Breda

Breda, gemeente in Nederland, provincie Noord-Brabant, 76,43 vierkante kilometer, met in 1988 120 212 inwoners. De gemeente omvat de onderdelen Achterste Rith, Belcrum, Bieberg, Breda, Effen, Emer, Gageldonk, Ginneken, Heusdenhout, Lies, Overa, Overakker, Prinsenbeek, Rith, Vaareind, Vluchtschoot en Westrik. De gemeente ligt in het westen van de provincie en wordt doorstroomd door de Mark en de te Breda daarin uitmondende Aa of Weerijs.

Functies van de stad Breda

De gemeente, en met name de stad Breda, is een belangrijk streekcentrum. Het grote aantal werkforensen uit de omgeving demonstreert de uitgebreide werkgelegenheid. Er is belangrijke industrie: onder meer fabricage van machines, haarden, roltrappen, elektrische gereedschappen, conserven, verf, chocolade, suiker en bier. De tuinbouw rond de stad, vooral in Princenhage, riep daarmede verband houdende industrieën in het leven (koelhuizen, groenten- en vruchtenconservenfabrieken), die op hun beurt de landbouw stimuleerden. Vooral ook de sterk ontwikkelde dienstensector accentueert de centrale functie van Breda, dat zowel administratief als medisch centrum, alsmede onderwijscentrum is voor een wijde omgeving. Breda is sinds 1853 zetel van een rooms-katholiek bisschop. Belangrijke instituten voor hoger beroepsonderwijs zijn de Koninklijke Militaire Academie, de nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer, een laboratoriumschool, een Sociale Academie en een Academie voor Beeldende Kunst. De voor schepen tot 1350 bevaarbare Mark verbindt Breda via het Markkanaal met het Wilhelminakanaal. In 1975 zijn de omvangrijke hoogspoorwerken met het gereedkomen van het nieuwe station voltooid. Door de aanwezigheid van onder meer een casino, een schouwburg, twee musea (het volkenkundig museum Justinus van Nassau, het stedelijk en bisschoppelijk museum), het centrum voor Beeldende Kunst De Beyerd, het congres- en tentoonstellingscentrum Het Turfschip, en niet in de laatste plaats door de bosrijke omgeving (o.a. Mastbos en Liesbos) heeft de gemeente belangrijke culturele en recreatieve functies.

Stadsbeeld


De oorspronkelijke cirkelvormige stadskern is nog in het stratenplan terug te vinden. Het gebouw waarin sedert 1828 de Koninklijke Militaire Academie (KMA) is gevestigd, is in oorsprong het circa 1350 door Jan van Polanen gebouwde slot, dat tussen 1504 en 1538 door Thomas Vincidor voor Hendrik III van Nassau tot een fraai renaissance-kasteel werd verbouwd en in opdracht van Willem III tegen het eind van de 17de eeuw voltooid werd. Het begijnho
f aan de Catharinastraat dateert in oorsprong uit 1535; de kapel is van 1837. De grote of O.-L.-Vrouwekerk is een laat-gotisch basilica (15de eeuw; Brabantse School) met een elegante toren (97 meter, de hoogste in Noord-Brabant) en fraaie grafmonumenten, waaronder dat ter ere van graaf Engelbert II en zijn gemalin. Breda bezit voorts twee laat-gotische kapellen en een Waalse kerk uit de 15de en 16de eeuw. Het cultureel centrum De Beyerd is gevestigd in het vroegere Oudemannenhuis (1643). Verder zijn te noemen het Gouverneurshuis (circa 1606, 1790 verbouwd, thans het Volkenkundig Museum), de Vleeshal (1614, 1772 verbouwd; thans Stedelijk en Bisschoppelijk Museum) en het Groot Arsenaal (1771, thans kazerne). Het stadhuis, het 18de-eeuwse voorgevel werd in 1924 uitgebreid; in de raadzaal en het trappenhuis gebrandschilderde ramen van Joep Nicolaas (1926).

Geschiedenis


Breda onstond in de 13de eeuw als dorp nabij de in 1198 voor het eerst vermelde burcht. Het kreeg circa 1252 stadsrechten en verwierf betekenis als marktplaats voor de gelijknamige heerlijkheid, die achtereenvolgens in het bezit was van de geslachten Schoten, Polanen en Nassau. De Polanens en de Nassaus bevorderden krachtig de bloei van de stad. In 1534 brandde deze grotendeels af, maar een kwart eeuw later was zij herrezen. Willem I bewoonde het kasteel regelmatig van 1551 tot 1567. Zijn uitwijking deed afbreuk aan Breda's welvaart. In maart-juli 1575 hadden vredesonderhandelingen plaatsgevonden tussen afgevaardigden van Requesens en de Staten van Holland; zij liepen op niets uit. In 1577 werd de stad voor de prins heroverd; zij tekende dientengevolge in 1579 de Unie van Utrecht. In 1581 werd zij door troepen van Parma overrompeld, in 1590 eveneens bij verrassing (turfschip) door een legerlading van Maurits ingenomen, in 1625 na een lang beleg door Spinola heroverd en in 1637 definitief door Frederick Hendrik. In een staat van diep verval geraakt, herstelde Breda zich na 1648 snel, mede dank zij de begunstiging door Amelia van Solms en Willem III. In 1667 werd in het Kasteel de Vrede van Breda ( Tweede Engelse-Nederlanse Oorlog ) gesloten. De stad werd een knooppunt van doorvoerhandel van Engeland en Holland naar de Zuidelijke Nederlanden; het verloor deze betekenis in de 18de eeuw. In de tweede helft van de 19de eeuw maakten de ontmanteling van de vesting en de aansluiting aan het spoorwegnet een nieuwe ontplooiing mogelijk.

bron

Cassandra Janssen




klik hier voor een plaatje van het oude Breda