Een geschiedenis van Amsterdam
 
   De geschiedenis van de stad Amsterdam gaat terug tot in de 12e eeuw, hoewel de stad 'officieel' pas 720 jaar oud is. In 1275 werd voor het eerst de naam Amsterdam genoemd in een bewaard gebleven document waarin graaf Floris V de stad een tolprivilege toekende (hierover straks meer) en vandaar die datum. De vroegste geschiedenis van de stad Amsterdam is een verhaal van kleine nederzettingen en, hoe kan het ook anders, een voortdu- rende strijd tegen het water. Eigenlijk bestond het vroege Amsterdam uit drie nederzettingen die in de loop der decennia naar elkaar toe waren gegroeid en verbonden waren geraakt.

De oudste nederzetting in de buurt van het huidige Amsterdam was het plaatsje Aem(e)stelle (het huidige Ouderkerk). Het was echter noordelijk van Aemstelle dat het huidige Amsterdam zou ontstaan: hier ontstonden enkele gehuchten die later tesamen Amsterdam zouden gaan vormen. Zij lagen in het stroomgebied van twee rivieren, de 'Boerenwetering' en de 'Amstel' (toen nog de 'Ammerak' geheten). De eerste nederzetting, opnieuw een 'aemrik', was het Hemelrijk. Dit bleef echter lang een klein en onbelangrijk dorp. In die tijd, de vroege middeleeuwen was Aemstelle belangrijker: daar was een kerk en ging men naar de markt.