|
LUCAS ROTGANS
1653-1710


Over Rotgans en zijn werken is niet veel literatuur verschenen. De
meeste informatie is in de tekstedities van de verschillende werken te
vinden. Knuvelder besteed in zijn Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse
Letterkunde redelijk veel aandacht aan Rotgans.
Nederlandse Literatuur, een geschiedenis (1993) wijdt een hoofdstuk
aan het Frans-classicistische toneel van Rotgans. |
Lucas Rotgans stamt uit een oude en welgestelde Amsterdamse
koopmansfamilie en heeft zijn jeugd voor een groot deel doorgebracht op
kasteel Nijenrode in Breukelen. In het rampjaar 1672 -hij is dan 18 jaar oud en juist
wees geworden -neemt hij als vaandrig dienst in het leger en wordt
"wegens zyne geboorte en blakende krygslust, die hem ten oogen
uitstraalde, straks [weldra] met een Vaandel voorzien" (zijn
biograaf François Halma). Twee jaar later neemt hij ontslag,
teleurgesteld over het uitblijven van een bevordering. Ook al was hij
verwant met verschillende Amsterdamse regentenfamilies, toch heeft
Rotgans zijn leven lang een vurige bewondering gekoesterd voor
stadhouder Willem III.
Rotgans heeft zijn verdere leven beurtelings doorgebracht in Utrecht, waar hij als
burger stond ingeschreven, en op zijn buitenplaats 'Kromwijk'aan de
Vecht, tussen Breukelen en Maarssen.
Na de vrede van Nijmegen (1678) maakt hij een reis door Frankrijk.
In 1681 trouwt hij met Anna Adriana de Salengre. Wanneer zij in 1689
sterft, worden de twee dochtertjes -drie en anderhalf jaar oud- aan
verwanten uitbesteed. Halma zegt dat hij sinds dit onverlijden van zijn
vrouw moment
"gemeenzaamer [...] met de Musen (begon) om te gaan".
In 1698 verschijnen vier zangen van het heldendicht Wilhem de
Derde. In 1700 voegt hij er nog eens vier aan toe. De dood van
stadhouder-koning Willem III, in 1702, doet hem zijn oorspronkelijke
plan opgeven om het epos tot twaalf zangen uit te breiden, naar het
voorbeeld van de Aeneïs van Vergilius.
Zijn eerste treurspel, Eneas en Turnus, verschijnt in 1705,
het tweede, Scilla, in 1709.
Een jaar eerder verschijnt het werk waarmee hij zijn grootste
bekendheid heeft verworven, het burleske epos Boerekermis (1708).
Naast deze grote werken heeft Rotgans lofdichten geschreven op
de heldendaden van Willem III, huwelijks- en lijkzangen en gedichten op buitenplaatsen en hun
bewoners, zoals de hofdichten Goudesteyn (het buiten van zijn
neef Johan Huydecoper) en Stichts Landtgezang op Heemstede (bij
Jutfaas),
Volgens Halma is Rotgans in 1710 aan de kinderpokken gestorven. Hij is
begraven in Breukelen.
In zijn eigen tijd staat Rotgans bekend als een voortreffelijke dichter.
Zijn treurspelen zijn vaak opgevoerd. Veel literatoren laten zich negatief
over Rotgans uit, maar Knuvelder en Te Winkel zijn in hun literatuurgeschiedenissen
wel positief.
Rotgans sluit zich bij de opvattingen van Nil aan. In 1669 wordt Nil
Volentibus Arduum opgericht. Dit gezelschap wilde nieuwe wegen gaan. Het
oude toneel was romantisch met veel spektakel. Nil wilde de Franse tragedi
volgen. Het toneel moest aan de strakke regels van het classicisme gaan
voldoen, zoals het al gebeurde in de klassieke tragedies van de zeventiende
eeuw.
Rotgans schrijft voor het toneel, in tegenstelling tot Vondel. Rotgans'
werk is eenvoudiger dan Vondel, toch heeft hij wat woordkeus en klankexpressie
betreft veel van Vondel geleerd.
Rotgans is beïnvloed door de Franse Louis XIV-mentaliteit.
Hij is een volgeling van Racine en Corneille. Vormbeheersing, de uitwerking
van de intrige en de inhoud zijn de belangrijkste punten van navolging.
De stukken zijn voor een veelsoortig publiek geschreven.

De belangrijkste werken van Lucas Rotgans
* Wilhem de Derde
* Eneas en Turnus
* Scilla
* Boerekermis
|
|

In 1698 en 1700 verschijnen bij François Halma beide
keren vier zangen die samen het epos Wilhem de Derde vormen. Naar
het voorbeeld van de Aeneïs van Vergilius wilde Rotgans een epos in
twaalf zangen maken op koning-stadhouder Willem III, maar door de dood
van Willlem III in 1702 heeft Rotgans acht zangen geschreven in plaats
van de twaalf die hij van plan was.
INHOUD
In ruim negenduizend verzen wordt de lof gezongen van koning-stadhouder
Willem III. De koning wordt door Rotgans beschouwd als een instrument
van God om het protestantisme te beschermen tegen het katholicisme wat
meer invloed begint te krijgen. In parnastaal, de normale uitingsvorm in
dichtwerken van die tijd, met veel mythologische beeldspraak wordt het
leven en de daden van Willem III bezongen tot aan de vrede van Rijswijk.
De hoofdhandelingen zijn de oorlogshandelingen die door versierde
uitweidingen onderbroken worden. Dit voldoet aan de eisen die aan het
epos gesteld worden evenals de compositie en het vermelden van heidense
goden.
Door de uitweidingen wordt de spanning van de strijd onderbroken.
Rotgans houdt zich in dit epos aan de
renaissancevoorschriften voor het epos.
De held is een deugdheld met kleine foutjes voor meer
waarschijnlijkheid. Wilhem de Derde wordt beschouwd als het
eerste profane heldendicht in de Nederlandse letterkunde. In een
classicistische vormgeving wordt een betoog gehouden voor
gewetensvrijheid. |
|
ENEAS
EN TURNUS

In 1705 verschijnt bij François Halma Eneas en Turnus, een
treurspel.
INHOUD
De Trojaanse vorst Eneas vlucht bij de brand van Troje met zijn vader
Anchises en zijn zoontje Ascanius en vele volgelingen naar elders om een
nieuwe stad op te bouwen. Dit gebeurt op aanraden van Creüsa, de
vrouw van Eneas die als schim verschijnt en hem een grote toekomst
voorspelt. Ondanks felle tegenstand van de god Juno komt Eneas aan in
Latium bij de Tiber. Latium wordt geregeerd door Latinus. Zijn vrouw
heet Amata en zijn dochter Lavinia. Eneas begeert Lavinia als zijn
voruw. Turnus de neef van Latinus regeert over het buurland Rutulië en
dingt naar de hand van Lavinia. Hij heeft Latinus trouw bijgestaan in de
strijd en daarom is Lavinia ook ongeveer aan hem beloofd. Amate staat
afwijzend tegenover Eneas en dus positief tegenover Turnus. Latinus
vreest voor zijn rijk en hij besluit tot een tweegevecht tussen Turnus
en Eneas. In dit tweegevecht wordt Turnus door Eneas gedood. De
hartewens van Lavinia is zo vervuld. Ze heeft achting voor Turnus, maar
als door een hogere macht voelt ze zich aangetrokken tot Eneas. Ze geeft
dit pas toe als Turnus gedood is en zij aan Eneas gegeven wordt. Amate
pleegt zelfmoord om geen getuige te zijn van het huwelijk tussen Eneas
en Lavinia. Eneas, Latinus en Lavinia zijn door Amates dood diep
ontroerd.
De stof komt uit de Aeneïs van Vergilius, de boeken VII en XII die
gaan over Aeneïs' aankomst in Italië en zijn strijd met Turnus.
Rotgans volgt Vergilius nauwkeurig met een paar wijzingingen. De
zelfmoord van Amate is naar een later tijdstip verplaatst. Haar dood is
zo waarschijnlijker en het eind tragischer. De hoofdpersonen zijn
uitstekend getekend en ook de complexe verhoudingen tussen de vijf
hoofdpersonen zijn goed uitgewerkt. Door misverstanden aan het begin van
de scenes gaat de dramatische kracht omhoog. De compositie en de taal
hebben onmiskenbaar kwaliteiten.
Het hoofdmotief wordt door Lavinia verwoord in vers 419: Geen mensch
kan keeren, dat hier boven is beschoren. Wie zich verzet tegen de
wil van de hemel gaat verloren. |
|

Dit boertige heldendicht, het eerste in onze literatuur, verscheen in 1708
bij Samuel Halma in Amsterdam. Het werd volgens zijn biograaaf
François Halma "met de grootste greetigheit en blakinge, in geen
kleen gertal, begeert en verkocht".,
Dit is het eerste boertige heldendicht. Het werk is te vergelijken met
schilderstukken van Jan Steen. Boerekermis doet aan Hofwijck
van Huygens denken, de levendigheid en de beeldende taal zijn gelijk
alleen de taal is bij Rotgans moderner.
Rotgans' werk werd veel gedrukt en nagevolgd; er verschenen meer
boertige heldendichten.
INHOUD
De Boerekermis is in twee 'boeken' verdeeld om de indruk te
wekken van een heldendicht. Het eerste boek beschrijft het verhaal van
de dichter die op een morgen, door gejoel gewekt, besluit naar de kermis
te gaan. Onderweg komt hij allerlei mensen tegen, waaronder enkele
dronkaards. De dichter houdt dan een uitvoerig betoog over het kwaad van
de drank. Daarna ziet de dichter twee jongens die met poppen de actuele
situatie uitbeelden. Een haan en een arend zijn de allegorische
uitbeelding van de nederlagen van de Franse koning in de Spaanse
successieoorlog. Nadat de dichter verder loopt, ziet hij een grote groep
kwebbelende vrouwen. Het eerste boek besluit hij dan ook met een
uitgebreid verslag van de kwaadsprekerij van de kwebbelende vrouwen.
Het tweede boek begint in de epische trant met het beschrijven van het
trekken van de gans en het ringsteken door verschillende jonge boeren.
Het pauwknuppelen wordt door een parnasdichter veroordeeld in
onbegrijpelijke parnastaal. De dichter hekelt vervolgens de
parnasdichter. Een satire in een satire is de toneelvoorstelling die de
dichter bijwoont. Na de binnenvoorstelling wordt buiten 'Aran en Titus'
opgevoerd door rederijkers. De dichter keurt het toneel van Jan Vos af.
De dichter gaat geschrokken van het toneel weg. Onderweg komt hij nog
verschillende mensen tegen waar hij een praatje mee maakt. Bij de
dansvloer ziet hij een jongeman die z'n geld verloren heeft. De dichter
grijpt de gelegenheid aan om een betoog te houden over de macht van het
geld. Bij de danstent ontstaat rumoer doordat twee boeren in een hevig
messengevecht zijn gewikkeld. Het wordt de dichter te gevaarlijk en
bovendien is het al avond. Hij besluit naar huis te gaan.
Rotgans sluit zich aan bij de traditie van de burleske
poëzie ( in Frankrijk o.a. Boileau). In deze poëzie doet zich een
discrepantie voor tussen het onderwerp en de stijl. In een verheven
stijl wordt verslag gedaan van een plattelandskermis. Rotgans heeft zich
op kluchtenliteratuur uit de zeventiende eeuw gebaseerd en dan vooral de
kluchten van G.A. Bredero. Ook satirische elementen zijn in de Boerekermis
terug te vinden. De dichter geeft zijn oordeel over verschillende
sociale en culturele ondeugden van zijn tijd. De satirisch-moralistische
inslag is naar de classistische gewoonte onopvallend aangebracht. Ook is
het belangrijk te onthouden dat de 'utile dulci' grondregel was voor de
literatuur. Scherts en ernst gingen hand in hand. De dichter houdt de
lezer een spiegel voor.
De gegevens van het bovenstaande zijn ontleend aan de
inleiding van L. Stengholt, 1968, bij de teksteditie van Boerekermis.
In Nederlandse Letterkunde verscheen in 1996 een artikel van H.
Veenema Boerekermis van Rotgans: 'Het zesje bij de deur'
|
|

In 1709 verschijnt bij François Halma Scilla, een
treurspel. Met dit treurspel heeft Lucas Rotgans veel indruk gemaakt op
zijn tijdgenoten. Scilla is voor het toneel geschreven.
Psychologische ontwikkelingsgang van de hoofdpersonen die tot een
bepaalde beslissing komen. Rotgans streeft naar een krachtige emotionele
respons bij het publiek, dat zich in de toneelfiguren inleeft.
INHOUD
Scilla verbeeldt een episode uit Ovidius' Methamorphosen.
Koning Minos van Kreta onderwerpt het Griekse Megara na een langdurig
beleg aan zijn gezag. Megara is afhankelijk van de purperen lok van
Nizos, de koning. Scilla, de dochter van Nizos, levert de lok aan Minos
en verraadt daarmee haar land. Minos is nu in staat wraak te nemen op de
bewoners van Megara, die hij ervan verdenkt dat ze zijn zoon hebben
vermoord. Minos valt voor de schone dochter van zijn concurrent Nizos,
Ismene. De liefde is niet wederzijds. Ismene ziet Minos als vijand en ze
is al verloofd met Fokus. Minos probeert Ismene voor zich te winnen,
maar ze is niet van haar standpunt af te brengen. Uiteindelijk gaat
Minos toch accoord met het huwelijk van Ismene en Fokus. Minos blijkt in
staat zichzelf weg te cijferen ten gunste van anderen. Er zijn ook
mensen die niet in staat zijn zich weg te cijferen. Scilla verraadt haar
vader en land omdat ze Minos liefheeft. Haar dood is een rechtvaardige
straf volgens de poëtische gerechtigheid. Rotgans vindt Scilla door
haar daad een volkomen verwerpelijk figuur dat voor haar daden de volle
verantwoording moet dragen. De overwinning van de deugd beheerst niet
het slot, maar verdriet. Het kwaad voert ten verderve.
Rotgans veranderde vanwege de waarschijnlijkheid de lok van Nizos in een
schild en ook voegde hij Ismene toe voor spanning bij Minos in deze
dramatische bewerking.
In Minos komt een van de centrale thema's van de
Frans- classicistische opvattingen tot uiting: een conflict tussen rede
en hartstocht. Wanneer een mens zijn handelen niet op de rede afstemt,
maar door de emoties laat bepalen, is de kans erg groot dat hij tot
moreel afkeurenswaardige daden komt.
Zie over de dramatologische kwaliteiten van de Scilla:
-G.A. van Es, 'De Scilla van Rotgans' in Tijdschrift
voor Nederlandse taal- en letterkunde 82 (1966), 173-195.
-H.H.J. de Leeuwe, 'Het treurspel 'Scilla' van Lucas Rotgans : een stuk voor toneelspelers', in Literatuur 12 (1995)
p. 322-331.
|
|