|
2. de Herald of Free
Enterprise
3. nieuws en actualiteiten
op televisie
terug naar boven
terug naar boven
terug naar boven
terug naar boven
terug naar boven
terug naar boven
terug naar boven
|
Voorjaar 1987: ik was zes jaar, net oud genoeg om na Sesamstraat nog even op te blijven voor Klokhuis en het Jeugdjournaal. Over het jeugdjournaal wil ik het niet hebben, dat heeft Marijn vorig jaar al uitgebreid gedaan, maar wel over dezelfde ramp als in haar paper, die met de Herald of Free Enterprise. Het was de eerst grote ramp die ik bewust meemaakte, en daarom pikte ik dit onderwerp ook direct uit de lijst. Ten tijde van het Heizeldrama of de ontploffing van de Challenger was ik echt nog te jong, maar de ramp met de Herald maakte indruk op me en het leek me duidelijk wat er aan de hand was. Als je de achterklep van een boot open laat staan, tja… dan loopt er allemaal water in en zinkt ‘ie. Brave Robert ten Brink en zijn collega’s legden mij in het Jeugdjournaal uit hoe de wereld in elkaar zat, het grotemensenjournaal was saai en actualiteitenprogramma’s als Brandpunt en Achter het Nieuws, waar mijn van oorsprong Rooms & Rooie ouders altijd naar keken, vond ik al helemaal suf. Nu ik, bijna vijftien jaar na dato, in het kader van dit onderzoekscollege een wat nauwkeuriger blik werk op deze scheepsramp en de nieuws- en actualiteitenprogramma’s die hem versloegen, blijkt het allemaal niet zo eenvoudig te zijn. De Herald zonk niet alleen door een openstaande "achterklep", maar door een combinatie van allerlei oorzaken. De reporters en journalisten hebben zich na deze verschrikkelijke gebeurtenis niet altijd even netjes gedragen. Het suffe Brandpunt vol grijze meneren en Achter het Nieuws met de altijd even integere Paul Witteman aan het roer, blijken een roemrucht verleden te hebben. Voor deze collegereeks wil ik mijn onderzoeksvraag, die ik al aankondigde in de toelichting op de literatuurlijst, handhaven. Wat waren de verschillen in verslaggeving met betrekking tot de slachtoffers van de ramp met de Herald of Free Enterprise door Achter het Nieuws, Brandpunt en het NOS-Journaal? Het doornemen van verschillende werken over de ramp zelf en de betrokken media maakte me nieuwsgierig naar een aantal zaken: Was dat NOS-journaal nu echt zo feitelijk en objectief? Wat was er in 1987 over van het linkse, rebelse Achter het Nieuws van de jaren zestig en zeventig? Was KRO’s Brandpunt terughoudender in de verslaggeving, was er van die "K" van "Katholiek" nog wat te merken? En waren de journalisten nou echt de bad guys die de taak van de reddingswerkers onmogelijk maakten? Al deze deelvragen komen samen in mijn onderzoeksvraag, die ik uiteindelijk hoop te beantwoorden. In dit paper wil ik allereerst de ramp zelf, de oorzaak, de redding , de slachtoffers en beknopt de rol van de media bespreken. Dan zal ik de situatie in televisieland eind jaren tachtig schetsen. Tenslotte wil ik kort ingaan op de geschiedenis van het NOS-journaal KRO’s Brandpunt en VARA’s Achter het Nieuws. 2. De Herald of Free Enterprise1 2 2.1 De ramp De kade van Zeebrugge staat op de vroege avond van 6 maart 1987 vol met uitgelaten mensen. Britse toeristen hebben een dag lang de Belgische kust verkend en zich te goed gedaan aan het Vlaamse bier. Militairen, gestationeerd op een Engelse kazerne in Duitsland, vertrekken naar Dover om hun vakantie te vieren bij vrouw en kind. De veerboot die ze naar huis moet brengen is de Herald of Free Enterprise, eigendom van de Britse rederij Townsend Thoresen. Die bewuste avond wordt het gezag aan boord gevoerd door kapitein David Lewry en twee dekofficieren. De Herald wordt in 1979 gebouwd en is als roll on- roll offschip (roro) geschikt voor het vervoeren van passagiers, auto’s en vracht. De auto’s aan boord worden verdeeld over twee garages boven elkaar, éen op het E- en éen op het G-dek. In Zeebrugge is alleen een laadbrug aanwezig die direct aan het G-dek gekoppeld kan worden. Om ook het E-dek te laden en lossen, moet het schip dieper in het water liggen en daartoe worden de ballasttanks gevuld. Om 19.08 uur begint de Herald aan zijn overtocht van Zeebrugge naar Dover. Het wordt een routinevaart. Op het water is het bitter koud, maar het waait nauwelijks, de zee is rustig en het zicht uitstekend. Twintig minuten later is de reis voorbij. Vanaf de baggeraar Sanderus ziet de kapitein, Robert Compernolle, de veerboot uitvaren, zoals wel vaker rond dit tijdstip. Plotseling helt het schip scherp naar links, bakboord. Enkele seconden daarna is er niets meer. Het enorme vaartuig lijkt onder het ijskoude water, 3 graden Celsius, te zijn verdwenen. Aan boord van de Herald zelf voltrekt zich een drama. Wat altijd de bakboordzijde van de boot was, is nu opeens de bodem. Passagiers en bemanningsleden vallen dertig meter naar beneden en raken daarbij vaak al ernstig gewond. Al snel begeven de ramen het door de druk en stroomt het ijskoude water naar binnen. De passagiers in de eetzalen proberen in het pikkedonker over de vastgeschroefde tafels naar boven, het nog droge gedeelte, te klauteren. De lifejackets, natuurlijk bedoeld om mensen te redden, worden nu een van de grootste vijanden van de passagiers. Ze raken er in verstrikt als ze uit het water proberen te komen, want als je daar langer dan een kwartier in ligt, overleef je sowieso niet. Zodra Robert Compernolle beseft wat voor ramp zich voor zijn ogen voltrekt, alarmeert hij "Port Control". Nog even denkt de kaaimeester aan een zieke grap, maar na twee mislukte pogingen tot radiocontact met de Herald weet ook hij dat het menens is. Schepen en helikopters van heide en verre worden opgeroepen om te assisteren bij de redding van de slachtoffers van de ramp. De reddingsactie ter zee werkt snel en efficiënt. Aan wal heeft de Vlaamse provinciegouverneur, Olivier Vanneste, de touwtjes stevig in handen. Binnen de kortste keren richt hij een crisiscentrum in en al na een kwartier zijn alle operatieteams in de omgeving klaar om gewonden te verzorgen. De ambulances en zelfs stadsbussen staan paraat om de slachtoffers te vervoeren en uit alle ziekenhuizen en legerdepots worden dekens aangesleept, want voor de overlevenden is de kou nu het grootste gevaar. Om half twaalf ‘s avonds halen de reddingswerkers de laatste overlevende, een jong meisje, uit het schip. Daarna worden alleen nog maar lijken geborgen. Ondanks de vlotte reddingsactie komt het totaal van de slachtoffers op 231 personen, veel meer nog dan iedereen had gevreesd. 341 passagiers en 42 bemanningsleden overleefden de ramp. Zelfs nu zijn deze cijfers niet honderd procent zeker. De rederij hield nooit lijsten met passagiers bij. De oorzaak van de ramp was complexer dan ze op het eerste gezicht leek. "The Doors of Death" kopte de Britse Sunday Express de ochtend na de ramp. Inderdaad, de boegdeuren van de Herald stonden open bij vertrek uit Zeebrugge, maar dat gebeurde vaker. Zo boekte het schip tijdwinst en konden de laatste uitlaatgassen van de auto’s en vrachtwagens aan boord ontsnappen. De bootsman vergat echter die avond de deuren na enkele minuten te sluiten. Bovendien waren de ballasttanks (vooral die aan bakboord) die gebruikt werden om het E-dek3 te laden en lossen, nog gevuld en lag het schip dus veel dieper dan normaal. Toen de kapitein de snelheid vergrootte ontstond er een krachtige boeggolf. De waterstand steeg, het water stroomde door de openstaande boegdeuren naar binnen en hoopte zich op aan bakboordzijde. Binnen enkele seconden kapseisde het schip. De rederij achtte winst belangrijker dan veiligheid en daar was de ramp met de Herald in de eerste plaats aan te wijten. Natuurlijk werd daar in de pers en op TV druk over gediscussieerd en werden allerlei theorieën opgeworpen "hoe het toch had kunnen gebeuren". Ook de spectaculaire berging en de aanwezigheid van giftige stoffen aan boord zorgden voor de nodige media-aandacht. Het zou te ver gaan om in dit paper ook daar op in te gaan. Ik wil me concentreren op de reporters en journalisten in de eerste uren en dagen na de ramp. Vanuit Australië tot de verenigde Staten vlogen televisieteams naar Zeebrugge om de gebeurtenissen te verslaan. En dat gebeurde, volgens ooggetuigen, niet altijd even netjes. Een enkel citaat, van bemanningslid Crombez Alex van de "Burgemeester Vandamme" maakt de situatie duidelijk. "Reporters die als mieren uit de grond kwamen, begonnen de werkzaamheden duchtig te hinderen. Die duwden gewoon rijkswachters en helpers aan de kant. Sensatie. De gruwelijkste beelden het liefst. Gewonden waren hun prooi…" 3. Nieuws en actualiteiten op televisie 3.1 Het televisielandschap eind jaren tachtig4 Ook al ligt de ramp met de Herald nog maar een decennium achter ons, het televisielandschap van eind jaren tachtig verschilt wel degelijk met dat van vandaag de dag. De KRO heeft dan ruim 600.000 leden, de VARA een kleine 550.000. In 1987 heeft het NOS-journaal meer zendtijd dan ooit, maar dat is voor de redacteuren nog geen reden om lui achterover te gaan zitten. Elke omroep heeft zijn eigen actualiteitenrubriek, de TROS zend bijvoorbeeld Aktua uit, de NCRV Hier en Nu en de EO Tijdsein. Behalve de concurrentie van al deze programma’s is er de dreiging van "de commerciële" Op een doordeweekse dag zendt de NOS om 17.30 uur het eerste Journaal uit, gevolgd door bulletins om 19.00 uur, 20.00 uur en 22.30 uur. Daarnaast brengt de NOS de parlementaire rubriek Den Haag Vandaag, het politiek discussieprogramma Het Capitool en voor buitenlandse aangelegenheden is er Panoramiek. Tussen al deze zware kost bespreekt VARA- coryfee Sonja Barend de week op donderdag en brengen de onvolprezen Kees van Kooten en Wim de Bie op zondagavond wat verlichting met het satirische Keek op de Week. Zondag is sowieso een bijzondere televisiedag: dan mocht er geen reclame uitgezonden worden… Ook de televisie zelf is anders: een enorm bakbeest die de halve huiskamer in beslag neemt en de grootste vooruitgang op korte termijn zal, volgens Philips-topman Wisse Dekker5, een afstandbediening zijn die je zowel voor de TV als voor de video kunt gebruiken. Toch kijkt de gemiddelde Nederlander in 1987 zo’n vijftig minuten nieuws en een half uurtje actualiteiten per week, tegen zestig, resp. veertig minuten in 1999. In totaal wordt er elke week ruim zestig uur nieuws en vijf uur actualiteiten uitgezonden. Nu wil ik teruggaan in de tijd en kort de geschiedenis van het NOS-journaal, Achter het Nieuws en Brandpunt bespreken. Het accent zal voornamelijk op de jaren zestig en zeventig liggen, over de voor mijn onderzoek zo essentiële jaren tachtig heb ik helaas nog te weinig informatie.
Het eerste onderwerp van het eerste (toen nog) NTS-Journaal op 5 januari 1956 is de schaakwedstrijd tussen Max Euwe en Jan-Hein Donner, met als extraatje een kijkje in de huiskamer van de familie Euwe. Dit eerste item is een goed voorbeeld van hoe het Journaal nog jarenlang zou blijven: tuttig en oubollig. Pas in de jaren wordt het devies van de programmamakers "Laten we het vooral leuk houden" ingeruild voor de lust naar journalistieke informatie. De NTS is een samenwerkingsverband van KRO, NCRV, VARA en AVRO. In de vroege jaren vijftig zijn de Olympische Winterspelen, het bezoek van Juliana aan de VS en natuurlijk de Watersnoodramp van 1953 de onderwerpen. In de begindagen moet het Journaal zich beperken tot filmbeelden. Alleen een voice-over is toegestaan. Een presentator in beeld is uit de boze, een studio-interview al helemaal taboe. Als uiteindelijk de nieuwslezer wel in beeld mag, kan bij de opening zelfs een "Goedenavond, dames en heren" er niet af, dat zou al te subjectief zijn. In 1961 neemt de toenmalige hoofdredacteur van het Journaal, Enkelaar, de televisieprijs in ontvangst en stelt: "Het Journaal vindt nergens iets van en wil nergens iets mee. Het Journaal registreert." De NTS streeft naar uitwisseling van journaalsfilms met de BBC en de Franse televisie, maar toch blijft het Journaal een tamelijk primitief programma, vooral met betrekking tot het binnenlandse nieuws. De voornaamste bronnen zijn de ANP-telex, regionale journalisten en de plaatselijke VVV’s. Ondanks het winnen van de Televisieprijs dringt het tot Enkelaar door dat er van alles moet veranderen. De onderwerpen van het Journaal zijn gebaseerd op toevalligheden, een bepaalde lijn ontbreekt, klemtonen worden verkeerd gelegd en het programma is erg gericht op sensatie. Ook ligt het accent op beeldmateriaal en is enig commentaar not done. In het voorjaar van 1962 waren de opening van de luchtlijn Eelde – Brussel en de atoomijsbreker die was doorgedrongen tot de Noordpool de belangrijkste onderwerpen. Ze staan in scherp contrast me onze herinneringen aan de roerige jaren zestig. Langzaam maar zeker krijgt Enkelaar zijn zin en verschuift de nadruk in het NTS-Journaal (in 1969 omgedoopt tot NOS-Journaal) van het zachte naar het harde nieuws. Door technische ontwikkelingen begint het Journaal steeds meer te lijken op het programma dat het nu is: satellieten zorgen voor een betere interactie met het buitenland, de autocue geeft de nieuwslezer zijn vaste plaats. Fons van Westerloo treedt in 1976 aan als nieuwe hoofdredacteur en zorgt voor een sneller en beter Journaal, journalistiek en op echt nieuws gericht. "Ik wil een journalistieke rubriek zonder flauwekulonderwerpen" stelt hoofdredacteur Herman Wigbold in 1962 en begint te beitelen aan het eigen gezicht van VARA’s Achter het Nieuws (AHN) Acht jaar lang is hij de stuurman van het programma en kiest voor een eigen stijl en een openhartige, indringende benadering. In 1968 veroorzaakt Wigbold al opschudding door te voorspellen dat de Vietcong de Vietnamoorlog zullen winnen, maar er ontstaat pas echt publieke razernij als AHN Nederlandse strijders uit de politionele acties interviewt. Verhalen over martelingen, oorlogsmisdaden en het afmaken van krijgsgevangen kan de bevolking niet aanhoren. De vakkundige, ernstige en nauwkeurige Herman Wigbold wordt in 1970 als hoofdredacteur van Achter het Nieuws afgelost door Hans Jacobs en in 1986 neemt Paul Witteman zijn stokje weer over. Witteman groeit, net als zijn voorganger Wigbold uit tot een unieke televisiepersoonlijkheid en bepaalt voor een groot deel het gezicht van zijn programma. Toch is Witteman bijna het tegenovergestelde van Wigbold, Witteman is de altijd vriendelijke, integere, ideale schoonzoon, Wigbold een harde journalist, een man om bang voor te zijn. In 1991 gaat Achter het Nieuws met NOS-laat op in NOVA, om samen de strijd met de commerciële aan te gaan. Op zaterdagavond 22 oktober 1960 gaat Brandpunt van start. De KRO heeft op dat moment "vrijheid, solidariteit met de verdrukten en ontplooiing van de mens in een nieuwe maatschappij " hoog in het vaandel staan. Van Doorn, een verlinkste KVP’er, is voorzitter. Hij neemt de omroep en haar vele vakkundige journalisten, veelal afkomstig uit de dagbladpers, onder zijn hoede. Brandpunt begint als "televisiemaandblad", veertig minuten per maand aandacht voor de gebeurtenissen, van de afgelopen tijd. Pas later wordt het een echte actualiteitenrubriek. Aad van den Heuvel heeft de regie, Nic Notten de productie in handen. De eerste onderwerpen zijn, behalve een portretje van prinses Fabiola en het laatste KVP-congres, ook een toespraakje van "TV-pater" Bekker. Met de komst van Richard Schoonhoven in 1962 als hoofdredacteur wordt Brandpunt een veel journalistieker programma. De kwaliteit stijgt snel en de rubriek kan zich als snel meten met Achter het Nieuws. Het grootste conflict dat Brandpunt in die tijd veroorzaakt, is de rel om het Bidault-interview. George Bidault is een bekende christen-democraat uit het naoorlogse Frankrijk en keert zich fel tegen Generaal de Gaulle en (vooral zijn Algerijnse) politiek. De Gaulle brengt in 1963 een bezoekje aan Juliana en daarom vindt de Nederlandse regering het ongepast als Brandpunt vlak daarvoor een interview met Bidault wil houden. Uiteindelijk zendt de KRO het vraaggesprek niet uit. De omroep ontvangt honderden boze brieven en in de media wordt de regering aantasting van de persvrijheid verweten. Brandpunt bepaald voor een groot deel het linkse imago van de KRO. De achterban is het niet altijd eens met de kritische houding van de rubriek: Brandpunt wordt verweten anti-monarchaal en anti-KVP (toch de moederpartij in verzuild Nederland) te zijn. In de jaren zeventig en tachtig komt Brandpunt in rustiger vaarwater terecht. De KRO maakt zich niet meer druk om haar lastige journalisten, maar vooral om haar eigen identiteit. In 1985 stelt de KRO dat ze zeker de "K" van "Katholiek" in de naam wil behouden. Voor haar journalisten stelt het omroepbestuur dat ze moesten streven naar programma’s die "niet drammerig, maar evenmin onkritisch, niet modisch, maar wel van deze tijd" zijn. Op de eerste speurtocht door de literatuur over mijn onderwerp heb ik lang niet alles gevonden wat ik zocht. Over de ramp met de Herald zelf zijn twee duidelijke, overzichtelijke standaardwerken verschenen, die ik allebei intensief gebruikt heb. Ook over het NOS-journaal is zo’n werk verschenen, Het meest bekeken programma, 25 jaar NOS-journaal van N. Scheepmaker. Helaas is dat boek in geen Groningse bibliotheek meer verkrijgbaar. De informatie over Brandpunt en Achter het Nieuws heb ik bijeen gesprokkeld uit algemene werken, maar voornamelijk gehaald uit jubileumuitgaven van de KRO en de VARA. Nadeel van deze boeken is dat ze niet echt objectief zijn. Natuurlijk schrijven VARA-mensen zelf juichend over Achter het Nieuws en zijn KRO’ers enthousiast over Brandpunt. Bovendien, bij bijna alles wat ik tot nu toe heb kunnen vinden over deze onderwerpen, ligt de nadruk op de roerige jaren zestig. Van deze programma’s in de jaren tachtig heb ik nauwelijks meer informatie dan de hoofdredacteur en het tijdstip van uitzending. Toch kan het niet zo zijn dat er in de jaren tachtig niets is gebeurd in televisieland. Achter het Nieuws had de brave Paul Witteman als hoofdredacteur, maar dat betekent nog niet dat er geen spraakmakende televisie werd gemaakt. Brandpunt had zelfs de beruchte Willibrord Frequin op de loonlijst staan, en verzon zelfs een affaire om maar te kunnen concurreren met al die andere actualiteitenrubrieken. Ik zal hier verder nu niet op in gaan, daar heb ik op dit moment simpelweg niet voldoende informatie voor. Ongetwijfeld zal ik dit behandelen in mijn eindwerkstuk. Ik zal de komende tijd hard op zoek gaan naar meer relevante literatuur en eens wat telefoontjes met de VARA en KRO plegen. Na wat heen en weer e-mailen me de omroepen is het duidelijk dat ze zeker informatie hebben, maar dat het alleen niet zo een twee drie verkrijgbaar is. Uiteindelijk hoop ik zo aan voldoende materiaal te komen om dit onderzoekscollege succesvol af te ronden. Voor dit paper wil ik het bij de beknopte geschiedenissen houden. Overigens, het uitpluizen van de literatuur heeft behalve droge feiten ook veel mooie citaten en anekdotes opgeleverd, die ik tijdens mijn referaat zeker de revue zal laten passeren… Edith van der Wal, 20 oktober 2001 Noten 1. E.F. Baeyens, Herald of Free Enterprise. Kroniek van de Noordzeekust – deel 1 (Hulst 1992) F. Vandenbussche, "Berg de Herald." Het gevecht na de ramp (Middelkerke 1987) 2. Voor dit hoofdstuk heb ik hier en daar de papers van Marijn de Vries en Hilde Talstra als leidraad gebruikt. 3. Zie pag. 2, eerste alinea 4. W. Fortuyn, De slag om het nieuws (Den Haag 2000) 5. P. Witteman, Met je hoofd in de huiskamer (Amsterdam 1989) 6. H.B.M. Wijfjes, Omroep in Nederland, vijfenzeventig jaar medium en maatschappij, 1919 – 1994 (Zwolle 1994) 7. G. de Wagt, …En niet vergeten. Zeventig jaar VARA (Hilversum 1985) 8. A.F. Manning, Zestig jaar KRO. Uit de geschiedenis van een omroep (Baarn 1985)
|