Dokkum in de Middeleeuwen

Dokkum is al vrij oud. Niet voor niets staat het bekend als de plaats waar in het jaar 754 de missionaris Bonifatius werd vermoord. In die tijd was deze plaats nog geen stad. Hij had echter wel een naam: Doccinga. Niet veel later werd de plaats bekend als Dockynchiria, wat in het hedendaags Nederlands Dokkenkerk betekent. In die tijd was er namelijk al een kerk gebouwd ter nagedachtenis van Bonifatius.

Dokkum is, zoals zoveel Friese plaatsen, gebouwd op terpen. In de achtste eeuw werd de kerkterp met de kerk voor Bonifatius opgeworpen, maar in die tijd lagen er al verscheidene woonterpen. Dokkum onwikkelde zich snel doordat het bij een kruising lag van een landweg en een open zeearm (het huidige Dokkumer Grootdiep en het Lauwersmeer). Het ging zelfs zo voorspoedig dat er een van de grafelijke tollen (met Staveren) van Friesland lag en dat de hertogen van Brunswijk (die in de 11de eeuw het landsheerlijke gezag in Frielsand uitoefenden) Dokkum als een van de plaatsen uitkozen om munten te slaan. Deze Dokkumer munten zijn in Skandinavische en Baltische landen en tot zelfs in de Oeral en op IJsland teruggevonden wat aangeeft dat de Dokkumers in die tijd flink handeldreven, al hoeft dat nog niet te betekenen dat ze zelf zo ver gereisd hebben.

In het begin van de dertiende eeuw kreeg Dokkum de benaming Portus (haven) en ook forum wat wijst op een marktfunctie. De internationale handelsrelaties en de markfunctie zijn tekens dat Dokkum zich in de hoge middeleeuwen tot een onafhankelijke stad begint te ontplooien. tegen het einde van de dertiende eeuw, in 1298, wordt Dokkum inderdaad een stad genoemd, compleet met een bestuur van oldermannen, schepenen en richters.

Rond het einde van de middeleeuwen raakte Dokkum betrokken bij de strijd tussen Schieringers en Vetkopers. De burgerij was over het algemeen Vetkopersgezind en op de hand van Groningen; de hoofdelingengeslachten die in de stadsregering vertegenwoordigd waren als oldermannen, waren gewoonlijk Schiering. Deze twee partijen zochten steun bij machthebbers buiten Friesland. Dokkum is in die tijd verschillende malen belegerd geweest. Later in de vijftiende eeuw ontbrandde de strijd weer opnieuw, in 1470 en 1487, toen Dokkum samen met veel gezagsdragers in Oostergo een verbond sloot. Men stelde zich in die tijd min of meer onder het gezag van Groningen. De hoofdelingen waren hiertegen en werden niet meer geduld. Pas vele jaren later stelde de Hertog van Saksen weer orde op zaken in Friesland en maakte de Groningse invloed ongedaan.

Lees verder in Dokkum vanaf de Nieuwe Tijd

top