5 oktober, meegenomen in de laatste editie. Een huilend zwart meisje wacht bij het opvangcentrum op nieuws over vermisten, haar gezicht straalt wanhoop uit. Vooral in de editie van donderdag, waar een special over de ramp in staat, verschijnen veel foto’s van geëmotioneerde en ontredderde mensen. Ook gezagsdragers worden geschokt afgebeeld. Het Parool is in de opmerkelijke fotokeus en in de hardheid van foto’s vaak toonaangevend. De stilistische en prijswinnende ANP-foto van koningin Beatrix, die met een hand aan haar gezicht en met gesloten ogen haar afgrijzen toont, staat niet in de andere twee kranten.
Dat betekent niet dat het Nieuwsblad van het Noorden geen emotioneel beeld geeft van de ramp. Tony van der Meulen, hoofdredacteur van het Brabants Dagblad, schrijft daarover: ‘Het feit dat de nabestaanden in je eigen verspreidingsgebied wonen, is een goede reden om terughoudend te zijn met de fotokeuze. Dat is typisch een selectiecriterium van een regionale krant.’ Ook in het Nieuwsblad stonden behalve gezagsdragers en foto’s van het rampgebied huilende mensen, slachtoffers in shock en ontredderde daklozen. In totaal komen de foto’s echter vrij willekeurig en bij elkaar genomen rommelig over. Ze zijn alle geplukt van AP, Reuters, ANP en GPD.
Een tweede Surinaamse ramp?
Cartoontekenaar Joep Bertrams maakte voor Het Parool van dinsdag 6 oktober een lugubere tekening. Een klein Surinaams meisje kijkt verbaasd naar magere Hein, die met een dubbele zeis toeslaat. Op het onderste mes staat ‘El Al’, op het bovenste SLM. In 1989 stortte een vliegtuig van de Surinaamse maatschappij neer op vliegveld Zanderij bij Paramaribo. Alle 177 inzittenden kwamen om het leven. Ruim drie jaar later slaat een Israëlische Boeing een gat in de Surinaamse gemeenschap in Nederland, die voor een groot deel in de Bijlmer woont.
Dit aspect kreeg grote aandacht in de media. Binnen korte tijd werden de Surinamers door twee rampen getroffen. Achteraf bleek dat ‘slechts’ vier Surinamers bij de crash in de Bijlmerflats om het leven waren gekomen. Ondanks de grote materiële schade viel de fysieke schade dus mee. Dat konden de kranten niet van te voren weten. Hoe gingen zij met de dubbele ramp om?
Het Parool heeft acht artikelen over de gevolgen van de ramp op de Surinaamse gemeenschap gepubliceerd. In NRC Handelsblad stonden vier artikelen, van de Surinaamse correspondent en van de Amsterdamse redactie. Het Nieuwsblad hield het op twee artikelen, van de correspondent in Paramaribo (maandag) en van het GPD-net. Dit zou verklaard kunnen worden uit de feiten dat in Noord-Nederland weinig Surinamers woonden, dat de redactionele mogelijkheden beperkt waren en dat Het Parool en het NRC een Amsterdamse redactie kenden die dit ‘nieuws’ oppikten. We bekijken nu hoe dit oppikken in zijn werk ging.
De dag na de ramp meldde Het Parool op pagina 2 dat de vorige nacht paniek uitbrak toen via CNN duidelijk werd dat er een toestel op de Bijlmermeer was neergestort. Venetiaan verscheen op de televisie en betuigde zijn medeleven. De krant beschrijft hoe de telefoonlijnen overbelast raakten en hoe de Surinaamse overheid reageerde op de ramp. Ook wordt aan de ramp met het SLM-toestel gerefereerd. Op dezelfde pagina staat de lange zoektocht van een Surinaamse jongen naar een familielid: ‘Al snel wordt duidelijk dat de woede in de Surinaamse gemeenschap de overhand krijgt. (...) Aanwezigen suggereren dat de media hen bewust om de tuin leiden. Surinamers zijn weer net als bij de vliegramp met het SLM-toestel slachtoffer.’
Dinsdag schrijft redacteur John Jansen van Galen over het verband tussen de SLM- en de El Al-ramp: ‘"Iedereen kende wel een van de slachtoffers," heette het drie jaar geleden. Het zal nu, na de ramp in de Bijlmer, niet anders zijn. (...) Er zal veel behoefte zijn aan troost.’ In de kortjes zet de krant een fout van maandag recht. Het was vergeten in het overzicht van vliegrampen die van Zanderij mee te nemen. In een nieuwsverhaal over de Surinaamse rouw staat dat naar schatting ‘dertig procent van de weggevaagde huizen door Surinamers werd bewoont (sic!), met een gemiddelde bezetting van tien personen’. Dat was dus verre van waar.
De volgende dag meldt de krant dat Venetiaan de rouwdienst van zondag bijwoont en dat in Suriname een periode van nationale rouw is afgekondigd. En: ‘In regeringskringen in Paramaribo wordt er rekening mee gehouden dat zeker tachtig Surinamers en personen van Suriname origine slachtoffer zijn geworden van de vliegramp.’ Of dat doden of gewonden zijn, laat het artikel in het midden. In de speciale bijlage staat een paginagroot interview met een maatschappelijk werkster die hulp verleende tijdens beide rampen. In een column van de Surinamer Iwan Brave wordt de klap voor de Surinaamse gemeenschap nog eens goed verwoord. ‘Moet er nog een monument komen? Liever niet. Het zou het vierde worden voor de zwarte gemeenschap.’
Het is duidelijk: Het Parool legt een sterk verband tussen de twee rampen. Dat doen de andere twee kranten minder. NRC bericht afstandelijk en zakelijk en vertelt wat de regering van Suriname doet aan de ramp. In één alinea wordt verwezen naar de SLM-ramp: ‘Bij veel Surinamers roept de vliegramp herinneringen op aan het ongeluk (...) in juni 1989.’ In de krant van dinsdag opnieuw een nieuwsverhaal, dit maal over het feit dat de groep mensen die in 1989 de opvang heeft verzorgd, opnieuw is opgeroepen.
Donderdag meldt het NRC, evenals Het Parool deed, de komst van president Venetiaan. De krant laat de speculaties over het dodencijfer weg. Een dag later is er weer een nieuwsverhaal, ditmaal over de noodzakelijke rouwverwerking op de rampplek zelf. NRC Handelsblad behandelt op deze wijze de groep Surinamers als een willekeurig getroffen groep, zonder er veel specifieke aandacht aan te geven en zonder een verband met de SLM-ramp.
Het Nieuwsblad van het Noorden laat het Surinaamse vliegtuigongeluk geheel weg. De krant bericht maandag over de onzekere situatie in Suriname, net zoals het NRC deed. Met name concentreert de correspondent zich op de slechte verbindingen met Nederland. Woensdag besteedt het Nieuwsblad aandacht aan het rouwproces en hoe dat onder meer bij de Surinaamse gemeenschap dient te verlopen. Daar laat de krant het bij.
De tweede grote Surinaamse ramp bestaat dus alleen in Het Parool, met de overwegend in Amsterdam wonende lezers. Het NRC besteedde er ook wel aandacht aan, maar legde terecht het verband niet tussen 1989 en 1992. Het Nieuwsblad kon – vanwege geringe redactiemogelijkheden –, en hoefde – vanwege het lezerspubliek – de Surinaamse gemeenschap niet als zwaar getroffen bestempelen en hun veel aandacht te geven.
Voorpagina’s
De eerste pagina van de krant gebruikt de redactie om het belangrijkste nieuws aan te geven. Het is interessant om te bekijken hoe de kranten dit deden ten tijde van de Bijlmerramp. De journalistieke keuzes geven immers aan hoe belangrijk de redactie het nieuws vond. Het gaat in dit geval om een viertal aspecten. Is de kop van de opening groter dan normaal? Worden foto’s groter afgedrukt? Staan er meerdere artikelen over de ramp op de voorpagina? En is er ruimte voor ander nieuws?
Het Parool laat er maandag geen twijfel over bestaan. Onder een paginabrede kop ‘Meer dan 200 doden bij ramp’ staat een enorme foto van de ravage die de Boeing heeft veroorzaakt. Helemaal onderaan de pagina staat een – kort – artikel over de ramp en een index van de vele artikelen die Het Parool die dag heeft over de ramp. Als geheel komt de pagina indrukwekkend over.
Dinsdag en woensdag staan er op de voorpagina drie artikelen (woensdag ook een reportage) en een grote foto. De kop van dinsdag is paginabreed, woensdag is die tweeregelig links. De index is nu naar linksboven verschoven en neemt ongeveer een halve kolom in beslag. Wel is er ruimte voor ander nieuws, zoals sport- en economieberichten en internationaal nieuws. Ook is er een inhoudsopgave van het overige nieuws.
De volgende dag opent Het Parool nog wel paginabreed met de ramp (‘Aantal doden veel kleiner dan 250’) maar een foto van de Russische oud-president Gorbatsjov leidt de aandacht af. Rechts staat een nieuwsverhaal over de ruzies in de opvanghallen. Linksboven staat nog steeds een index. Daar laat Het Parool het bij, ander nieuws wordt ook belangrijk gevonden. Vrijdag is de index verdwenen, de opening ook vanwege de dood van de Duitse oud-bondskanselier Willy Brandt. Opnieuw siert een kleine reportage de voorpagina, naast een bericht over de slachtoffers. Het is duidelijk dat de nieuwsstroom niet meer vanuit de Bijlmer komt.
Datzelfde patroon zien we terug bij de andere kranten, maar die rapporteren ingetogener over de ramp. Het Nieuwsblad maakt maandag alle kolommen van de voorpagina vrij voor de ramp en kopt maximaal ‘Bijlmer ‘spookstad’ bij daglicht’, daar links onder het nieuws en over vier kolommen een zeer grote staande foto. Dan zijn er nog drie berichten over de ramp (‘Beatrix geschokt’) plus een graphic van de vlucht. De redactie behoudt wel de gewone index rechtsboven, en de rubriek ‘Rondje Stad’.
Dinsdag herhaalt het patroon zich voor de bovenkant van de pagina. Onder ‘Haast met berging doden’ vinden we opnieuw een tweekolommer nieuws en een foto, ditmaal van Koningin Beatrix. Verder heeft het Nieuwsblad nog twee verhalen over de ramp en een foto van wachtende reddingsploegen. Opvallend is dat de krant ‘toegankelijke’ berichten op de voorpagina plaatst: ‘Zuidhollandse jongeren vaak dronken’, ‘Dieven schenden graf Benny Hill’ en ‘Agent geschorst na diefstal deodorant’.
De drie volgende dagen heeft de krant dezelfde indeling. De standaardopening linksboven is voor de Bijlmerramp, inclusief de foto. Verder staan er nog één tot twee artikelen over de ramp op de voorpagina, vrijdag is er alleen ander nieuws. Dat andere nieuws gaat van ‘Plassers in het zonnetje’ en ‘Autodief rijdt peperdure BMW in vernieling’ tot ‘Stadspark Paviljoen in Groningen blijft open’.
NRC Handelsblad heeft in de week na de ramp het meest consequente voorpaginabeleid gevoerd. De eerste vier dagen is de opening voor de ramp, maar de kop blijft links of rechts en twee- tot drieregelig. De kortjes links blijven gehandhaafd en ander nieuws staat vanaf dinsdag ook op de voorpagina. Vrijdag krijgt de dood van Willy Brandt zelfs een grotere kop en meer aandacht dan de Bijlmerramp op maandag. Op die eerste dag na de ramp staan onderop de pagina wel artikelen over de ramp, maar met een technisch en politiek karakter: ‘Vliegramp ontbreekt in notitie veiligheid’ en ‘Begrotingsdebat uitgesteld’.
Dinsdag heeft het NRC, behalve een grote foto van drie ambassadeurs, verhalen over de berging en de autonomie van piloten. De rest van de voorpagina wordt ingenomen door nieuws over de EU en ruzie in de Britse conservatieve partij, naast de vaste onderdelen die geen moment wijken. Dit patroon herhaalt zich woensdag, met nog maar één artikel over de ramp (‘Moeizame registratie vermisten’), naast de opening en een grote foto.
Donderdag wint de wereld verder aan belang ten opzichte van de nu vier dagen oude Bijlmerramp. Alleen de opening van de krant gaat nog over de ramp. Evenals Het Parool van die dag zet het NRC een foto van Gorbatsjov op de voorpagina. Daarboven staat een driekolommer over de schrijver Walcott, die de Nobelprijs voor literatuur gewonnen heeft. Vrijdag zorgen de dood van Brandt, de verkoop van Fokker aan Dasa en Walcotts prijs er voor dat de Bijlmerramp alleen een eenkolommer ruimte krijgt. ‘Twijfel over veiligheid borgpinnen groeit’ is voor NRC Handelsblad het enige nieuws over de Bijlmerramp.
De gemaakte keuzes voor de voorpagina zijn per krant erg verschillend. Het Parool heeft de vaste indeling een keer geschrapt en de rest van de week de ramp zeer prominent geplaatst en veel aandacht gegeven. Het Nieuwsblad deed dat ook, maar vooral met grote openingen en nog grotere foto’s. Onbelangrijke nieuwsfeitjes verlichtten de pagina enigszins. NRC Handelsblad had een consistentere aanpak en maakte met de indeling duidelijk dat er ook wel meer gebeurde in de wereld, vooral in de wereld buiten Nederland.
Conclusie
De Bijlmerramp is door de drie onderzochte kranten op verschillende manieren verslagen. Het Parool gaf de meeste informatie en ook het meest menselijke beeld van de ramp. Het Nieuwsblad van het Noorden gaf de minste en de meest beperkte informatie, maar belichtte de gevolgen voor de bewoners wel meer dan NRC Handelsblad. Die krant gaf uiteindelijk het beste beeld door de juridische, politieke en technische aspecten van de ramp zorgvuldig te belichten, maar betrok de daklozen minder in de berichtgeving.
Met dit eindoordeel kunnen we vaststellen dat de stelling, dat Het Parool en het Nieuwsblad van het Noorden de menselijke kant van de Bijlmerramp meer hebben belicht dan NRC Handelsblad, ondersteund wordt door dit onderzoek. De geschetste achtergrond van de kranten gaf hier al een vermoeden toe.
De kwantitatieve analyse versterkt het beeld van de achtergrond. Het Parool besteedde de meeste aandacht aan de Bijlmerramp, gevolgd door NRC Handelsblad. Het Nieuwsblad van het Noorden bleef achter, waarschijnlijk door de beperkte redactionele mogelijkheden en de fysieke afstand. Daarbij kwam de tendens van landelijke kranten om zich te richten op nieuws uit de Randstad, al was de hoofdredacteur van het NRC daar tegenstander van.
Ook de verslaggeving over de slachtoffers van de ramp ondersteunt de stelling. Het Parool heeft het meest menselijke beeld van de ramp gegeven maar melkte dat wel uit. Het Nieuwsblad bleef achter met een rommelige en beperkte, maar wel op de slachtoffers gerichte verslaggeving. Bij het NRC hadden technische, internationale en politieke verhalen voorrang. De bronnenkeuze en de fotografie versterken deze observeringen.
Het Parool legde in tegenstelling tot de andere kranten een verband tussen de SLM-ramp en de Bijlmerramp. Het NRC besteedde beperkte aandacht aan de getroffen Surinamers. Het Nieuwsblad deed dat nog minder. Ten slotte vertoonden de voorpagina’s weinig overeenkomsten. Het Parool pakte vooral maandag uit door de hele indeling te schrappen en de rest van de week een aparte inhoudsopgave voor de ramp te hanteren. NRC Handelsblad wijkte geen moment van de gebruikelijke indeling af, behalve bij de dood van Willy Brandt. Het Nieuwsblad van het Noorden had dikke koppen en grote foto’s, maar deinsde er niet voor terug onbelangrijke nieuwtjes op de voorpagina te plaatsen.
De Bijlmerramp heeft veel gevergd van de journalisten van de onderzochte kranten. In Amsterdam verbleven zij dagenlang in de opvangcentra en op de rampplek. De Rotterdamse redacteuren beschouwden vooral, lazen en belden. In Groningen was het wachten op artikelen en foto’s van de persbureaus. De verschillende journalistieke methodes lieten hun sporen na.
Literatuur
Becker, M., ‘Wat hebben de media ons te zeggen’ in idem ed. Massamedia tussen informatie en emotie (Nijmegen 1999)
Camps, H., ‘Ons succes bevestigt de ontzuiling van Nederland’ in: Elsevier 4 januari 1997 28-30
Commissie Bijlmerrampenquête, Een beladen vlucht: waarheidsvinding en lessen voor de toekomst (Den Haag 1999)
Cuilenburg, J. van, ‘Krant, markt en democratie’ in W. van Norden et.al. Met behoud van identiteit. Perscombinatie 1968-1993
Dekker, V., Going down, going down. De ware toedracht van de Bijlmerramp (Amsterdam 1994)
Es, G. van, e.a., Van onze redacteuren: NRC Handelsblad 1970-1995 (Amsterdam 1995)
Gaag, A. van der, ‘Nieuwsblad van het Noorden belooft lezers beterschap’ in Adformatie 11 december 1997 20
Hemels, J., ‘De wankelende krant’ in J. Bardoel en J. Bierhoff ed., Media in Nederland (Groningen 1990)
Meulen, T. van der, Dichtbij. Regionale kranten in Nederland (Meppel 1997)
Mulder, G. en P. Koedijk, Léés die krant! Geschiedenis van het naoorlogse Parool (Amsterdam 1996)
NRC dossier Bijlmerramp: www.nrc.nl/W2/Lab/Profiel/Bijlmerramp
NRC Handelsblad 22 april 1999 en 4 oktober 2000
Rozendaal, S., ‘Van Bhopal tot Bijlmer’ in: Elsevier 8-4-2000 124-128.
Siepe, L., ‘Regio-journalistiek is ’t moeilijkste dat er is’ in De Journalist 2 (1998) 22-23
Vasterman, P., ‘De rampzalige berichtgeving over de Bijlmerramp’ in De Journalist 10 (1999) 38-42
Zee, S. van der, De overkant. Mijn jaren bij Het Parool (Amsterdam 1996)
|
Het Parool |
NRC Handelsblad |
Nieuwsblad vh Noorden |
||||
|
Artikelen |
Foto’s |
Artikelen |
Foto’s |
Artikelen |
Foto’s |
|
|
Maandag |
16.37 |
14.56 |
12.03 |
7.77 |
7.67 |
8.73 |
|
Dinsdag |
27.21 |
11.06 |
10.66 |
4.41 |
10.61 |
5.78 |
|
Woensdag |
14.13 |
6.75 |
5.39 |
2.11 |
4.27 |
1.97 |
|
Donderdag |
21.88 |
9.03 |
4.43 |
0.75 |
1.76 |
2.21 |
|
Vrijdag |
6.43 |
2.14 |
1.45 |
0.44 |
1.49 |
1.49 |
|
Gemiddeld |
17.20 |
8.71 |
6.79 |
3.10 |
5.16 |
4.04 |
TABEL I
Percentage artikelen en foto’s maandag 5 oktober – vrijdag 9 oktober 1992
TABEL II
Aantal gebruikte genres maandag 5 oktober 1992 – vrijdag 9 oktober 1992
|
Het Parool |
NRC Handelsblad |
Nieuwsblad vh Noorden |
|
|
Achtergrond |
24 |
7 |
8 |
|
Column |
7 |
- |
2 |
|
Commentaar |
2 |
1 |
1 |
|
Interview |
2 |
- |
2 |
|
Losse foto |
9 |
1 |
2 |
|
Nieuwsanalyse |
2 |
1 |
1 |
|
Nieuwsbericht |
62 |
51 |
16 |
|
Opiniestuk |
3 |
3 |
1 |
|
Reportage |
18 |
4 |
6 |
|
Spotprent |
2 |
1 |
1 |
|
Totaal |
131 |
69 |
40 |