[Paper Gerbrig van Brug]

inleiding
de Bijlmerramp
de slachtoffers
hulpverlening
de autoriteiten
publieke radio en televisie
methode van onderzoek
conclusie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

terug naar boven

 

 

 

 

 

 

 

Feit & Fictie

De Bijlmerramp op de publieke televisie

Inleiding

Een gewone zondagavond in de Amsterdamse Bijlmermeer werd wreed beëindigd, toen op 4 oktober 1992 een vliegtuig neerstortte op twee flats. De ravage die het vrachttoestel van de Israëlische maatschappij El Al veroorzaakte was groot. Er was verwarring alom. Vooral het aantal slachtoffers bleef dagenlang onduidelijk. Maar ook op de lange termijn bleven veel vragen onbeantwoord. Wie waren de ‘mannen in witte pakken’, die zich rond de plek van de ramp hadden bevonden? En toen veel mensen, die in de buurt van de ramp geweest waren, klaagden over problemen met hun gezondheid, werd er gekeken naar de vracht van het El Al-toestel. Steeds weer kwam er iets boven water. En steeds meer nam het vertrouwen in de overheid af.

De media zijn er vanaf het begin bij geweest. Hun pogingen om het nieuws rondom de vliegramp zo duidelijk mogelijk over te brenger naar kijker, lezer en luisteraar zijn niet altijd gelukt. Soms veroorzaakten zij juist meer verwarring door onjuiste getallen en feiten te noemen. De kritiek op de media is groot. Ze zouden paniek hebben gezaaid onder de bevolking. Anderzijds waren het vaak de media die onduidelijkheden rondom de ramp juist aan het licht brachten. In de eerste uren na de Bijlmerramp speelden de publieke radio en televisie een belangrijke rol. Mensen wilden nieuws horen, zo snel mogelijk. Nieuws kwam er, maar de uitzendingen zijn later fel bekritiseerd. Was dit terecht? Bevatten de uitzendingen echt zoveel onjuistheden? Ik wil gaan onderzoeken of de eerste publieke televisie-uitzendingen bestonden uit feiten of fictie. Om in het onderzoek niet alle aspecten van de ramp de revue te laten passeren, zal ik mij in eerste instantie beperken tot de verslaggeving rondom de slachtoffers van de ramp.

In dit eerste paper zal nog geen onderzoek worden verricht. Het is een verslag van de gebeurtenissen op 4 oktober 1992 en de gevolgen die daaruit voortvloeiden. Omdat ik mijn onderzoek zal beperken tot de slachtoffers, wordt in dit paper de nadruk op die groep gelegd. Toch zullen ook de autoriteiten even behandeld worden, omdat door de schreeuw van slachtoffers om duidelijkheid uiteindelijk een parlementaire Enquêtecommissie de taak kreeg alle onduidelijkheden rondom de Bijlmerramp weg te nemen. Om alvast een voorproefje te geven op mijn eigen onderzoek, wordt vervolgens de kritiek die publieke televisie-uitzendingen hebben gekregen kort samengevat. Tot slot komt de geplande methode van onderzoek aan bod.

De Bijlmerramp

4 oktober 1992, zondagavond: Om twintig minuten over zes stijgt vlucht LY 1862 op vanaf de Zwanenburgbaan van Schiphol. Acht minuten later, wanneer de Boeing zich ten westen van Weesp bevindt, meldt de gezagvoerder aan de toren: "El Al 1862, mayday, mayday, we have an emergency problem." De luchtverkeersbegeleiding maakt het luchtruim vrij. Op verzoek van de gezagvoerder wordt de Buitenveldertbaan vrijgegeven voor landing. In de cockpit van de LY 1862 werkt de bemanning uit alle macht om het vliegtuig veilig terug te brengen naar Schiphol. Maar de beslissing om de flaps uit te doen en weer op te trekken wordt het vliegtuig fataal. In die laatste seconden vindt de volgende conversatie plaats tussen de gezagvoerder van het Israëlische toestel en Henk ter Braake en Jet van Opijnen, beiden van de Luchtverkeersbeveiliging (LVB) op Schiphol.

Gezagvoerder: EL AL 1862, continue descent 1500 feet, 1500 and we have a controlling problem.

LVB 1: You have controlling problems as well, roger.

LVB 1: Hij zit dik, dik, dik in de problemen, nou ook met z’n controls.

LVB 2: Dus ook problemen met zijn controls? Check?

LVB 1: Ja.

(…)

Gezagvoerder: Going down, 1862, going down, going down.

LVB 2: Het is gebeurd.

LVB 1: Ja, EL AL 1862, your heading…

LVB 2: Het heeft geen zin, hij is gecrashed, Henk.

LVB 1: Heb je hem gezien?

LVB 2: Eén grote rookwolk boven de stad.

LVB 1: Tsjezus.1

De noodlanding van het vrachtvliegtuig van de Israëlische maatschappij El Al mislukt. Om half zeven ’s avonds stort het toestel neer op de flats Groeneveen en Kruitberg in de Amsterdamse Bijlmermeer. Er breekt brand uit, de paniek is groot. Over het aantal slachtoffers kan nog niets gezegd worden. Het bergen van de slachtoffers kan dagen gaan duren, omdat er instortgevaar is.

Het 13,5 jaar oude toestel van El Al was even voor half zeven van Schiphol opgestegen met bestemming Tel Aviv. Kort na de start liet de piloot van het toestel weten dat er problemen waren met twee van de vier motoren. Hij zou terugvliegen naar Schiphol. Vlak voor het toestel neer stortte, verloor het de twee motoren die inmiddels in brand gevlogen waren. Explosies, rondspattend puin en een hevige vuurzee waren het gevolg van de klap waarmee het vrachttoestel zich in de flats boorde. Veel slachtoffers moeten op slag dood geweest zijn. Anderen kwamen om toen zij in paniek uit de ramen en van de balkons sprongen.2

De slachtoffers

De Bijlmermeer was voor de vliegramp al een bekende wijk in Nederland. Het was een wijk die kampte met sociale problemen. De wijk was met haar verouderde en daardoor veel leegstaande flats een eenzijdige vluchthaven voor migranten, waar de gemeente Amsterdam over het algemeen weinig aandacht aan besteedde. In de Elsevier van 26 september 1992 stond een artikel waarin de ‘woonproblemen’ van de wijk aan bod kwamen: ‘Wonen in de Bijlmermeer is nog steeds tweede keus. Men trekt er veelal heen als men geen keus heeft. Degenen die kunnen, verdwijnen meestal zo snel mogelijk weer. Het gevolg is een wijk met een eenzijdige inkomens- en bevolkingssamenstelling die zichzelf versterkt. Het verloop is groot en bij een ruimer woningaanbod elders in de stad neemt de leegstand onmiddellijk toe.’3

Khaled Mohamed staat bij de rode lift om naar zijn appartement te gaan en hoort een vreselijk lawaai. Een Boeing 747 dringt neerstortend door het flatgebouw; een klap, een explosie, een schokgolf, een vuurzee. Het was ineens, immens en totaal.

Ik wist niet precies wat er gebeurde. Het gebeurde snel. Ik wist op dat moment niet hoe en waarom. (…) Het is een moment dat je niet echt kunt begrijpen. Je ziet alleen wat er gebeurt. (…) Toen mijn bewust teruggekeerd was, toen ik dingen begon te horen, schreeuwen, dacht ik aan mijn vriend die boven in de flat was. Hij sliep. Ik dacht dat hij dood was. Ik wilde naar boven gaan. Ik moest naar links rennen voor die andere lift. Er renden veel mensen naar beneden. Ik kon niet naar boven. Ik kan niet goed mijn lichaam controleren. Iedereen gaat naar beneden en je wilt naar boven. Ik was geduwd door de mensen en ik hoorde iets dat ik gek ben. Ik kon het niet meer proberen. (…) Ik dacht dat alles verloren was. Ik was geaccepteerd voor een studie aan de universiteit. Ik was bezig met Nederlands. Ik dacht dat ik aan het begin van een mooie periode stond. Ik wilde in Nederland economie gaan studeren. Plotseling was alles verloren. Op dat moment dacht ik aan mijn leven, mijn toekomst, leven en dood, buren, kinderen die ik altijd mee gespeeld heb. Al die mensen waren dood.4

Paniek, radeloosheid en chaos. Sommige mensen wagen zich in de vlammenzee om anderen te redden. Door de hitte zetten deuren en kozijnen uit. Bewoners raken opgesloten in hun eigen woning. Er zijn mensen met brandwonden, scherfwonden en mensen die in de verdrukking zijn geraakt. Mensen zijn in paniek en springen vanaf de galerijen naar beneden. Tijd en gevoel staan stil. Bewoners en omwonenden lopen verdoofd over het rampterrein.5 Een periode van tijdloosheid en gevoelloosheid. Binnen enkele minuten, in de beleving van veel mensen ter plaatse pas na een eeuwigheid, arriveren de eerste hulpverleners op het rampterrein. Van de mensen die door de ramp hun huis moesten verlaten, worden velen opgevangen in de directe omgeving, zoals in het kerkelijk centrum ‘De Nieuwe Stad’. In sporthal Gaasperdam wordt zondagavond nog een crisiscentrum ingericht.6

De onduidelijkheid rondom het aantal slachtoffers was erg groot na de ramp. De media speculeerden over het aantal doden, wat aanvankelijk werd geschat op meer dan honderd. Dit kwam onder andere door het grote, maar onbekende aantal illegalen dat in de wijk woonde. Uiteindelijk vonden 43 mensen de dood ten gevolge van de ramp: 39 bewoners van de Bijlmermeer en de vier mensen die aan het boord van het toestel waren geweest. Bij de ziekenhuizen hebben zich 26 gewonden gemeld, van wie er elf zijn opgenomen.7 Daarnaast raakten 260 mensen hun woning kwijt. Ongeveer 800 mensen, onder wie veel kinderen, hebben de vliegramp van nabij aanschouwd. Bij deze groep zijn de beelden, geluiden en geuren in het geheugen gegrift. Ongeveer 200 reddingswerkers hielpen direct na de ramp en bij het bergingswerk. Het totale aantal personen dat van dichtbij de ramp en de invloed ervan heeft ondergaan, varieert volgens een schatting van 1000 tot 1500.8 Psychische hulp kwam na de ramp vrij snel op gang. Het Maandblad Geestelijke Volksgezondheid (MGV) heeft haar nummer van oktober 1993 helemaal gewijd aan een terugblik op de psychische hulp na de Bijlmerramp.

In een artikel van vier allochtone hulpverleners, die bij de ramp hebben geholpen, wordt de rol van allochtone hulpverleners beklemtoond. Omdat veel slachtoffers van de Bijlmerramp van buitenlandse afkomst waren, hadden allochtone hulpverleners een belangrijke taak. Zij kenden de taal, cultuur en rouwtradities van de slachtoffers. Hoewel er veel hulp voor de slachtoffers kwam, betreurden de vier hulpverleners dat pas na de ramp bij veel autochtonen doordrong dat Nederland een multi-etnische samenleving is: ‘Kon men alleen door een ramp van dergelijke omvang beseffen dat Nederland pas rijk is wanneer wij, wit, bruin of zwart, verdriet en angst kunnen delen?’9

Hulpverlening

Vlak na de ramp zocht een grote groep mensen hulp bij het RIAGG in Amsterdam Zuid-Oost. Tijdens de eerste vijf weken na 4 oktober waren er 276 aanmeldingen meer dan normaal. Tot 10 maart 1993 waren er 450 aanmeldingen naar aanleiding van de vliegramp. Al deze mensen meldden zich met posttraumatische stressreacties. Zij hadden vooral last van herbelevingen, nachtmerries, slapeloosheid, schrikachtigheid, concentratiestoornissen en vermijdingsreacties. Naast individuele gesprekken bood het RIAGG Zuid-Oost in Amsterdam groepsbehandeling aan. Van de personen die zich bij het RIAGG meldden, bleek 84 procent van buitenlandse afkomst te zijn. Hiervan was 47 procent van Antilliaanse en Surinaamse afkomst en 20 procent uit Afrika, waarvan de meesten uit Ghana. Omdat veel personen geen Nederlands spraken, werden de groepsbehandelingen ook in het Engels en Papiaments aangeboden.10

Naast psychische en materiële problemen, bleken er later ook lichamelijke problemen uit de Bijlmerramp voort te vloeien. Sommige gezondheidsproblemen van slachtoffers en journalisten zouden het gevolg zijn van de vracht van het vliegtuig, die bestond uit een aantal schadelijke stoffen. Later werd dit door de Enquêtecommissie vrijwel geheel ontkend.

De autoriteiten

Wijkagent P. Veen is met enkele collega’s in de buurt van de flats Kruitberg en Groeneveen. Ze zijn daar in verband met een melding van autodiefstal. Over mobilofoonkanaal 422 geven de agenten omstreeks 18.35 uur aan de meldkamer door dat ze ter plaatse zijn. Ze geven een beschrijving van de verdachte, die inmiddels de benen heeft genomen. Op de achtergrond van het gesprek klinkt een aanzwellend geraas. Kort daarna wordt geschreeuwd:

Vliegtuig neergestort in de Bijlmer… Dit is een gróót alarm! Er is een Boeing 747 neergestort in de K-zone! Dit is geen geintje jongens! Serieus! Gauw erheen in de richting van de K-zone!11

Uit het logboek van het beleidscentrum Bijlmerramp: ‘Drie minuten na de crash, die plaatsvindt om 18.34 uur, komt de eerste melding binnen bij de politie. Onmiddellijk worden GG&GD en de brandweer gewaarschuwd. Burgemeester Ed van Thijn wordt om 18.43 geïnformeerd door hoofd Voorlichting Oostveen. Zeventien minuten na de crash, om 18.51 uur, adviseert het Hoofd Openbare Orde en Veiligheid mr. Maureen Sarucco, de burgemeester om de rampenstaf bijeen te roepen en een rampverklaring af te geven. Dat gebeurt terstond. Het beleidscentrum (BC) in de kelder van het Amsterdamse stadhuis wordt geactiveerd. Daar begint iets later de eerste van een lange reeks sessies die tot 23 oktober zal duren.’12

Het rampenplan van de gemeente Amsterdam trad in werking. Onder leiding van burgemeester Van Thijn kwam een crisisteam van commandanten van de politie, brandweer, GGD en vervoersdiensten bijeen in het stadhuis. Artsen en verpleegkundigen werden opgeroepen. Hulpverleners kwamen overal vandaan om te helpen. In de Bijlmermeer was het een grote chaos, omdat veel mensen probeerden bij de getroffen flats te komen. Daarop werd de weg afgesloten.13 Een jaar na de ramp concludeerde het Crisis Onderzoek Team (C.O.T.) in een evaluatierapport over beleid en hulpverlening bij de Bijlmerramp, dat de gemeentelijke autoriteiten en diensten over het algemeen effectief en met gevoel op de onmiddellijke gevolgen hebben gereageerd. Maar dat de gemeente moeite had met de omschakeling van rampbestrijding naar crisismanagement in ruimere zin. Zo had de gemeente moeite met het registreren van illegale getroffenen en bij het maken van onderscheid tussen rechthebbenden en niet-rechthebbenden voor verdere materiële en psycho-sociale hulpverlening. Enkele diensten waren onvoldoende voorbereid op hun taak in deze nazorgfase en de coördinatie liet soms te wensen over.14

De minimale kritiek die de gemeente Amsterdam kreeg, viel in het niet bij de kritiek die de landelijke autoriteiten later kregen van de Enquêtecommissie Bijlmerramp, die om de volgende redenen werd opgericht:

‘Zeseneenhalf jaar na het neerstorten van de El Al-Boeing 747 in de Bijlmermeer houdt de vliegramp de gemoederen nog steeds bezig. Steeds weer duiken berichten op over de toedracht, de berging, de lading en de gevolgen van de ramp voor de gezondheid. Veel vragen worden gesteld, maar vaak leveren ze geen bevredigend antwoord op.

Voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal is dit aanleiding om in oktober 1998 de Parlementaire Enquetecommissie Vliegramp Bijlmermeer in te stellen.

Het verhaal van de vliegramp is een verhaal over mensen, mensen voor wie op 4 oktober 1992 een keerpunt in hun leven betekende. Mensen die hun vertrouwen in de overheid hebben verloren. Mensen die sinds die dag ziek zijn of zich ziek voelen. Mensen die hun verhaal nooit hebben kunnen vertellen. Tijdens rondetafelgesprekken en tijdens de eerste week van de openbare verhoren zijn ooggetuigen, bewoners, slachtoffers en hulpverleners aan het woord gekomen. Zij vertelden de Commissie hun persoonlijke verhaal van de vliegramp in de Bijlmermeer.

In dit eindrapport wil de Commissie deze mensen ook aan het woord laten. De Commissie hoopt hiermee hun vragen te beantwoorden en er toe bij te dragen dat zij weer vertrouwen krijgen in de politiek, de overheid en de toekomst.’15

De Enquêtecommissie moest goed maken, wat de overheid jarenlang naliet. In april 1999 kwam het ‘Eindrapport Bijlmer Enquête’ uit. Het rekende min of meer af met alle complottheorieën, geruchten en speculaties rond de Bijlmerramp. Geen giftige lading, geen wapens, geen explosieven, geen plutonium, geen gebrekkig onderhoud, geen betrokkenheid van geheime diensten, geen extra gezondheidsrisico’s door het verarmd uranium, geen mycoplasma-besmettingen. De verantwoordelijke ministers krijgen wel veel kritiek. Opeenvolgende kabinetten hebben volgens het rapport de Tweede Kamer ‘onzorgvuldig, onvolledig, ontijdig of onjuist’ geïnformeerd.16 Vooral Els Borst van Volksgezondheid lag onder vuur. Maar ze hoefde uiteindelijk niet weg. Het kabinet uitte juist zelf kritiek en wel op de Enquêtecommissie en haar rapport.17

Hoewel het de bedoeling van de commissie was geweest om juist het vertrouwen in de overheid te vergroten, deed het onderzoek naar de Bijlmerramp het aanzien van de politiek niet goed. Het lekken van commissieleden naar buiten, onderlinge ruzies en het niet waarmaken van de verwachtingen die slachtoffers van de enquête hadden, veroorzaakten dat.18 Het nieuws rond de Bijlmerramp en haar gevolgen verstomde, maar de slachtoffers zijn er nog steeds.

Publieke radio en televisie

‘Opeens was Gijs Wanders in beeld. Wat moest die nou op zondagavond bij Studio Sport? Gijs moest rampspoed aankondigen. Nogal verwarrend, zo tussen hockey en driebanden door. Het bleef trouwens de hele verdere avond. We snakten dan ook meer dan ooit naar de maandagochtendbladen. Daarin zouden de zaken ongetwijfeld op een rij gezet zijn. Hetgeen tegenviel. Niet zo verbazingwekkend bij een ramp op zondagavond met paniekerige agenten en geïrriteerde verslaggevers. De journalistieke gevolgen lieten zich raden: ook in de kranten verwarring alom. Verwarring overigens die niet tot de eerste verslagdag, maandag 5 oktober 1992, beperkt bleef. Neem het aantal slachtoffers. (…) Of neem het aantal verwoeste en getroffen appartementen. (…) Of neem die motoren van de verongelukte Boeing. (…)’19

De mediaredactie van het Algemeen Dagblad schrijft op 5 oktober 1992: ‘De telefooncentrales van NOS, KRO, Veronica en VPRO zijn gisteravond overstelpt met verontwaardigde reacties van kijkers die zich erover beklaagden dat programma’s als ‘Waku Waku’, ‘Jiskefet’, het kindermuziekfestival om de Danny Kaye Award en ‘Ha, die Pa’ gewoon doorgingen. Aanvankelijk zag alleen de KRO af van het uitzenden van Ook Dat Nog. Later op de avond trok de VPRO de komische serie ‘The Powers that be’ in. Brandpunt kwam met een extra uitzending en programma’s werden onderbroken voor extra Journaals. Het calamiteitenplan, dat voorziet in vervangende programmering, kwam gisteravond niet in werking. Volgens een woordvoerder moeten daarvoor nog ingrijpender rampen gebeuren. Radio 1 maakte gisteravond met veel rechtstreekse reportages en ooggetuigeverslagen van de samenwerkende omroepen de nieuwe opzet als nieuws- en actualiteitenzender meteen waar.’20

In HP/De Tijd van 9 oktober 1992 stellen Henri de By en Ad Fransen de volgnde vraag: Hoe snel en accuraat wisten het NOS-Journaal, actualiteitenrubrieken en de radio bezorgde kijkers en luisteraars informatie te verschaffen over de ramp in de Bijlmer? Volgens hen was het volgende teletekstbericht het eerste bericht van de ramp: ‘Vliegtuig neergestort in de Bijlmer, nadere berichten volgen.’ Bij Radio 1 kwamen de eerste telefoontjes van ooggetuigen binnen. Om half acht werd Studio Sport onderbroken door het NOS-Journaal. De ramp werd gemeld, maar de eerste beelden waren om acht uur te zien. De beelden werden steeds herhaald, met een rechtstreeks verslag van Peter van der Maat erbij.21 KRO’s Brandpunt bracht de informatie snel op gang, vonden De By en Fransen. Brandpunt ving het tekort aan beelden op met studio-gasten, onder wie ooggetuigen, en telefoongesprekken. Redacteur Fons de Poel beperkte zich tot de feitelijkheden.

Over de programmering schreven De By en Fransen het volgende. De KRO probeerde als enige een doorlopende nieuwsuitzending te verzorgen. De NOS onderbrak geen lopende uitzendingen, maar de geplande programmering na VPRO’s ‘Jiskefet’ rond een uur of negen werd gewijzigd en onderbroken. Het ‘Even geduld a.u.b.’ was meerdere malen te zien. Jan Rodenburg, die Gerard van der Wulp, 4 oktober 1992 verving als hoofdredacteur van het NOS-Journaal, verweert zich door duidelijk te maken dat de NOS normaal gesproken geen uitzendingen heeft op zondagavond, behalve Journaals en Studio Sport. "Het hangt echt allemaal af van de welwillendheid van de andere omroepen." De Amsterdamse omroep AT5 liet volgens de journalisten steekjes vallen, door helemaal niets over de ramp uit te zenden.22

 

De Enquêtecommissie heeft tot slot het volgende over de media gezegd: ‘Terugkijkend op de rol van de media in de afgelopen zesenhalf jaar is een tendens te bespeuren dat wel melding wordt gemaakt van de theorieën, maar dat er veelal geen afdoende toetsing plaatsvindt van het waarheidsgehalte of de waarschijnlijkheid. Opgemerkt moet worden dat deze toetsing niet altijd mogelijk is vanwege het ontbreken van voldoende en goede informatie. Hierdoor blijven beelden hangen bij burgers die niet afdoende worden weerlegd. Het is niet aan deze Commissie om een oordeel te hebben over de berichtgeving: wel over de manier waarop de overheid hierop reageert.’23

Methode van onderzoek

Mijn onderzoek zal beginnen bij het eerste NOS-Journaal na het neerstorten van het El Al-vliegtuig op de Bijlmermeer. Daarna zullen alle publieke televisie-uitzendingen tot en met 9 oktober 1992, die de ramp behandelden, worden bekeken. Ik zal daarbij letten op de verslaggeving rondom de slachtoffers. Wie kwamen in beeld als slachtoffers en was dat een representatief beeld van de werkelijkheid? Hoe gingen de publieke zenders om met de ‘illegale slachtoffers’? Werd aan de kijker duidelijk gemaakt wie dat waren of werd het onderwerp vermeden? Hoe werd de wijk Bijlmermeer afgeschilderd in de uitzendingen? Als een wijk met sociale problemen of als een gewone Amsterdamse wijk, waar geen vuiltje aan de lucht was voor de vliegramp?

Bovenstaande vragen zullen deel uitmaken van het onderzoek. Een extra aspect wat ik aan het onderzoek toe zou willen voegen is ‘de reactie van de autoriteiten op de publieke televisie-verslaggeving over de slachtoffers’. Het gaat daarbij vooral om vragen die journalisten aan de autoriteiten vroegen met betrekking tot de slachtoffers van de ramp. Bovendien zou ik graag de programmering van de publieke zenders tot en met 9 oktober te pakken zien te krijgen om te kijken of de kritiek omtrent programmering terecht was. Misschien hadden de zenders nog geen calamiteitenplan, dat voorziet in vervangende programmering zoals dat er nu wel is in geval van een ramp.

Conclusie

Hoewel er nu eigenlijk nog weinig te concluderen valt, is het inmiddels wel duidelijk dat de vliegramp van 4 oktober 1992 een ontzettend lange staart had en misschien nog steeds wel heeft. Want nòg is niet alles duidelijk. De Enquêtecommissie lijkt sommige dingen te makkelijk aan de kant te hebben geschoven als onmogelijk gevolgen van de ramp, zoals de gezondheidsproblemen van veel slachtoffers en journalisten, die op de plek des onheils verslag deden. Ook met de uiteindelijke aanbevelingen van de commissie lijkt de overheid niets te hebben gedaan. De slachtoffers zijn opnieuw slachtoffer geworden. Dit keer niet van een vliegramp, maar van een overheid die haar onderlinge vetes en machtstrijd blijkbaar niet kon bedwingen. Misschien is het tijd voor de publieke televisie om hier met duidelijke argumenten en reportages over ooggetuigen opnieuw op in te springen, zodat de Bijlmerramp meer is dan een jaarlijkse herdenking. Namelijk ook een ervaring die politiek Nederland eraan herinnert dat het zo niet weer kan.

Noten


1.Officieel transcript van de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL), brief ECB 99160, 18 januari 1999.
2. Algemeen Dagblad, 5 oktober 1992.
3. Tom Nierop, ‘Centraal fonds voor de Bijlmer’, Elsevier, 26-9-1992, 31.
4. Openbaar verhoor van de heer K.E.D. Mohamed, 27 januari 1999 (verhoor 1).
5. Een beladen vlucht. Eindrapport Bijlmer Enquete (Den Haag 1999) 15-16.
6. Algemeen Dagblad, 5 oktober 1992.
7. Een beladen vlucht. Eindrapport Bijlmer Enquete (Den Haag 1999) 299.
8. Berthold P.R. Gersons en Ingrid V.E. Carlier, ‘De Bijlmer-ramp: crisisinterventie en consultatie’, MGV 48 (1993) 1043.
9. Ismay Alwart, Urmy Macnack e.a., ‘Rouw en rituelen na de vliegtuigramp’, MGV , 1056.
10. Joke Hellemans, ‘Groepsbehandeling voor slachtoffers van de Bijlmer-ramp’, MGV, 1089-90.
11. Assman communicatieband, Politie Amsterdam-Amstelland, mobilofoonkanaal 422, spoor 19.
12. ‘Uit het logboek van het beleidscentrum Bijlmerramp’, Alert 10 (1993) 6.
13. Algemeen Dagblad, 5 oktober 1992.
14. Marcel Bayer, ‘C.O.T. overwegend positief in evaluatierapport Bijlmerramp. Omschakeling van rampbestrij-ding naar crisismanagement verliep moeizaam’, Alert 10 (1993) 3.
15. Een beladen vlucht. Eindrapport Bijlmer Enquete (Den Haag 1999) 15.
16. Peter Vasterman, ‘De rampzalige berichtgeving over de Bijlmerramp’, De Journalist, 104 (21-5-1999) 38.
17. Frits Bloemendaal, ‘Bijlmerrapport. “Dit had niks met politiek te maken”, HP/De Tijd (30-4-1999) 8.
18. Stan de Jong, ‘Rampcommissie Bijlmer’, HP/De Tijd (3-3-2000) 20.
19. Jan van de Plasse, ‘Een ramp op zondagavond’, De Journalist, 43 (23-10-1992) 22.
20. Algemeen Dagblad, 5 oktober 1992.
21. Henri de By en Ad Fransen, ‘Rampverslag’, HP/De Tijd nr. 105 (9-10-1992) 9.
22. Ibidem.
23. Een beladen vlucht. Eindrapport Bijlmer Enquete (Den Haag 1999), 376.

Literatuurlijst


Algemeen Dagblad, 5 oktober 1992.
Alwart, Ismay, Urmy Macnack e.a., ‘Rouw en rituelen na de vliegtuigramp’, MGV 48 (1993).
Bayer, Marcel, ‘C.O.T. overwegend positief in evaluatierapport Bijlmerramp. Omschakeling van rampbestrijding naar crisismanagement verliep moeizaam’, Alert 10 (1993).
Bloemendaal, Frits, ‘Bijlmerrapport. “Dit had niks met politiek te maken”, HP/De Tijd (30-4-1999).
By, Henri de en Ad Fransen, ‘Rampverslag’, HP/De Tijd nr. 105 (9-10-1992).
Een beladen vlucht. Eindrapport Bijlmer Enquete (Den Haag 1999).
Gersons, Berthold P.R. en Ingrid V.E. Carlier, ‘De Bijlmer-ramp: crisisinterventie en consultatie’, MGV 48 (1993).
Hellemans, Joke, ‘Groepsbehandeling voor slachtoffers van de Bijlmer-ramp’, MGV 48 (1993).
Jong, Stan de, ‘Rampcommissie Bijlmer’, HP/De Tijd (3-3-2000).
Nierop, Tom, ‘Centraal fonds voor de Bijlmer’, Elsevier, 26-9-1992.
Plasse, Jan van de, ‘Een ramp op zondagavond’, De Journalist, 43 (23-10-1992).
‘Uit het logboek van het beleidscentrum Bijlmerramp’, Alert 10 (1993).
Vasterman, Peter, ‘De rampzalige berichtgeving over de Bijlmerramp’, De Journalist, 104 (21-5-1999).

Verder:
Officieel transcript van de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL), brief ECB 99160, 18 januari 1999.
Openbaar verhoor van de heer K.E.D. Mohamed, 27 januari 1999 (verhoor 1).
Assman communicatieband, Politie Amsterdam-Amstelland, mobilofoonkanaal 422, spoor 19.

 

terug naar boven